wetzoeker

Artikel 6 Regeling lokaal spoor

Indienststelling spoorvoertuig

1 Om te voldoen aan artikel 32, tweede lid, onderdelen a tot en met d, van de wet, beschikt een spoorvoertuig niet bestemd voor het vervoer van personen, in ieder geval over de volgende eigenschappen:

a. de maatvoering is zodanig dat aan de eisen van het kinematisch omgrenzingsprofiel wordt voldaan;

b. de wielen, assen, veren en dempers zijn zo op elkaar en op het spoor afgestemd dat een veilig en ongestoord gebruik van de lokale spoorweg gewaarborgd is;

c. het is voorzien van:

1°. ten minste één remsysteem, dat ook bij het wegvallen van de tractie of externe energievoorziening het spoorvoertuig tot stilstand kan brengen;

2°. een toestel voor het afgeven van geluidssignalen;

3°. ten minste twee wit stralende lichten aan de voorzijde en twee rood stralende lichten aan de achterzijde;

4°. indien met het spoorvoertuig gebruik gaat worden gemaakt van een lokale spoorweg die samenloopt met een voor het openbaar verkeer openstaande weg, twee rode of ambergele remlichten aan de achterzijde, twee witte of ambergele richtingaanwijzers aan de voorzijde, twee rode of ambergele richtingaangevers aan de achterzijde en ten minste een ambergele of rode richtingaanwijzer aan iedere zijkant.

2 Spoorvoertuigen niet bestemd voor het vervoer van personen zonder eigen tractiehoeven niet te voldoen aan het eerste lid, onderdeel c.

Regeling
Regeling lokaal spoor
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-12-2015
BWB-id
BWBR0036629
Versie
2015-12-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl