wetzoeker

Artikel 3 Besluit uitvoerings- en handhavingsvoorzieningen Wet bestrijding maritieme ongevallen

1 Ter uitvoering van het plan bedoeld in artikel 2 worden de bevoegdheden van de Minister van Infrastructuur en Milieu, voortvloeiend uit de artikelen 7, 8, 10 tot en met 13, 16 en 18, eerste lid, van de wet, gemandateerd aan de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter van het Regionaal Beheersteam Noordzeerampen.

2 Aan de functionarissen, genoemd in het eerste lid, wordt tevens volmacht en machtiging verleend ten aanzien van de bevoegdheden in de wetsartikelen, genoemd in het eerste lid, alsmede ten aanzien van de bevoegdheden, genoemd in de artikelen 19 en 21 van de wet.

Regeling
Besluit uitvoerings- en handhavingsvoorzieningen Wet bestrijding maritieme ongevallen
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2019
BWB-id
BWBR0037411
Versie
2019-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl