wetzoeker

Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015

Regeling van de Minister van Economische Zaken van 22 januari 2015, nr. WJZ / 15000929, houdende aanwijzing van categorieën van productie-installaties voor de stimulering van duurzame energieproductie in het jaar 2015 (Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015)

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2019
Rechtsgebied
Ondernemingspraktijk
Ministerie
Economische Zaken
BWB-id
BWBR0036245
Versie
2019-01-01_0
SHA-256 bron
0d6418f7b4d971d5e77cc9fc9646f4144db9d85cb17119e2de2447218eac0b7c

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (79)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10
  11. Artikel 11
  12. Artikel 12
  13. Artikel 13
  14. Artikel 14
  15. Artikel 15
  16. Artikel 16
  17. Artikel 17
  18. Artikel 18
  19. Artikel 19
  20. Artikel 20
  21. Artikel 21
  22. Artikel 22
  23. Artikel 23
  24. Artikel 24
  25. Artikel 25
  26. Artikel 26
  27. Artikel 27
  28. Artikel 28
  29. Artikel 29
  30. Artikel 30
  31. Artikel 31
  32. Artikel 32
  33. Artikel 33
  34. Artikel 34
  35. Artikel 35
  36. Artikel 36
  37. Artikel 37
  38. Artikel 38
  39. Artikel 39
  40. Artikel 40
  41. Artikel 41
  42. Artikel 42
  43. Artikel 43
  44. Artikel 44
  45. Artikel 45
  46. Artikel 46
  47. Artikel 47
  48. Artikel 48
  49. Artikel 49
  50. Artikel 50
  51. Artikel 51
  52. Artikel 52
  53. Artikel 53
  54. Artikel 54
  55. Artikel 55
  56. Artikel 56
  57. Artikel 57
  58. Artikel 58
  59. Artikel 59
  60. Artikel 60
  61. Artikel 61
  62. Artikel 62
  63. Artikel 63
  64. Artikel 64
  65. Artikel 65
  66. Artikel 66
  67. Artikel 67
  68. Uitvoeringsovereenkomst tot zekerheid van het aanvangen van de activiteiten ter zake waarvan meer dan € 400 miljoen subsidie is verleend op basis van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015
  69. Artikel 1 — Tijdige ingebruikname van de productie-installatie
  70. Artikel 2 — Inhoud en omvang van de garantie
  71. Artikel 3 — Vrijval van de garantie
  72. Artikel 4 — Boetes
  73. Artikel 5 — Aanvang en einde Uitvoeringsovereenkomst
  74. Artikel 6 — Domiciliekeuze en berichtgevingen
  75. Artikel 7 — Rechtskeuze
  76. Artikel 8 — Citeertitel
  77. Model bankgarantie
  78. Bijlage 2 — behorende bij de artikelen 8, 10 en 12 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015 (deel 1)
  79. Bijlage 2 — behorende bij de artikelen 8, 10 en 12 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015 (deel 2)

§ 1 — Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

– algemene uitvoeringsregeling: de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie;

– allesvergisting: de biologische afbraakreacties van biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van de nummers 410, 420, 500, 550 tot en met 559, waarvan de biogasopbrengst van de ingaande stroom tenminste 25 Nm3 aardgasequivalent per ton bedraagt;

– besluit: het Besluit stimulering duurzame energieproductie;

– doublet: combinatie die ten minste bestaat uit één productieput en één injectieput;

– hernieuwbaar gas hub: een verzameling van productie-installaties voor de productie van hernieuwbaar gas waarvoor voor de invoeding van het hernieuwbaar gas op een gasnet gezamenlijk een of meerdere aansluitingen worden gebruikt, waarmee gezamenlijk hernieuwbare warmte wordt geproduceerd die nuttig wordt gebruikt of waarmee gezamenlijk hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd die op een elektriciteitsnet of installatie, met uitzondering van de productie-installatie, wordt ingevoed;

– minister: de Minister van Economische Zaken;

– netto P50-waarde vollasturen: het aantal vollasturen waarbij de verwachte jaarlijkse energieproductie voor een gegeven combinatie van locatie en productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie dient te zijn bepaald met een waarschijnlijkheid van 50%;

– nominaal vermogen: het maximale vermogen van de productie-installatie dat onder nominale condities benut kan worden voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en/of hernieuwbare warmte en/of hernieuwbaar gas en wat door de leverancier gegarandeerd wordt bij continu gebruik. In het geval van geothermische productie-installaties dient het nominaal vermogen te zijn bepaald met een waarschijnlijkheid van ten minste 50%;

– NTA 8003: 2008: de Nederlandse Technische Afspraak 8003, Classificatie van biomassa voor energietoepassing, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-instituut, zoals deze luidde op 31 december 2008;

– nuttig aangewende warmte: de warmte die vrijkomt uit hernieuwbare energiebronnen en die wordt aangewend voor:

a. gebouwklimatisering van de binnenruimten van gebouwen;

b. tapwaterverwarming en verwarming van water dat wordt ingezet in bedrijfsprocessen, met uitzondering van het gebruik als voedingswater voor een productie-installatie waarmee elektriciteit wordt opgewekt;

c. verwarming in industriële processen en van tuinbouwkassen, met uitzondering van:

1°. de inzet in een turbine of organische rankine cyclus waarmee elektriciteit wordt opgewekt;

2°. de inzet bij aardgasexpansie;

3°. het drogen en verwarmen van inputstromen van een productie-installatie voor het opwekken van elektriciteit, inclusief het voorverwarmen van verbrandingslucht;

4°. de inzet voor rookgasreiniging en waterzuivering van een productie-installatie;

5°. de verwarming van een installatie of een onderdeel daarvan, waarmee energie of een energiedrager wordt geproduceerd;

6°. de verwarming van opslagtanks van grondstoffen en producten die gebruikt worden om energie mee op te wekken;

d. klimaatregeling van koelcellen en industriële koelingstoepasssingen;

e. levering aan een warmtenet, mits de producent aannemelijk kan maken dat de warmte gebruikt wordt voor een van de toepassingen bedoeld onder a tot en met d;

– richtlijn hernieuwbare energie: richtlijn nr. 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van Richtlijn 2001/77/EG en Richtlijn 2003/30/EG (PbEU 2009, L 140);

– thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa: de omzetting van vaste of vloeibare biomassa door middel van:

1°. verbranding,

2°. een andere thermische behandeling dan bedoeld onder 1° ingeval de producten daarvan vervolgens worden verbrand of

3°. de verbranding van producten die voortkomen uit thermische behandeling;

– valhoogte: het verschil in waterpeil voor en achter de installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van waterkracht waarbij het maximaal elektrisch ontwerpvermogen van de turbine of de generator wordt gerealiseerd;

– vergisting en co-vergisting van dierlijke mest: de biologische afbraakreacties van in hoofdzaak verpompbare vaste en vloeibare uitwerpselen van dieren, al dan niet aangevuld met een of meer producten genoemd in de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, waarbij het restant na vergisting als meststof mag worden verhandeld;

– vergisting van meer dan 95% dierlijke mest: de biologische afbraakreacties van verpompbare vaste en vloeibare uitwerpselen van dieren, waarbij minder dan 5% van de massa toegevoegde stoffen per kalenderjaar een andere stof, genoemd in de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, is dan verpompbare vaste en vloeibare uitwerpselen van dieren, waarbij het restant na vergisting als meststof mag worden verhandeld.

§ 2 — Algemene bepalingen

Artikel 2

1 Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas en hernieuwbare warmte op grond van de artikelen 4, 6, 8, 10, 12, 14, 16, 18, 20, 22, 24, 26, eerste lid, 28, eerste lid, 30, eerste lid, 32, eerste lid, 34, eerste lid, 36, 38, 40, eerste lid, 42, eerste lid, 44, eerste lid, 46, 48, eerste lid, 50, eerste lid, 52, eerste lid, 54, 56 en 62, die is aangevraagd in de periode van 31 maart 2015, 09:00 uur, tot 17 december 2015, 17:00 uur, bedraagt € 3.500.000.000,–.

2 De minister verdeelt het bedrag, genoemd in het eerste lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

3 Per categorie productie-installaties kan in de periode, genoemd in het eerste lid, per adres waarop een productie-installatie wordt geplaatst maximaal één aanvraag worden ingediend.

4 De minister beslist afwijzend op een aanvraag om subsidie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of hernieuwbare warmte door een productie-installatie van een categorie als bedoeld in het eerste lid indien geen toestemming van de eigenaar van de beoogde locatie is verkregen voor het plaatsen van de productie-installatie.

5 Een subsidie als bedoeld in het eerste lid van meer dan € 400.000.000,– wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat binnen zes weken na afgifte van deze beschikking een uitvoeringsovereenkomst overeenkomstig de overeenkomst opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1 tot stand is gekomen tussen de Staat en de subsidie-aanvrager.

6 Indien voor dezelfde periode, of gedeeltelijk voor dezelfde periode, meerdere beschikkingen zijn afgegeven voor dezelfde productie-installatie en dezelfde soort hernieuwbare energie, worden voor de toepassing van het vijfde lid de subsidies die de subsidie-ontvanger ontvangt, bedoeld in artikel 15 of 48 van het besluit, van de beschikkingen waarvan de periode waarover subsidie wordt verstrekt nog niet zijn aangevangen bij elkaar opgeteld.

§ 2 — Algemene bepalingen

Artikel 3

1 Productie-installaties als bedoeld in de artikelen 26, eerste lid, 34, eerste lid, onderdeel a, 48, eerste lid, 50, eerste lid, en 52, eerste lid, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a van het besluit.

2 Productie-installaties als bedoeld in artikel 4, onderdeel b, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c en derde lid, onderdeel c, van het besluit.

3 Productie-installaties als bedoeld in de artikelen 44, eerste lid, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel d, van het besluit.

4 Productie-installaties als bedoeld in de artikelen 26, eerste lid, 48, eerste lid, 50, eerste lid en 52, eerste lid, worden, indien subsidie is verstrekt op grond van artikel 116 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012, artikel 72 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2013, artikel 72 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2014 of artikel 44 van deze regeling, aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van het besluit.

5 Productie-installaties als bedoeld in de artikelen 4, onderdeel b, 6, 22, 24, 26, eerste lid, 34, eerste lid, 40, eerste lid, 48, eerste lid, 50, eerste lid, 52, eerste lid, 54 en 56, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van het besluit.

6 Productie-installaties als bedoeld in artikel 44, eerste lid, worden, indien subsidie is verstrekt op grond van de regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2008, aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, en vierde lid van het besluit.

7 Productie-installaties als bedoeld in artikel 44, eerste lid, worden, indien subsidie is verstrekt op grond van de MEP of OV-MEP, aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van het besluit.

8 Productie-installaties als bedoeld in de artikelen 4, 6, 8, 10, 12, 14, 16, 18 en 20 worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 15, derde, vierde en zesde lid, van het besluit met dien verstande dat het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 15, vierde lid, van het besluit, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt.

9 Productie-installaties als bedoeld in artikel 62, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 15, zesde lid, van het besluit.

10 Productie-installaties als bedoeld in de artikelen 22, 24, 26, eerste lid, 28, eerste lid, en 56 worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 32, derde en vierde lid, van het besluit met dien verstande dat het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 32, vierde lid, van het besluit, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt.

11 Productie-installaties als bedoeld in de artikelen 22 en 26, eerste lid, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 32, zesde lid van het besluit.

12 Productie-installaties als bedoeld in artikel 54, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 32, zevende lid van het besluit.

13 Productie-installaties als bedoeld in de artikelen 30, eerste lid, 32, eerste lid, 36, 38, 40, eerste lid, 42, eerste lid, 44, eerste lid, 46, 48, eerste lid, 50, eerste lid, 52, eerste lid, 54, en 56, eerste lid, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 48, derde en vierde lid, van het besluit met dien verstande dat het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 48, vierde lid, van het besluit, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt.

14 Productie-installaties als bedoeld in artikel 34, eerste lid, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 48, derde lid, van het besluit met dien verstande dat het verschil in kWh dat bij het aantal kWh dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 48, derde lid, van het besluit, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt zonder het daarbij opgetelde verschil in kWh vanwege minder geproduceerde kWh in voorgaande jaren. Het verschil in kWh dat bij het aantal kWh dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt kan worden opgeteld, kan alleen in dit volgende jaar worden benut en kan pas worden benut als het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt volledig is benut.

15 Productie-installaties als bedoeld in de artikelen 34, eerste lid, 38, 42, eerste lid, 48, eerste lid, 50, eerste lid, 54, en 56, eerste lid, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 48, zevende lid van het besluit.

16 Productie-installaties als bedoeld in de artikelen 8, 10, 12, 14, 22, 26, eerste lid, 48, eerste lid, 52, eerste lid, 54, en 62 worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 56, eerste lid, van het besluit.

17 Productie-installaties als bedoeld in de artikelen 4, 6, 16, 18, 20, 24, 28, eerste lid, 30, eerste lid, 32, eerste lid, 34, eerste lid, 36, 38, 40, eerste lid, 42, eerste lid, 44, eerste lid, 46, 50 en 56, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.

§ 3 — Categorieën › § 3.1 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.1.1 — Waterkracht

Artikel 4

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee door middel van hydro-mechanisch-elektrische omzetting hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit potentiële dan wel kinetische energie van stromend water dat niet specifiek ten behoeve van de elektriciteitsproductie omhoog is gepompt:

a. in installaties met een valhoogte gelijk aan of groter dan 50 centimeter, of

b. in installaties met een valhoogte gelijk aan of groter dan 50 centimeter,

die ingrijpend zijn gerenoveerd en waarbij ten minste de turbines nieuw zijn.

§ 3 — Categorieën › § 3.1 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.1.1 — Waterkracht

Artikel 5

1 Subsidie als bedoeld in artikel 4 wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 4, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3 — Categorieën › § 3.1 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.1.2 — Afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties

Artikel 6

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit gas dat vrijkomt ten gevolge van biologische afbraakreacties bij de zuivering van huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater en afvloeiend hemelwater, gebruik makende van thermische drukhydrolyse, waarbij ten minste het deel van de productie-installatie, dat bedoeld is voor thermische drukhydrolyse nieuw is.

§ 3 — Categorieën › § 3.1 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.1.2 — Afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties

Artikel 7

1 Subsidie als bedoeld in artikel 6 wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 6, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3 — Categorieën › § 3.1 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.1.3 — Wind op land winddifferentiatie

Artikel 8

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie die niet is opgericht in de territoriale zee, in de Nederlandse exclusieve economische zone of op een locatie waar op het moment van aanvragen een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie staat of heeft gestaan met een hoger vermogen, tenzij bij de vervanging van één of meerdere windturbines het vermogen per windturbine ten minste 1 MW toeneemt, welke wordt gerealiseerd in een gemeente die in de lijst in bijlage 2 een windsnelheid heeft van:

a. ≥ 8,0 m/s,

b. ≥ 7,5 en < 8,0 m/s,

c. ≥ 7,0 en < 7,5 m/s, of

d. < 7,0 m/s.

§ 3 — Categorieën › § 3.1 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.1.3 — Wind op land winddifferentiatie

Artikel 9

1 Subsidie als bedoeld in artikel 8 wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 8, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3 — Categorieën › § 3.1 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.1.4 — Wind op land één op één vervanging

Artikel 10

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie die is opgericht op een locatie waar op het moment van aanvragen een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie staat of heeft gestaan die op het moment van aanvragen minimaal 10 jaar daarvoor in gebruik is genomen, en die niet is opgericht in de territoriale zee of in de Nederlandse exclusieve economische zone, welke wordt gerealiseerd in een gemeente die in de lijst in bijlage 2 een windsnelheid heeft van:

a. ≥ 8,0 m/s,

b. ≥ 7,5 en < 8,0 m/s,

c. ≥ 7,0 en < 7,5 m/s, of

d. < 7,0 m/s.

§ 3 — Categorieën › § 3.1 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.1.4 — Wind op land één op één vervanging

Artikel 11

1 Subsidie als bedoeld in artikel 10 wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 10, binnen 2 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3 — Categorieën › § 3.1 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.1.5 — Wind op verbindende waterkeringen

Artikel 12

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie die is opgericht binnen de beschermingszones van een verbindende waterkering als bedoeld in paragraaf 2.7 van bijlage 1 van de Regeling veiligheid primaire waterkeringen en die niet is opgericht op een locatie waar op het moment van aanvragen productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie staat of heeft gestaan met een hoger vermogen tenzij bij de vervanging van één of meerdere windturbines het vermogen per windturbine ten minste 1 MW toeneemt, welke wordt gerealiseerd in een gemeente die in de lijst in bijlage 2 een windsnelheid heeft van:

a. ≥ 8,0 m/s,

b. ≥ 7,5 en < 8,0 m/s,

c. ≥ 7,0 en < 7,5 m/s, of

d. < 7,0 m/s.

§ 3 — Categorieën › § 3.1 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.1.5 — Wind op verbindende waterkeringen

Artikel 13

1 Subsidie als bedoeld in artikel 12 wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 12, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3 — Categorieën › § 3.1 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.1.6 — Wind in meer

Artikel 14

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie die niet is opgericht in de territoriale zee, in de Nederlandse exclusieve economische zone of op een locatie waar op het moment van aanvragen productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie staat of heeft gestaan met een hoger vermogen, tenzij bij de vervanging van één of meerdere windturbines het vermogen per windturbine ten minste 1 MW toeneemt, en waarvan de fundering in het water van een meer van minimaal één vierkante kilometer staat.

§ 3 — Categorieën › § 3.1 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.1.6 — Wind in meer

Artikel 15

1 Subsidie als bedoeld in artikel 14 wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 14, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3 — Categorieën › § 3.1 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.1.7 — Fotovoltaïsche zonnepanelen

Artikel 16

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie met een totaal nominaal vermogen groter dan of gelijk aan 15 kWp, voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonlicht uitsluitend door middel van fotovoltaïsche zonnepanelen, die is aangesloten op een elektriciteitsnet via een aansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van meer dan 3*80 A.

§ 3 — Categorieën › § 3.1 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.1.7 — Fotovoltaïsche zonnepanelen

Artikel 17

1 Subsidie als bedoeld in artikel 16 wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 16, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3 — Categorieën › § 3.1 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.1.8 — Osmose

Artikel 18

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt gegenereerd door middel van het verschil in zoutconcentratie tussen twee watermassa’s.

§ 3 — Categorieën › § 3.1 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.1.8 — Osmose

Artikel 19

1 Subsidie als bedoeld in artikel 18 wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 18, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3 — Categorieën › § 3.1 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.1.9 — Vrije stromingsenergie en golfenergie

Artikel 20

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee door hydro-mechanisch-elektrische omzetting hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit potentiële dan wel kinetische energie van stromend water dat niet specifiek ten behoeve van de elektriciteitsproductie omhoog is gepompt in installaties met een valhoogte kleiner dan 50 centimeter.

§ 3 — Categorieën › § 3.1 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.1.9 — Vrije stromingsenergie en golfenergie

Artikel 21

1 Subsidie als bedoeld in artikel 20 wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 20, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3 — Categorieën › § 3.2 — Hernieuwbaar gas › § 3.2.1 — Biomassavergisting

Artikel 22

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door:

a. een productie-installatie waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is,

b. een productie-installatie waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is, of

c. een productie-installatie waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting van meer dan 95% dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is.

§ 3 — Categorieën › § 3.2 — Hernieuwbaar gas › § 3.2.1 — Biomassavergisting

Artikel 23

1 Subsidie als bedoeld in artikel 22 wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 22, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3 — Categorieën › § 3.2 — Hernieuwbaar gas › § 3.2.2 — Afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties

Artikel 24

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas uit biogas dat vrijkomt ten gevolge van biologische afbraakreacties bij de zuivering van huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater en afvloeiend hemelwater, waarbij ten minste de opwerkinstallatie waarmee biogas op aardgaskwaliteit wordt gebracht nieuw is.

§ 3 — Categorieën › § 3.2 — Hernieuwbaar gas › § 3.2.2 — Afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties

Artikel 25

1 Subsidie als bedoeld in artikel 24 wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 24, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3 — Categorieën › § 3.2 — Hernieuwbaar gas › § 3.2.3 — Verlengde levensduur bestaande installaties

Artikel 26

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een bestaande productie-installatie waarvoor op grond van de MEP of OV-MEP subsidie van meer dan € 0,– is ontvangen en waarvoor op het moment van aanvraag de subsidieperiode op grond van voorgenoemde subsidieregelingen ten minste 7 jaar daarvoor is aangevangen:

a. waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting, of

b. waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest.

2 Indien de aanvrager, in aanvulling op de subsidie als bedoeld in het eerste lid op grond van de MEP of OV-MEP, subsidie heeft ontvangen op grond van artikel 116 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012, artikel 72 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2013, artikel 72 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2014 of artikel 44 van deze regeling, eindigt de subsidieperiode van deze subsidie in ieder geval op het moment dat de subsidieperiode van de subsidie verstrekt op grond van het eerste lid aanvangt.

§ 3 — Categorieën › § 3.2 — Hernieuwbaar gas › § 3.2.3 — Verlengde levensduur bestaande installaties

Artikel 27

1 Subsidie als bedoeld in artikel 26, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. De periode vangt niet eerder aan dan nadat de aanvraag om subsidie is gedaan, en de subsidieperiode van de subsidie verstrekt op grond van de MEP of OV-MEP, ten minste 10 jaar daarvoor is aangevangen.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 26, eerste lid, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening opnieuw in gebruik.

§ 3 — Categorieën › § 3.2 — Hernieuwbaar gas › § 3.2.4 — Biomassavergassing

Artikel 28

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas uit biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003: 2008, door middel van vergassing.

2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is.

§ 3 — Categorieën › § 3.2 — Hernieuwbaar gas › § 3.2.4 — Biomassavergassing

Artikel 29

1 Subsidie als bedoeld in artikel 28, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 28, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3 — Categorieën › § 3.3 — Hernieuwbare warmte en (gecombineerde) opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 3.3.1 — Ketel vaste of vloeibare biomassa warmte

Artikel 30

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte door middel van verbranding van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003: 2008 in een ketel:

a. met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 0,5 MW en kleiner dan 5 MW, of

b. met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 5 MW.

2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is.

3 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.

§ 3 — Categorieën › § 3.3 — Hernieuwbare warmte en (gecombineerde) opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 3.3.1 — Ketel vaste of vloeibare biomassa warmte

Artikel 31

1 Subsidie als bedoeld in artikel 30, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 30, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3 — Categorieën › § 3.3 — Hernieuwbare warmte en (gecombineerde) opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 3.3.2 — Ketel industriële stoom uit houtpellets

Artikel 32

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van stoom door middel van verbranding van houtpellets geproduceerd uit vaste biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 132 van de NTA 8003: 2008, in een ketel met een vermogen groter dan of gelijk aan 10 MW.

2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is.

3 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat in voldoende aannemelijk wordt gemaakt dat de gebruikte biomassa voldoet aan artikel 7 van de algemene uitvoeringsregeling.

§ 3 — Categorieën › § 3.3 — Hernieuwbare warmte en (gecombineerde) opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 3.3.2 — Ketel industriële stoom uit houtpellets

Artikel 33

1 Subsidie als bedoeld in artikel 32, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 32, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3 — Categorieën › § 3.3 — Hernieuwbare warmte en (gecombineerde) opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 3.3.3 — Meestook van biomassa in kolencentrales

Artikel 34

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uit biomassa geproduceerd door een productie-installatie met een nominaal vermogen groter dan of gelijk aan 100 MW voor de productie van elektriciteit door middel van kolen,

a. waarbij gebruik wordt gemaakt van een bestaande installatie waarvoor op grond van de MEP subsidie van meer dan € 0,– is ontvangen, waarin biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 132 van de NTA 8003: 2008 wordt meegestookt, of biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 132 en 170 tot en met 179 van de NTA 8003: 2008 wordt vergast en waarvan het aannemelijk is dat deze ten minste voor de duur van de subsidieperiode kan blijven produceren, of

b. waarin biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 132 van de NTA 8003: 2008 wordt meegestookt, waarbij de delen van de productie-installatie die uitsluitend gebruikt worden voor de meestook van biomassa nieuw zijn, en waarvan het aannemelijk is dat deze ten minste voor de duur van de subsidieperiode kan blijven produceren.

2 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uit biomassa geproduceerd door een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, voor maximaal 15% van de gerealiseerde jaarlijkse hernieuwbare energieproductie biomassa als bedoeld in NTA 8003: 2008, met uitzondering van de nummers 100, 101, 150 tot en met 179.

3 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.

4 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat voldoende aannemelijk wordt gemaakt dat de gebruikte biomassa, niet zijnde vloeibare biomassa, voldoet aan artikel 7 van de algemene uitvoeringsregeling.

5 Indien sprake is van productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte verstrekt de minister subsidie voor de geproduceerde hernieuwbare elektriciteit en 15% van de geproduceerde en nuttig aangewende hernieuwbare warmte.

6 De maximale productie, bedoeld in artikel 2, vijfde lid, van het besluit, voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte op grond van het eerste lid, die is aangevraagd in de periode van 31 maart 2015, 09:00 uur, tot 17 december 2015, 17:00 uur, bedraagt 55.555.555.555 kWh.

§ 3 — Categorieën › § 3.3 — Hernieuwbare warmte en (gecombineerde) opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 3.3.3 — Meestook van biomassa in kolencentrales

Artikel 35

1 Subsidie als bedoeld in artikel 34, eerste lid, wordt voor een periode van 8 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 34, eerste lid, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik of opnieuw in gebruik voor de meestook van biomassa.

§ 3 — Categorieën › § 3.3 — Hernieuwbare warmte en (gecombineerde) opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 3.3.4 — Geothermie warmte

Artikel 36

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door:

a. een productie-installatie, bestaande uit één of meerdere doubletten, waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van één of meerdere geothermische bronnen met een diepte van minimaal 500 meter.

b. een productie-installatie, bestaande uit één of meerdere doubletten, waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van één of meerdere geothermische bronnen met een diepte van minimaal 3500 meter.

§ 3 — Categorieën › § 3.3 — Hernieuwbare warmte en (gecombineerde) opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 3.3.4 — Geothermie warmte

Artikel 37

1 Subsidie als bedoeld in artikel 36 wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 36, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3 — Categorieën › § 3.3 — Hernieuwbare warmte en (gecombineerde) opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 3.3.5 — Geothermie gecombineerde opwekking

Artikel 38

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie, bestaande uit één of meerdere doubletten, voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uitsluitend door middel van een of meerdere geothermische bronnen met een diepte van minimaal 500 meter, waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 5% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt.

§ 3 — Categorieën › § 3.3 — Hernieuwbare warmte en (gecombineerde) opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 3.3.5 — Geothermie gecombineerde opwekking

Artikel 39

1 Subsidie als bedoeld in artikel 38 wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 38, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3 — Categorieën › § 3.3 — Hernieuwbare warmte en (gecombineerde) opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 3.3.6 — Ketel vloeibare biomassa warmte

Artikel 40

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 0,5 MW voor de productie van warmte door middel van verbranding van vloeibare biomassa als bedoeld in de nummers 500, 550 t/m 573, 587, 592, 594, 596 en 802 van de NTA 8003: 2008 in een ketel.

2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.

§ 3 — Categorieën › § 3.3 — Hernieuwbare warmte en (gecombineerde) opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 3.3.6 — Ketel vloeibare biomassa warmte

Artikel 41

1 Subsidie als bedoeld in artikel 40, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 40, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3 — Categorieën › § 3.3 — Hernieuwbare warmte en (gecombineerde) opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 3.3.7 — Thermische conversie biomassa gecombineerde opwekking

Artikel 42

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uitsluitend door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003: 2008:

a. met een nominaal elektrisch vermogen groter dan 10 MW en kleiner dan of gelijk aan 100 MW en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 10% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt, of

b. met een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 10 MW en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 6% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt.

2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is.

3 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.

§ 3 — Categorieën › § 3.3 — Hernieuwbare warmte en (gecombineerde) opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 3.3.7 — Thermische conversie biomassa gecombineerde opwekking

Artikel 43

1 Subsidie als bedoeld in artikel 42, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 42, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3 — Categorieën › § 3.3 — Hernieuwbare warmte en (gecombineerde) opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 3.3.8 — Bestaande toepassing biomassa uitbreiding warmte

Artikel 44

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie voor de productie van hernieuwbare warmte die voor het eerst nuttig wordt aangewend aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte die de hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte produceert door middel van:

a. een productie-installatie waarmee elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting;

b. een productie-installatie waarmee elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest of door middel van vergisting op een landbouwbedrijf van uitsluitend plantaardige stoffen vermeld onder de categorieën A tot en met G1 onder categorie 1 van Bijlage Aa, onderdeel IV van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, of

c. een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa.

2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid, onderdeel c, draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.

§ 3 — Categorieën › § 3.3 — Hernieuwbare warmte en (gecombineerde) opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 3.3.8 — Bestaande toepassing biomassa uitbreiding warmte

Artikel 45

1 Subsidie als bedoeld in artikel 44, eerste lid, wordt voor een periode van 5 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger draagt er zorg voor dat de hernieuwbare warmte, opgewekt door de productie-installatie, bedoeld in artikel 44, eerste lid, nuttig wordt gebruikt binnen 18 maanden na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening.

§ 3 — Categorieën › § 3.3 — Hernieuwbare warmte en (gecombineerde) opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 3.3.9 — Zonthermie

Artikel 46

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte uit zonne-energie, waarbij uitsluitend gebruik wordt gemaakt van afgedekte collectoren voorzien van een transparante isolerende laag, met een totale apertuuroppervlakte van 100 m2 of meer.

§ 3 — Categorieën › § 3.3 — Hernieuwbare warmte en (gecombineerde) opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 3.3.9 — Zonthermie

Artikel 47

1 Subsidie als bedoeld in artikel 46 wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 46 binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3 — Categorieën › § 3.3 — Hernieuwbare warmte en (gecombineerde) opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 3.3.10 — Verlengde levensduur vergisting van biomassa gecombineerde opwekking

Artikel 48

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit, geproduceerd door een bestaande productie-installatie waarvoor op grond van de MEP of OV-MEP subsidie van meer dan € 0,– is ontvangen en waarvoor op het moment van aanvraag de subsidieperiode op grond van voorgenoemde subsidieregelingen ten minste 7 jaar daarvoor is aangevangen:

a. waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 20% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt; of

b. waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 20% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt.

2 Indien de aanvrager in aanvulling op de subsidie op grond van de MEP of OV-MEP, subsidie heeft ontvangen op grond van artikel 116 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012, artikel 72 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2013, artikel 72 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2014, of artikel 44 van deze regeling, eindigt de subsidieperiode van deze subsidie in ieder geval op het moment dat de subsidieperiode van de subsidie verstrekt op grond van het eerste lid aanvangt.

§ 3 — Categorieën › § 3.3 — Hernieuwbare warmte en (gecombineerde) opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 3.3.10 — Verlengde levensduur vergisting van biomassa gecombineerde opwekking

Artikel 49

1 Subsidie als bedoeld in artikel 48, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt, de periode vangt niet eerder aan dan nadat de aanvraag om subsidie is gedaan, en de subsidieperiode van de subsidie verstrekt op grond van de MEP of OV-MEP, ten minste 10 jaar daarvoor is aangevangen.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 48, eerste lid, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening opnieuw in gebruik.

§ 3 — Categorieën › § 3.3 — Hernieuwbare warmte en (gecombineerde) opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 3.3.11 — Verlengde levensduur thermische conversie van biomassa

Artikel 50

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit, geproduceerd door een bestaande productie-installatie waarvoor op grond van de MEP subsidie van meer dan € 0,– is ontvangen voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 50 MW en voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 6% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt, en waarvoor op het moment van de start van de subsidieperiode van de subsidie, de resterende subsidieperiode op grond van de MEP

a. minder dan 1 volledig jaar bedraagt of nihil is,

b. tenminste 1 volledig jaar bedraagt,

c. tenminste 2 volledige jaren bedraagt,

d. tenminste 3 volledige jaren bedraagt,

e. tenminste 4 volledige jaren bedraagt, of

f. tenminste 5 volledige jaren bedraagt.

2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid, draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is.

3 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid, draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.

4 Indien de aanvrager in aanvulling op de subsidie op grond van de MEP of OV-MEP, subsidie heeft ontvangen op grond van artikel 116 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012, artikel 72 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2013, artikel 72 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2014, of artikel 44 van deze regeling, eindigt de subsidieperiode van deze subsidie in ieder geval op het moment dat de subsidieperiode van de subsidie verstrekt op grond van het eerste lid aanvangt.

§ 3 — Categorieën › § 3.3 — Hernieuwbare warmte en (gecombineerde) opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 3.3.11 — Verlengde levensduur thermische conversie van biomassa

Artikel 51

1 Subsidie als bedoeld in artikel 50, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt, de subsidieperiode van de subsidie verstrekt op grond van de MEP, eindigt op het moment dat deze subsidieperiode aanvangt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 50, eerste lid, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening opnieuw in gebruik.

§ 3 — Categorieën › § 3.3 — Hernieuwbare warmte en (gecombineerde) opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 3.3.12 — Verlengde levensduur biomassa warmte

Artikel 52

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, geproduceerd door een bestaande productie-installatie waarvoor op grond van de MEP of OV-MEP subsidie van meer dan € 0,– is ontvangen en waarvoor op het moment van aanvraag de subsidieperiode op grond van voorgenoemde artikelen ten minste 7 jaar daarvoor is aangevangen:

a. waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting, of

b. waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest.

2 Indien de aanvrager in aanvulling op de subsidie op grond van de MEP of OV-MEP, subsidie heeft ontvangen op grond van artikel 116 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012, artikel 72 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2013, artikel 72 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2014, of artikel 44 van deze regeling, eindigt de subsidieperiode van deze subsidie in ieder geval op het moment dat de subsidieperiode van de subsidie verstrekt op grond van het eerste lid aanvangt.

§ 3 — Categorieën › § 3.3 — Hernieuwbare warmte en (gecombineerde) opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 3.3.12 — Verlengde levensduur biomassa warmte

Artikel 53

1 Subsidie als bedoeld in artikel 52, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt, de periode vangt niet eerder aan dan nadat de aanvraag om subsidie is gedaan, en de subsidieperiode van de subsidie verstrekt op grond van de MEP of OV-MEP, ten minste 10 jaar daarvoor is aangevangen.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 52, eerste lid, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3 — Categorieën › § 3.3 — Hernieuwbare warmte en (gecombineerde) opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 3.3.13 — Biomassavergisting hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit

Artikel 54

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door:

a. een productie-installatie waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is;

b. een productie-installatie waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is;

c. een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 20% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt;

d. een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 20% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt,

e. een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting van meer dan 95% dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is, of

f. een productie-installatie waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting van meer dan 95% dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is.

§ 3 — Categorieën › § 3.3 — Hernieuwbare warmte en (gecombineerde) opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 3.3.13 — Biomassavergisting hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit

Artikel 55

1 Subsidie als bedoeld in artikel 54 wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 54, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3 — Categorieën › § 3.3 — Hernieuwbare warmte en (gecombineerde) opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 3.3.14 — Rioolwaterzuiveringsinstallaties thermofiele gisting van secundair slib

Artikel 56

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uit biogas dat vrijkomt ten gevolge van biologische afbraakreacties bij de thermofiele zuivering van uitsluitend secundair slib, waarbij sprake is van een centrale productie-installatie waarvoor secundair slib grotendeels extern wordt aangevoerd van een of meerdere andere RWZI’s en waarbij tenminste de vergister zelf nieuw is.

§ 3 — Categorieën › § 3.3 — Hernieuwbare warmte en (gecombineerde) opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 3.3.14 — Rioolwaterzuiveringsinstallaties thermofiele gisting van secundair slib

Artikel 57

1 Subsidie als bedoeld in artikel 56 wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 56, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 4 — Fasebedragen

Artikel 58

Voor de fase genoemd in de eerste kolom van onderstaande tabel wordt:

a. de periode waarbinnen de aanvragen binnen moeten zijn vastgesteld van de datum genoemd in de tweede kolom van onderstaande tabel tot de datum genoemd in de tweede kolom van onderstaande tabel van de daarop volgende fase, de negende fase eindigt op 17 december 2015, 17:00 uur,

b. het fasebedrag voor de subsidie, bedoeld in de artikelen 10 en 43a van het besluit, voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking, vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag,

c. het fasebedrag voor de subsidie, bedoeld in artikel 27 van het besluit, voor de productie van hernieuwbaar gas, vastgesteld op het in de vierde kolom genoemde bedrag. Voor de vergelijking van de fasebedragen, bedoeld in artikel 58, tweede lid, van het besluit bedraagt het fasebedrag het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag.

1 | 2 | 3 | 4

Fase | Datum openstelling | Fasebedrag | Fasebedrag hernieuwbaar gas

1 | 31 maart, 9:00 uur | € 0,070/kWh | € 0,055/kWh

2 | 20 april, 17:00 uur | € 0,080/kWh | € 0,063/kWh

3 | 11 mei, 17:00 uur | € 0,090/kWh | € 0,071/kWh

4 | 1 juni, 17:00 uur | € 0,100/kWh | € 0,079/kWh

5 | 22 juni, 17:00 uur | € 0,110/kWh | € 0,086/kWh

6 | 31 augustus, 17:00 uur | € 0,120/kWh | € 0,094/kWh

7 | 21 september, 17:00 uur | € 0,130/kWh | € 0,102/kWh

8 | 12 oktober, 17:00 uur | € 0,140/kWh | € 0,110/kWh

9 | 9 november, 17:00 uur | € 0,150/kWh | € 0,118/kWh

§ 5 — Maximaal aantal vollasturen, basiselektriciteits- en basisenergieprijzen, basisbedragen en correctiebedragen › § 5.1 — Hernieuwbare elektriciteit

Artikel 59

Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt,

a. het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, vastgesteld op het in de derde kolom genoemde bedrag,

b. voor de productie van hernieuwbare elektriciteit het maximaal aantal vollasturen vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren,

c. voor de productie van hernieuwbare elektriciteit de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van het besluit, vastgesteld op het in de vijfde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag, en

d. de correctie op het basisbedrag voor subsidie voor 2015 vastgesteld op:

– voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit, het in de zesde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag, en

– voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit op € 0 per kWh.

1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6

Artikel regeling | Categorie | Basis-bedrag in eur/kWh | Vollasturen | Basiselek-triciteits-prijs in eur/kWh | Voorlopig correctiebedrag 2015 in eur/kWh

Artikel 4, onderdeel a | Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm | Vrije categorie | 5.700 | 0,036 | 0,043

Artikel 4, onderdeel b | Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm, renovatie | 0,067 | 4.300 | 0,036 | 0,043

Artikel 20 | Vrije stromingsenergie, valhoogte < 50 cm en golfenergie | Vrije categorie | 2.800 | 0,036 | 0,043

Artikel 18 | Osmose | Vrije categorie | 8.000 | 0,036 | 0,043

Artikel 16 | Fotovoltaïsche zonnepanelen, ≥ 15 kWp en aansluiting 3*80A | 0,141 | 1.000 | 0,035 | 0,045

Artikel 8, onderdeel a | Wind op land, ≥ 8,0 m/s | 0,074 | netto P50-waarde vollasturen | 0,029 | 0,039

Artikel 8, onderdeel b | Wind op land, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s | 0,081 | netto P50-waarde vollasturen | 0,029 | 0,039

Artikel 8, onderdeel c | Wind op land, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s | 0,086 | netto P50-waarde vollasturen | 0,029 | 0,039

Artikel 8, onderdeel d | Wind op land, < 7,0 m/s | 0,098 | netto P50-waarde vollasturen | 0,029 | 0,039

Artikel 10, onderdeel a | Wind op land één op één vervanging ≥ 8,0 m/s | 0,053 | netto P50-waarde windenergieproductie | 0,029 | 0,039

Artikel 10, onderdeel b | Wind op land één op één vervanging ≥ 7,5 en < 8,0 m/s | 0,058 | netto P50-waarde windenergieproductie | 0,029 | 0,039

Artikel 10, onderdeel c | Wind op land één op één vervanging ≥ 7,0 en < 7,5 m/s | 0,065 | netto P50-waarde windenergieproductie | 0,029 | 0,039

Artikel 10, onderdeel d | Wind op land één op één vervanging < 7,0 m/s | 0,074 | netto P50-waarde windenergieproductie | 0,029 | 0,039

Artikel 12, onderdeel a | Wind op verbindende waterkeringen, ≥ 8,0 m/s | 0,081 | netto P50-waarde vollasturen | 0,029 | 0,039

Artikel 12, onderdeel b | Wind op verbindende waterkeringen, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s | 0,088 | netto P50-waarde vollasturen | 0,029 | 0,039

Artikel 12, onderdeel c | Wind op verbindende waterkeringen, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s | 0,094 | netto P50-waarde vollasturen | 0,029 | 0,039

Artikel 12, onderdeel d | Wind op verbindende waterkeringen, < 7,0 m/s | 0,107 | netto P50-waarde vollasturen | 0,029 | 0,039

Artikel 14 | Wind in meer, water ≥ 1 km2 | 0,114 | netto P50-waarde vollasturen | 0,029 | 0,039

§ 5 — Maximaal aantal vollasturen, basiselektriciteits- en basisenergieprijzen, basisbedragen en correctiebedragen › § 5.2 — Hernieuwbaar gas

Artikel 60

1 Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt,

a. het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in artikel 28, eerste lid, van het besluit, voor de productie van hernieuwbaar gas, vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag,

b. voor de productie van hernieuwbaar gas het maximaal aantal vollasturen vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren,

c. voor de productie van hernieuwbaar gas de basisgasprijs, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van het besluit, vastgesteld op het in de vijfde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag, en

d. de correctie op het basisbedrag voor subsidie voor 2015 vastgesteld op:

– voor wat betreft de energieprijs, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel a, van het besluit het in de zesde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag, en

– voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel b, van het besluit op € 0 per kWh.

1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6

Artikel regeling | Categorie | Basis-bedrag in eur/kWh | Vollasturen | Basisenergie-prijs in eur/kWh | Voorlopig correctie-bedrag 2015 in eur/kWh

artikel 22, onderdeel a | Allesvergisting (hernieuwbaar gas) | 0,063 | 8.000 | 0,020 | 0,025

artikel 22, onderdeel b | Vergisting en covergisting van dierlijke mest (hernieuwbaar gas) | 0,077 | 8.000 | 0,020 | 0,025

artikel 22, onderdeel c | Vergisting van meer dan 95% dierlijke mest (hernieuwbaar gas) | Vrije categorie | 8.000 | 0,020 | 0,025

Artikel 24 | AWZI/RWZI-groen gas | 0,034 | 8.000 | 0,020 | 0,025

artikel 26, eerste lid, onderdeel a | Verlengde levensduur allesvergisting (hernieuwbaar gas) | 0,064 | 8.000 | 0,020 | 0,025

artikel 26, eerste lid, onderdeel b | Verlengde levensduur vergisting en covergisting van dierlijke mest (hernieuwbaar gas) | 0,073 | 8.000 | 0,020 | 0,025

Artikel 28, eerste lid | Biomassavergassing (≥95% biogeen) | Vrije categorie | 7.500 | 0,020 | 0,025

2 Het basisbedrag wordt voor de toepassing van artikel 58, tweede lid, van het besluit, voor een productie-installatie als bedoeld in de artikelen 22, 24, en 26, eerste lid, vastgesteld op het in de derde kolom van de in het eerste lid opgenomen tabel genoemde bedrag, gedeeld door een correctiefactor van 0,785 en afgerond op drie decimalen achter de komma.

§ 5 — Maximaal aantal vollasturen, basiselektriciteits- en basisenergieprijzen, basisbedragen en correctiebedragen › § 5.3 — Hernieuwbare warmte en (gecombineerde) opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte

Artikel 61

Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt,

a. het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in artikel 44, eerste lid, van het besluit, voor de productie van hernieuwbare warmte en de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag,

b. voor de productie van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte het maximaal aantal vollasturen vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren,

c. de basisenergie- of basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 45, eerste lid of artikel 12, eerste lid, van het besluit, voor de productie van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, vastgesteld op het in de vijfde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag, en

d. De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel, worden voor 2015 vastgesteld op:

– voor wat betreft de energie- of elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdeel a of 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit het in de zesde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag, en

– voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdelen b en c of 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit op € 0 per kWh.

1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6

Artikel regeling | Categorie | Basis-bedrag in eur/kWh | Vollasturen | Basisprijs in eur/kWh | Voorlopig correctie-bedrag 2015 in eur/kWh

Artikel 56 | RWZI – Thermofiele gisting van secundair slib | 0,061 | 5.729 | 0,028 | 0,034

Artikel 6 | AWZI/RWZI – thermische drukhydrolyse | 0,095 | 8.000 | 0,036 | 0,043

Artikel 54, onderdeel a | Warmte allesvergisting | 0,053 | 7.000 | 0,027 | 0,033

Artikel 54, onderdeel c | Gecombineerde opwekking allesvergisting | 0,095 | 5.739 | 0,028 | 0,034

Artikel 54, onderdeel b | Warmte vergisting en covergisting van dierlijke mest | 0,074 | 7.000 | 0,027 | 0,033

Artikel 54, onderdeel d | Gecombineerde opwekking vergisting en covergisting van dierlijke mest | 0,113 | 5.732 | 0,028 | 0,034

Artikel 54, onderdeel e | Gecombineerde opwekking vergisting van meer dan 95% dierlijke mest | Vrije categorie | 8.000 | 0,036 | 0,043

Artikel 54, onderdeel f | Warmte vergisting van meer dan 95% dierlijke mest | 0,106 | 7.000 | 0,027 | 0,033

Artikel 36, onderdeel a | Geothermie warmte, diepte ≥ 500 meter | 0,052 | 5.500 | 0,016 | 0,019

Artikel 36, onderdeel b | Geothermie warmte, diepte ≥ 3.500 meter | 0,055 | 7.000 | 0,016 | 0,019

Artikel 38 | Geothermie, warmtekracht | 0,098 | 4.158 | 0,019 | 0,024

Artikel 46 | Zonthermie, apertuuroppervlakte ≥ 100 m2 | 0,137 | 700 | 0,049 | 0,055

Artikel 34, eerste lid onderdeel a | Bestaande capaciteit voor bij- en meestook | 0,108 | 5.839 | 0,036 | 0,043

Artikel 34, eerste lid, onderdeel b | Nieuwe capaciteit voor meestook | 0,115 | 7.000 | 0,036 | 0,043

Artikel 30, eerste lid, onderdeel a | Ketel op vaste of vloeibare biomassa, > 0,5 en < 5 MWth | 0,051 | 4.000 | 0,027 | 0,033

Artikel 30, eerste lid, onderdeel b | Ketel op vaste of vloeibare biomassa, ≥ 5 MWth | 0,043 | 7.000 | 0,016 | 0,019

Artikel 40, eerste lid | Ketel op vloeibare biomassa | 0,072 | 7.000 | 0,027 | 0,033

Artikel 32, eerste lid | Warmte, Industriële stoomproductie uit houtpellets | 0,054 | 7.000 | 0,016 | 0,019

Artikel 42, eerste lid, onderdeel a | Thermische conversie van biomassa, > 10 en ≤ 100 MWe | 0,084 | 7.500 | 0,019 | 0,023

Artikel 42, eerste lid, onderdeel b | Thermische conversie van biomassa, ≤ 10 MWe | 0,144 | 4.241 | 0,022 | 0,026

artikel 48, eerste lid, onderdeel a | Verlengde levensduur allesvergisting (WKK) | 0,087 | 5.855 | 0,029 | 0,034

artikel 48, eerste lid, onderdeel b | Verlengde levensduur vergisting en covergisting van dierlijke mest (WKK) | 0,102 | 5.855 | 0,029 | 0,034

Artikel 52, eerste lid, onderdeel a | Verlengde levensduur allesvergisting (warmte) | 0,058 | 7.000 | 0,016 | 0,019

Artikel 52, eerste lid, onderdeel b | Verlengde levensduur vergisting en covergisting van dierlijke mest (warmte) | 0,068 | 7.000 | 0,016 | 0,019

artikel 44, eerste lid, onderdeel a | Bestaande allesvergisting, uitbreiding warmte | 0,023 | 7.000 | 0,016 | 0,019

artikel 44, eerste lid, onderdeel b | Bestaande vergisting en covergisting van dierlijke mest, uitbreiding warmte | 0,030 | 4.000 | 0,000 | 0,000

artikel 44, eerste lid, onderdeel c | Bestaande thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa, uitbreiding warmte | 0,023 | 7.000 | 0,016 | 0,019

artikel 50, eerste lid, onderdeel a | Verlengde levensduur thermische conversie biomassa ≤ 50 MW | 0,064 | 4.429 | 0,023 | 0,028

artikel 50, eerste lid, onderdeel b | Verlengde levensduur thermische conversie biomassa ≤ 50 MW, 1 jaar MEP compensatie | 0,067 | 4.429 | 0,023 | 0,028

artikel 50, eerste lid, onderdeel c | Verlengde levensduur thermische conversie biomassa ≤ 50 MW, 2 jaar MEP compensatie | 0,069 | 4.429 | 0,023 | 0,028

artikel 50, eerste lid, onderdeel d | Verlengde levensduur thermische conversie biomassa ≤ 50 MW, 3 jaar MEP compensatie | 0,073 | 4.429 | 0,023 | 0,028

artikel 50, eerste lid, onderdeel e | Verlengde levensduur thermische conversie biomassa ≤ 50 MW, 4 jaar MEP compensatie | 0,077 | 4.429 | 0,023 | 0,028

artikel 50, eerste lid, onderdeel f | Verlengde levensduur thermische conversie biomassa ≤ 50 MW, 5 jaar MEP compensatie | 0,081 | 4.429 | 0,023 | 0,028

§ 6 — Overgangs- en slotbepalingen › § 6.1 — Wind op land overgangsbepalingen

Artikel 62

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie die niet is opgericht op een locatie waarvoor op het moment van aanvragen productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie staat of heeft gestaan met een hoger vermogen tenzij bij de vervanging van één of meerdere windturbines het vermogen per windturbine ten minste 1 MW toeneemt, en ten aanzien waarvan voor 1 januari 2015 een ontwerp-inpassingsplan of ontwerpbestemmingsplan ter inzage is gelegd of de aanvraag voor een omgevingsvergunning is ingediend.

§ 6 — Overgangs- en slotbepalingen › § 6.1 — Wind op land overgangsbepalingen

Artikel 63

1 Subsidie als bedoeld in artikel 62 wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld artikel 62 binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 6 — Overgangs- en slotbepalingen › § 6.1 — Wind op land overgangsbepalingen

Artikel 64

1 Voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 62 wordt voor de fase genoemd in de eerste kolom van onderstaande tabel:

a. periode waarbinnen de aanvragen binnen moeten zijn vastgesteld van de datum genoemd in de tweede kolom van onderstaande tabel tot de datum genoemd in de tweede kolom van onderstaande tabel van de daarop volgende fase, de negende fase eindigt op 17 december 2015, 17:00 uur,

b. het fasebedrag voor de subsidie, bedoeld in artikel 10 van het besluit, voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag,

1 | 2 | 3

Fase | Datum openstelling | Fasebedrag wind op land overgang

1 | 31 maart, 9:00 uur | € 0,0875/kWh

2 | 20 april, 17:00 uur | € 0,100/kWh

3 | 11 mei, 17:00 uur | € 0,1125/kWh

4 | 1 juni, 17:00 uur | n.v.t.

5 | 22 juni, 17:00 uur | n.v.t.

6 | 31 augustus, 17:00 uur | n.v.t.

7 | 21 september, 17:00 uur | n.v.t.

8 | 12 oktober, 17:00 uur | n.v.t.

9 | 9 november, 17:00 uur | n.v.t.

2 Voor de vergelijking van de fasebedragen, bedoeld in artikel 58, tweede lid, van het besluit bedraagt het fasebedrag het in de derde kolom van de in artikel 58 opgenomen tabel genoemde bedrag.

§ 6 — Overgangs- en slotbepalingen › § 6.1 — Wind op land overgangsbepalingen

Artikel 65

1 Voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 62 wordt,

a. het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, vastgesteld op € 0,1125 per kWh,

b. voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, het maximaal aantal vollasturen

– wanneer de aanvraag in de eerste fase is ingediend, vastgesteld op 2.800,

– wanneer de aanvraag in de tweede fase is ingediend, vastgesteld op 2.160, en

– wanneer de aanvraag in fase 3 tot en met 9 is ingediend, vastgesteld op 1.840,

c. voor de productie van hernieuwbare elektriciteit de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van het besluit, vastgesteld op € 0,037 per kWh, en

d. de correctie op het basisbedrag voor subsidie voor 2015:

– voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit, vastgesteld op € 0,048 per kWh, en

– voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit vastgesteld op € 0 per kWh.

2 Voor de vergelijking van de basisbedragen, bedoeld in artikel 58, tweede lid, van het besluit, wordt het basisbedrag voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 62, vastgesteld op 0,1125, gedeeld door een correctiefactor van 1,25.

§ 6 — Overgangs- en slotbepalingen › § 6.2 — Slotbepalingen

Artikel 66

De artikelen van deze regeling treden in werking op een door de minister nader te bepalen tijdstip, dat voor verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

§ 6 — Overgangs- en slotbepalingen › § 6.2 — Slotbepalingen

Artikel 67

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015.

Bijlage 1 — behorende bij artikel 2, vijfde lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015 › Uitvoeringsovereenkomst tot zekerheid van het aanvangen van de activiteiten ter zake waarvan meer dan € 400 miljoen subsidie is verleend op basis van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015

Uitvoeringsovereenkomst tot zekerheid van het aanvangen van de activiteiten ter zake waarvan meer dan € 400 miljoen subsidie is verleend op basis van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015

1. De Staat der Nederlanden, (hierna te noemen: de Staat), te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de Minister van Economische Zaken; en

2. ..... ....., gevestigd te ..... (hierna te noemen: Ondernemer);

.....

(hierna te samen ook te noemen: Partijen);

overwegen:

a. de Minister van Economische Zaken heeft blijkens een beschikking met kenmerk ....., hierna te noemen Beschikking, waarvan een kopie als Bijlage A bij deze overeenkomst is gevoegd aan de Ondernemer een subsidie verleend van meer dan € 400 miljoen op grond van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015 (hierna: Regeling).

b. de Beschikking bevat de opschortende voorwaarde dat binnen zes weken na afgifte van de beschikking de onderhavige uitvoeringsovereenkomst, hierna te noemen Uitvoeringsovereenkomst, tot stand is gekomen tussen de Staat en de subsidieaanvrager;

c. de Minister van Economische Zaken beoogt door middel van deze Uitvoeringsovereenkomst te verzekeren dat de Ondernemer de productie-installatie bedoeld in de Beschikking tijdig in gebruik zal nemen.

Partijen komen daartoe het volgende overeen:

Bijlage 1 — behorende bij artikel 2, vijfde lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015 › Uitvoeringsovereenkomst tot zekerheid van het aanvangen van de activiteiten ter zake waarvan meer dan € 400 miljoen subsidie is verleend op basis van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015 › Artikel 1 — Tijdige ingebruikname van de productie-installatie

Artikel 1 — Tijdige ingebruikname van de productie-installatie

De Ondernemer verplicht zich jegens de Staat de productie-installatie tijdig in gebruik te nemen en wel binnen de in artikel 61 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie bedoelde periode of, indien op grond van artikel 62, derde lid, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie een ontheffing is verleend, binnen de in de ontheffing opgenomen periode.

Bijlage 1 — behorende bij artikel 2, vijfde lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015 › Uitvoeringsovereenkomst tot zekerheid van het aanvangen van de activiteiten ter zake waarvan meer dan € 400 miljoen subsidie is verleend op basis van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015 › Artikel 2 — Inhoud en omvang van de garantie

Artikel 2 — Inhoud en omvang van de garantie

De Ondernemer verplicht zich om tot zekerheid voor de nakoming van de in artikel 1 bedoelde verplichting, alsmede de bij niet tijdige nakoming verschuldigde boetes, binnen acht weken nadat de Beschikking in werking is getreden ten behoeve van de Staat financiële zekerheid te stellen en gesteld houden voor een bedrag groot 2% van de maximale hoogte van de subsidie, bedoeld in de artikelen 16, 33 en 49 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie, door middel van de afgifte aan de Staat van een door een binnen de Europese Unie gevestigde bank afgegeven bankgarantie welke is opgemaakt onder gebruikmaking van het model bankgarantie.

Bijlage 1 — behorende bij artikel 2, vijfde lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015 › Uitvoeringsovereenkomst tot zekerheid van het aanvangen van de activiteiten ter zake waarvan meer dan € 400 miljoen subsidie is verleend op basis van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015 › Artikel 3 — Vrijval van de garantie

Artikel 3 — Vrijval van de garantie

1. De verplichting de in artikel 2 bedoelde bankgarantie te blijven stellen vervalt uitsluitend door het schriftelijk bericht van de Staat aan de Bank dat de verplichting geheel of gedeeltelijk is vervallen. De Ondernemer ontvangt een kopie van het bericht van verval.

2. Zodra de verplichting geheel is vervallen zal de Staat de bankgarantie retourneren aan de Ondernemer.

Bijlage 1 — behorende bij artikel 2, vijfde lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015 › Uitvoeringsovereenkomst tot zekerheid van het aanvangen van de activiteiten ter zake waarvan meer dan € 400 miljoen subsidie is verleend op basis van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015 › Artikel 4 — Boetes

Artikel 4 — Boetes

1. Indien de Ondernemer de productie-installatie niet binnen de in artikel 1 bedoelde periode in gebruik heeft genomen, is de Ondernemer aan de Staat bij wijze van boete een bedrag verschuldigd groot 0,2% van het beschikte bedrag enkel door het verloop van die termijn en zonder dat enige ingebrekestelling nodig is.

2. Indien de Ondernemer daarna nog in gebreke blijft met het tijdig in gebruik nemen van de productie-installatie is de Ondernemer maandelijks een boete van telkens 0,2% van de maximale hoogte van de subsidie, bedoeld in de artikelen 16, 33 en 49 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie, verschuldigd voor zover hij de productie-installatie op de eerste van elke volgende maand niet in gebruik heeft genomen.

3. De boetes bedoeld in het eerste en tweede lid, waarvan de som ten hoogste 2% van het beschikte bedrag bedraagt, zijn telkens verschuldigd voor het enkele verloop van de termijn en zonder dat enige ingebrekestelling nodig is.

4. De Ondernemer machtigt bij deze de Staat onherroepelijk tot het innen van de boetes door het inroepen van de bankgarantie voor het bedrag van de boete, telkens wanneer er een boete verschuldigd is geworden.

Bijlage 1 — behorende bij artikel 2, vijfde lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015 › Uitvoeringsovereenkomst tot zekerheid van het aanvangen van de activiteiten ter zake waarvan meer dan € 400 miljoen subsidie is verleend op basis van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015 › Artikel 5 — Aanvang en einde Uitvoeringsovereenkomst

Artikel 5 — Aanvang en einde Uitvoeringsovereenkomst

1. Deze Uitvoeringsovereenkomst treedt in werking door de ondertekening daarvan door de Partijen met dien verstande dat de inwerkingtreding wordt opgeschort totdat de Beschikking in werking is getreden en de Staat de Ondernemer daarvan schriftelijk bericht heeft gestuurd.

2. Deze Uitvoeringsovereenkomst eindigt van rechtswege door de teruggave van de bankgarantie door de Staat aan de Ondernemer.

Bijlage 1 — behorende bij artikel 2, vijfde lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015 › Uitvoeringsovereenkomst tot zekerheid van het aanvangen van de activiteiten ter zake waarvan meer dan € 400 miljoen subsidie is verleend op basis van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015 › Artikel 6 — Domiciliekeuze en berichtgevingen

Artikel 6 — Domiciliekeuze en berichtgevingen

1. De Staat kiest voor uitvoering van deze Uitvoeringsovereenkomst domicilie ten kantore van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, onderdeel van het Ministerie van Economische Zaken, Hanzelaan 310, 8017 JK Zwolle.

2. Onverminderd het bepaalde in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dienen alle mededelingen, aanzeggingen, verzoeken, toestemmingen en andere berichten uit hoofde van deze uitvoeringsovereenkomst schriftelijk te worden gedaan.

3. Mededelingen, aanzeggingen, verzoeken, toestemmingen en andere berichten die niet in overeenstemming met het tweede lid zijn gedaan blijven zonder rechtsgevolg.

4. De Staat is bevoegd eenzijdig van het bepaalde in het eerste lid af te wijken.

Bijlage 1 — behorende bij artikel 2, vijfde lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015 › Uitvoeringsovereenkomst tot zekerheid van het aanvangen van de activiteiten ter zake waarvan meer dan € 400 miljoen subsidie is verleend op basis van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015 › Artikel 7 — Rechtskeuze

Artikel 7 — Rechtskeuze

1. Op deze Uitvoeringsovereenkomst is uitsluitend Nederlands recht van toepassing.

2. Alle geschillen in verband met deze uitvoeringsovereenkomst of met afspraken die daarmee samenhangen zullen worden beslecht door de bevoegde rechter te Den Haag.

Bijlage 1 — behorende bij artikel 2, vijfde lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015 › Uitvoeringsovereenkomst tot zekerheid van het aanvangen van de activiteiten ter zake waarvan meer dan € 400 miljoen subsidie is verleend op basis van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015 › Artikel 8 — Citeertitel

Artikel 8 — Citeertitel

Deze Uitvoeringsovereenkomst wordt tussen partijen aangeduid als ‘Uitvoeringsovereenkomst duurzame energieproductie Staat/.....’.

Aldus overeengekomen en in tweevoud ondertekend

te .....

Ondernemer

te 's-Gravenhage op .....

De Minister van Economische Zaken

H.G.J. Kamp

Bijlage 1 — behorende bij artikel 2, vijfde lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015 › Uitvoeringsovereenkomst tot zekerheid van het aanvangen van de activiteiten ter zake waarvan meer dan € 400 miljoen subsidie is verleend op basis van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015 › Model bankgarantie

Model bankgarantie

DE ONDERGETEKENDE,

....., gevestigd te ....., hierna te noemen de ‘Bank’,

IN AANMERKING NEMENDE DAT:

A. ..... , gevestigd te ....., (hierna te noemen de Ondernemer) en de STAAT der NEDERLANDEN, (hierna te noemen: Staat), waarvan de zetel is gevestigd te Den Haag, te dezen vertegenwoordigd door ....., hierbij vertegenwoordigd door de Minister van Economische Zaken op ..... de ‘Uitvoeringsovereenkomst duurzame energieproductie Staat/.....’ (hierna: uitvoeringsovereenkomst) hebben getekend;

B. de Ondernemer volgens artikel 2 van de overeenkomst binnen acht weken nadat deze overeenkomst in werking is getreden ten behoeve van de Staat financiële zekerheid dient te stellen en gesteld houden voor een bedrag groot € .....,– door de afgifte aan de Staat van een door een bank afgegeven bankgarantie;

C. de Bank bereid is de desbetreffende bankgarantie ten gunste van de Staat te stellen onder de hierna te noemen voorwaarden.

VERKLAART ALS VOLGT

1. De Bank stelt zich hierbij als zelfstandige verbintenis tegenover de Staat onherroepelijk en onvoorwaardelijk garant voor al hetgeen de Staat van de Ondernemer op grond van de uitvoeringsovereenkomst te vorderen heeft tot een maximumbedrag van € .....,–.

2. Deze bankgarantie is een abstracte afroepgarantie. De Bank komt in geen geval een beroep toe op de onderliggende rechtsverhouding tussen de Staat en de Ondernemer als vervat in de Uitvoeringsovereenkomst.

3. De Bank zal op eerste schriftelijk verzoek van de Staat, zonder opgaaf van redenen te verlangen of nader bewijs te vragen, overgaan tot uitbetaling van al hetgeen de Ondernemer, volgens verklaring van de Staat, verschuldigd is uit hoofde van de Uitvoeringsovereenkomst.

4. Deze bankgarantie vervalt uitsluitend door het schriftelijk bericht van de Staat aan de Bank dat de verplichting geheel of gedeeltelijk is vervallen.

5. De Minister van Economische Zaken zendt de bankgarantie zo spoedig mogelijk nadat deze geheel is vervallen retour aan de Bank.

6. Op deze bankgarantie is uitsluitend Nederlands recht van toepassing. Alle geschillen die mochten ontstaan over of naar aanleiding van deze bankgarantie zullen worden beslecht door de bevoegde rechter te ’s-Gravenhage.

7. Indien deze bankgarantie dient te worden geretourneerd geschiedt dat door toezending aan adres: .....

Getekend te

op

De Bank

Bijlage 2 — behorende bij de artikelen 8, 10 en 12 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015

Bijlage 2 — behorende bij de artikelen 8, 10 en 12 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015 (deel 1)

Gemeentenaam | Provincie | Windcategorie

Ameland | Friesland | ≥ 8,0 m/s

Bergen (NH.) | Noord-Holland | ≥ 8,0 m/s

De Marne | Groningen | ≥ 8,0 m/s

Den Helder | Noord-Holland | ≥ 8,0 m/s

Dongeradeel | Friesland | ≥ 8,0 m/s

Eemsmond | Groningen | ≥ 8,0 m/s

Ferwerderadiel | Friesland | ≥ 8,0 m/s

Franekeradeel | Friesland | ≥ 8,0 m/s

Harlingen | Friesland | ≥ 8,0 m/s

het Bildt | Friesland | ≥ 8,0 m/s

Hollands Kroon | Noord-Holland | ≥ 8,0 m/s

Leeuwarderadeel | Friesland | ≥ 8,0 m/s

Menameradiel | Friesland | ≥ 8,0 m/s

Noordwijk | Zuid-Holland | ≥ 8,0 m/s

Schagen | Noord-Holland | ≥ 8,0 m/s

Schiermonnikoog | Friesland | ≥ 8,0 m/s

Súdwest-Fryslân | Friesland | ≥ 8,0 m/s

Terschelling | Friesland | ≥ 8,0 m/s

Texel | Noord-Holland | ≥ 8,0 m/s

Vlieland | Friesland | ≥ 8,0 m/s

Zandvoort | Noord-Holland | ≥ 8,0 m/s

Achtkarspelen | Friesland | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Alkmaar | Noord-Holland | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Appingedam | Groningen | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Bedum | Groningen | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Beemster | Noord-Holland | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Beverwijk | Noord-Holland | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Bloemendaal | Noord-Holland | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Castricum | Noord-Holland | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Dantumadiel | Friesland | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

De Friese Meren | Friesland | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Delfzijl | Groningen | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Drechterland | Noord-Holland | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Edam-Volendam | Noord-Holland | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Enkhuizen | Noord-Holland | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Goeree-Overflakkee | Zuid-Holland | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Grootegast | Groningen | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Heemskerk | Noord-Holland | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Heerenveen | Friesland | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Heerhugowaard | Noord-Holland | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Heiloo | Noord-Holland | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Hillegom | Zuid-Holland | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Hoorn | Noord-Holland | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Katwijk | Zuid-Holland | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Koggenland | Noord-Holland | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Kollumerland c.a. | Friesland | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Langedijk | Noord-Holland | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Leek | Groningen | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Leeuwarden | Friesland | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Lisse | Zuid-Holland | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Littenseradiel | Friesland | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Loppersum | Groningen | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Marum | Groningen | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Medemblik | Noord-Holland | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Noord-Beveland | Zeeland | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Noordoostpolder | Flevoland | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Noordwijkerhout | Zuid-Holland | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Oldambt | Groningen | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Opmeer | Noord-Holland | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Opsterland | Friesland | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Schouwen-Duiveland | Zeeland | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Slochteren | Groningen | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Smallingerland | Friesland | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Stede Broec | Noord-Holland | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Ten Boer | Groningen | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Tytsjerksteradiel | Friesland | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Uitgeest | Noord-Holland | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Urk | Flevoland | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Veere | Zeeland | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Velsen | Noord-Holland | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Wassenaar | Zuid-Holland | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Westland | Zuid-Holland | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Westvoorne | Zuid-Holland | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Winsum | Groningen | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Zeevang | Noord-Holland | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Zuidhorn | Groningen | ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Aa en Hunze | Drenthe | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Aalburg | Noord-Brabant | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Aalsmeer | Noord-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Aalten | Gelderland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Almere | Flevoland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Alphen aan den Rijn | Zuid-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Amstelveen | Noord-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Amsterdam | Noord-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Assen | Drenthe | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Bellingwedde | Groningen | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Binnenmaas | Zuid-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Bodegraven-Reeuwijk | Zuid-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Borger-Odoorn | Drenthe | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Borsele | Zeeland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Brielle | Zuid-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Coevorden | Drenthe | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Cromstrijen | Zuid-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Culemborg | Gelderland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Dalfsen | Overijssel | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

De Ronde Venen | Utrecht | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

De Wolden | Drenthe | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Delft | Zuid-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Diemen | Noord-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Dronten | Flevoland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Emmen | Drenthe | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Geldermalsen | Gelderland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Giessenlanden | Zuid-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Goes | Zeeland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Gouda | Zuid-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Groningen | Groningen | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Haarlem | Noord-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Haarlemmerliede en Spaarnwoude | Noord-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Haarlemmermeer | Noord-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Hardenberg | Overijssel | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Hardinxveld-Giessendam | Zuid-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Haren | Groningen | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Heemstede | Noord-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Hellevoetsluis | Zuid-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Hoogeveen | Drenthe | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Hoogezand-Sappemeer | Groningen | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Hulst | Zeeland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

IJsselstein | Utrecht | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Kaag en Braassem | Zuid-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Kampen | Overijssel | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Kapelle | Zeeland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Korendijk | Zuid-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Krimpenerwaard | Zuid-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Landsmeer | Noord-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Lansingerland | Zuid-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Leerdam | Zuid-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Leiden | Zuid-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Leiderdorp | Zuid-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Leidschendam-Voorburg | Zuid-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Lelystad | Flevoland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Lingewaal | Gelderland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Lopik | Utrecht | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Maassluis | Zuid-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Menterwolde | Groningen | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Meppel | Drenthe | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Middelburg | Zeeland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Midden-Delfland | Zuid-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Midden-Drenthe | Drenthe | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Moerdijk | Noord-Brabant | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Molenwaard | Zuid-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Montfoort | Utrecht | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Muiden | Noord-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Neerijnen | Gelderland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Nieuwkoop | Zuid-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Nissewaard | Zuid-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Noordenveld | Drenthe | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Oegstgeest | Zuid-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Oost Gelre | Gelderland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Ooststellingwerf | Friesland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Oostzaan | Noord-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Oud-Beijerland | Zuid-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Ouder-Amstel | Noord-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Oudewater | Utrecht | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Pekela | Groningen | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Pijnacker-Nootdorp | Zuid-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Purmerend | Noord-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Reimerswaal | Zeeland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Rijswijk | Zuid-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Rotterdam-West (wijk 17, 23 en 27) | Zuid-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

's-Gravenhage | Zuid-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Sluis | Zeeland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Stadskanaal | Groningen | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Staphorst | Overijssel | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Steenbergen | Noord-Brabant | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Steenwijkerland | Overijssel | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Stichtse Vecht | Utrecht | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Strijen | Zuid-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Terneuzen | Zeeland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Teylingen | Zuid-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Tholen | Zeeland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Tynaarlo | Drenthe | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Uithoorn | Noord-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Veendam | Groningen | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Vianen | Utrecht | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Vlagtwedde | Groningen | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Vlissingen | Zeeland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Voorschoten | Zuid-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Waddinxveen | Zuid-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Bijlage 2 — behorende bij de artikelen 8, 10 en 12 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015

Bijlage 2 — behorende bij de artikelen 8, 10 en 12 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015 (deel 2)

Waterland | Noord-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Weesp | Noord-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Westerveld | Drenthe | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Weststellingwerf | Friesland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Woerden | Utrecht | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Wormerland | Noord-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Woudrichem | Noord-Brabant | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Zaanstad | Noord-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Zaltbommel | Gelderland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Zederik | Zuid-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Zoetermeer | Zuid-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Zoeterwoude | Zuid-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Zuidplas | Zuid-Holland | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Zwartewaterland | Overijssel | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Zwolle | Overijssel | ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Alblasserdam | Zuid-Holland | < 7,0 m/s

Albrandswaard | Zuid-Holland | < 7,0 m/s

Almelo | Overijssel | < 7,0 m/s

Alphen-Chaam | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Amersfoort | Utrecht | < 7,0 m/s

Apeldoorn | Gelderland | < 7,0 m/s

Arnhem | Gelderland | < 7,0 m/s

Asten | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Baarle-Nassau | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Baarn | Utrecht | < 7,0 m/s

Barendrecht | Zuid-Holland | < 7,0 m/s

Barneveld | Gelderland | < 7,0 m/s

Beek | Limburg | < 7,0 m/s

Beesel | Limburg | < 7,0 m/s

Bergeijk | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Bergen (L.) | Limburg | < 7,0 m/s

Bergen op Zoom | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Berkelland | Gelderland | < 7,0 m/s

Bernheze | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Best | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Beuningen | Gelderland | < 7,0 m/s

Bladel | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Blaricum | Noord-Holland | < 7,0 m/s

Boekel | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Borne | Overijssel | < 7,0 m/s

Boxmeer | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Boxtel | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Breda | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Bronckhorst | Gelderland | < 7,0 m/s

Brummen | Gelderland | < 7,0 m/s

Brunssum | Limburg | < 7,0 m/s

Bunnik | Utrecht | < 7,0 m/s

Bunschoten | Utrecht | < 7,0 m/s

Buren | Gelderland | < 7,0 m/s

Bussum | Noord-Holland | < 7,0 m/s

Capelle aan den IJssel | Zuid-Holland | < 7,0 m/s

Cranendonck | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Cuijk | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

De Bilt | Utrecht | < 7,0 m/s

Deurne | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Deventer | Overijssel | < 7,0 m/s

Dinkelland | Overijssel | < 7,0 m/s

Doesburg | Gelderland | < 7,0 m/s

Doetinchem | Gelderland | < 7,0 m/s

Dongen | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Dordrecht | Zuid-Holland | < 7,0 m/s

Drimmelen | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Druten | Gelderland | < 7,0 m/s

Duiven | Gelderland | < 7,0 m/s

Echt-Susteren | Limburg | < 7,0 m/s

Ede | Gelderland | < 7,0 m/s

Eemnes | Utrecht | < 7,0 m/s

Eersel | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Eijsden-Margraten | Limburg | < 7,0 m/s

Eindhoven | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Elburg | Gelderland | < 7,0 m/s

Enschede | Overijssel | < 7,0 m/s

Epe | Gelderland | < 7,0 m/s

Ermelo | Gelderland | < 7,0 m/s

Etten-Leur | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Geertruidenberg | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Geldrop-Mierlo | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Gemert-Bakel | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Gennep | Limburg | < 7,0 m/s

Gilze en Rijen | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Goirle | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Gorinchem | Zuid-Holland | < 7,0 m/s

Grave | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Groesbeek | Gelderland | < 7,0 m/s

Gulpen-Wittem | Limburg | < 7,0 m/s

Haaksbergen | Overijssel | < 7,0 m/s

Haaren | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Halderberge | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Harderwijk | Gelderland | < 7,0 m/s

Hattem | Gelderland | < 7,0 m/s

Heerde | Gelderland | < 7,0 m/s

Heerlen | Limburg | < 7,0 m/s

Heeze-Leende | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Hellendoorn | Overijssel | < 7,0 m/s

Helmond | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Hendrik-Ido-Ambacht | Zuid-Holland | < 7,0 m/s

Hengelo | Overijssel | < 7,0 m/s

Heumen | Gelderland | < 7,0 m/s

Heusden | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Hilvarenbeek | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Hilversum | Noord-Holland | < 7,0 m/s

Hof van Twente | Overijssel | < 7,0 m/s

Horst aan de Maas | Limburg | < 7,0 m/s

Houten | Utrecht | < 7,0 m/s

Huizen | Noord-Holland | < 7,0 m/s

Kerkrade | Limburg | < 7,0 m/s

Krimpen aan den IJssel | Zuid-Holland | < 7,0 m/s

Laarbeek | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Landerd | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Landgraaf | Limburg | < 7,0 m/s

Laren | Noord-Holland | < 7,0 m/s

Leudal | Limburg | < 7,0 m/s

Leusden | Utrecht | < 7,0 m/s

Lingewaard | Gelderland | < 7,0 m/s

Lochem | Gelderland | < 7,0 m/s

Loon op Zand | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Losser | Overijssel | < 7,0 m/s

Maasdriel | Gelderland | < 7,0 m/s

Maasgouw | Limburg | < 7,0 m/s

Maastricht | Limburg | < 7,0 m/s

Meerssen | Limburg | < 7,0 m/s

Mill en Sint Hubert | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Montferland | Gelderland | < 7,0 m/s

Mook en Middelaar | Limburg | < 7,0 m/s

Naarden | Noord-Holland | < 7,0 m/s

Neder-Betuwe | Gelderland | < 7,0 m/s

Nederweert | Limburg | < 7,0 m/s

Nieuwegein | Utrecht | < 7,0 m/s

Nijkerk | Gelderland | < 7,0 m/s

Nijmegen | Gelderland | < 7,0 m/s

Nuenen, Gerwen en Nederwetten | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Nunspeet | Gelderland | < 7,0 m/s

Nuth | Limburg | < 7,0 m/s

Oirschot | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Oisterwijk | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Oldebroek | Gelderland | < 7,0 m/s

Oldenzaal | Overijssel | < 7,0 m/s

Olst-Wijhe | Overijssel | < 7,0 m/s

Ommen | Overijssel | < 7,0 m/s

Onderbanken | Limburg | < 7,0 m/s

Oosterhout | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Oss | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Oude IJsselstreek | Gelderland | < 7,0 m/s

Overbetuwe | Gelderland | < 7,0 m/s

Papendrecht | Zuid-Holland | < 7,0 m/s

Peel en Maas | Limburg | < 7,0 m/s

Putten | Gelderland | < 7,0 m/s

Raalte | Overijssel | < 7,0 m/s

Renkum | Gelderland | < 7,0 m/s

Renswoude | Utrecht | < 7,0 m/s

Reusel-De Mierden | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Rheden | Gelderland | < 7,0 m/s

Rhenen | Utrecht | < 7,0 m/s

Ridderkerk | Zuid-Holland | < 7,0 m/s

Rijnwaarden | Gelderland | < 7,0 m/s

Rijssen-Holten | Overijssel | < 7,0 m/s

Roerdalen | Limburg | < 7,0 m/s

Roermond | Limburg | < 7,0 m/s

Roosendaal | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Rotterdam (excl. wijk 17, 23 en 27) | Zuid-Holland | < 7,0 m/s

Rozendaal | Gelderland | < 7,0 m/s

Rucphen | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Scherpenzeel | Gelderland | < 7,0 m/s

Schiedam | Zuid-Holland | < 7,0 m/s

Schijndel | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Schinnen | Limburg | < 7,0 m/s

's-Hertogenbosch | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Simpelveld | Limburg | < 7,0 m/s

Sint Anthonis | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Sint-Michielsgestel | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Sint-Oedenrode | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Sittard-Geleen | Limburg | < 7,0 m/s

Sliedrecht | Zuid-Holland | < 7,0 m/s

Soest | Utrecht | < 7,0 m/s

Someren | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Son en Breugel | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Stein | Limburg | < 7,0 m/s

Tiel | Gelderland | < 7,0 m/s

Tilburg | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Tubbergen | Overijssel | < 7,0 m/s

Twenterand | Overijssel | < 7,0 m/s

Uden | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Utrecht | Utrecht | < 7,0 m/s

Utrechtse Heuvelrug | Utrecht | < 7,0 m/s

Vaals | Limburg | < 7,0 m/s

Valkenburg aan de Geul | Limburg | < 7,0 m/s

Valkenswaard | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Veenendaal | Utrecht | < 7,0 m/s

Veghel | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Veldhoven | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Venlo | Limburg | < 7,0 m/s

Venray | Limburg | < 7,0 m/s

Vlaardingen | Zuid-Holland | < 7,0 m/s

Voerendaal | Limburg | < 7,0 m/s

Voorst | Gelderland | < 7,0 m/s

Vught | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Waalre | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Waalwijk | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Wageningen | Gelderland | < 7,0 m/s

Weert | Limburg | < 7,0 m/s

Werkendam | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

West Maas en Waal | Gelderland | < 7,0 m/s

Westervoort | Gelderland | < 7,0 m/s

Wierden | Overijssel | < 7,0 m/s

Wijchen | Gelderland | < 7,0 m/s

Wijdemeren | Noord-Holland | < 7,0 m/s

Wijk bij Duurstede | Utrecht | < 7,0 m/s

Winterswijk | Gelderland | < 7,0 m/s

Woensdrecht | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Woudenberg | Utrecht | < 7,0 m/s

Zeewolde | Flevoland | < 7,0 m/s

Zeist | Utrecht | < 7,0 m/s

Zevenaar | Gelderland | < 7,0 m/s

Zundert | Noord-Brabant | < 7,0 m/s

Zutphen | Gelderland | < 7,0 m/s

Zwijndrecht | Zuid-Holland | < 7,0 m/s