wetzoeker

Artikel 5 Regeling lokaal spoor

Indienststelling spoorvoertuig

1 Om te voldoen aan artikel 32, tweede lid, onderdelen a tot en met d, van de wet, beschikt een historisch spoorvoertuig waarmee incidenteel vervoer wordt verricht in ieder geval over de volgende eigenschappen:

a. de maatvoering is zodanig dat aan de eisen van het kinematisch omgrenzingsprofiel wordt voldaan;

b. de wielen, assen, veren en dempers zijn zo op elkaar en op het spoor afgestemd dat een veilig en ongestoord gebruik van de lokale spoorweg gewaarborgd is;

c. het is voorzien van:

1°. aan de voorzijde, achterzijde en iedere zijkant het wagennummer;

2°. ten minste één remsysteem, dat ook bij het wegvallen van de tractie of externe energievoorziening het spoorvoertuig tot stilstand kan brengen;

3°. een toestel voor het afgeven van geluidssignalen;

4°. ten minste één wit stralend licht aan de voorzijde; 5˚. ten minste één rood stralend licht aan de achterzijde.

2 Historische spoorvoertuigen zonder eigen tractie die worden getrokken hoeven niet te voldoen aan het eerste lid, onderdeel c, aanhef en onder 2°, 3°, en 4°.

Regeling
Regeling lokaal spoor
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-12-2015
BWB-id
BWBR0036629
Versie
2015-12-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl