wetzoeker

Artikel 13 Besluit middelenonderzoek bij geweldplegers

Bloedonderzoek

1 Ten behoeve van het bloedonderzoek neemt een arts of verpleegkundige door middel van een venapunctie twee buisjes bloed van de verdachte af of, indien een venapunctie vanuit medisch oogpunt niet verantwoord is, door middel van een infuus. In afwijking van de eerste volzin mag de arts of verpleegkundige ook een buisje bloed van de verdachte afnemen indien het vanuit medisch oogpunt niet verantwoord is twee buisjes bloed van hem af te nemen. De hoeveelheid bloed dat ieder buisje dient te bevatten, wordt bij ministeriële regeling vastgesteld.

2 De bloedafname geschiedt met de hulpmiddelen die bij ministeriële regeling zijn voorgeschreven.

3 De bloedafname geschiedt uiterlijk binnen anderhalf uur nadat de verdachte is aangehouden. Van die termijn kan alleen vanwege bijzondere omstandigheden worden afgeweken. De vorige volzinnen zijn niet van toepassing indien het bloedonderzoek is gericht op de vaststelling van het gebruik van alcohol.

4 De arts of verpleegkundige ontvangt voor de bloedafname een vergoeding van de organisatie waarbij de opsporingsambtenaar werkzaam is en die voor de bloedafname zorgdraagt.

Regeling
Besluit middelenonderzoek bij geweldplegers
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-07-2024
BWB-id
BWBR0038778
Versie
2024-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl