wetzoeker

Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 9 december 2014, nr. HO&S/695142, houdende onder meer het vaststellen van de normbedragen in de Wet studiefinanciering 2000, de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten alsmede de Wet studiefinanciering BES voor het jaar 2015 (Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES, voor het jaar 2015)

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2026
Rechtsgebied
Onderwijsrecht
Ministerie
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
BWB-id
BWBR0035939
Versie
2026-01-01_0
SHA-256 bron
8f6a900c9f103eb9d386af5ad94d707a3fd939f946d132c2ef8950375a045092

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (26)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 5a
  7. Artikel 6
  8. Artikel 7
  9. Artikel 7a
  10. Artikel 8
  11. Artikel 8a
  12. Artikel 8b
  13. Artikel 8c
  14. Artikel 8d
  15. Artikel 9
  16. Artikel 10
  17. Artikel 11
  18. Artikel 12
  19. Artikel 13
  20. Artikel 14
  21. Artikel 15
  22. Artikel 16
  23. Artikel 17
  24. Artikel 18
  25. Artikel 19
  26. Artikel 20

Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

BSF 2000: Besluit studiefinanciering 2000;

BTOS: Besluit tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;

WSF 2000: Wet studiefinanciering 2000;

WSF BES: Wet studiefinanciering BES;

WTOS: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.

Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen

Artikel 2

1 Voor de toepassing van artikel 17, derde lid, van het BSF 2000 en artikel 5, derde lid, van het BTOS wordt onder indexcijfer van de cao-lonen verstaan: de reeks ‘CAO-lonen per maand inclusief bijzondere beloningen’, zoals die is berekend door het Centraal Bureau voor de Statistiek en is gepubliceerd in het Statistisch Bulletin. De van toepassing zijnde procentuele ontwikkeling is 6,33 procent.

2 Voor de toepassing van artikel 17, derde lid, van het BSF 2000, en artikel 5, derde lid, van het BTOS, wordt onder consumentenprijsindex verstaan: de reeks ‘consumentenprijsindex alle huishoudens’, zoals die is berekend door het Centraal Bureau voor de Statistiek en is gepubliceerd in het Statistisch Bulletin. De van toepassing zijnde procentuele ontwikkeling is 3,35 procent.

3 Voor de toepassing van artikel 8.1, tweede lid van de WSF BES wordt onder consumentenprijsindex verstaan: de index in de reeks ‘consumentenprijsindex Caribisch Nederland’ met de grootste procentuele stijging. De van toepassing zijnde procentuele ontwikkeling is 2,56 procent.

Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen

Artikel 3

1 Het rentepercentage, bedoeld in artikel 6.3, eerste lid, van de WSF 2000 zoals dat luidde voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel N, van de Wet herinvoering basisbeurs hoger onderwijs, wordt voor het jaar 2026 vastgesteld op 2,29 procent.

2 Het rentepercentage, bedoeld in artikel 6.3 van de WSF 2000, wordt voor het jaar 2026 vastgesteld op 2,33 procent.

3 Het rentepercentage, bedoeld in artikel 4.3 van de WSF BES, wordt voor het jaar 2026 vastgesteld op 2,29 procent.

Hoofdstuk 2 — Normen WSF 2000 en BSF 2000

Artikel 4

Vervallen

Hoofdstuk 2 — Normen WSF 2000 en BSF 2000

Artikel 5

Met ingang van 1 januari 2026 worden de bedragen, genoemd in artikel 3.9, tweede lid, van de WSF 2000, vastgesteld op € 23.152,70 onderscheidenlijk € 29.333,26.

Hoofdstuk 2 — Normen WSF 2000 en BSF 2000

Artikel 5a

1 Met ingang van 1 januari 2026 wordt het bedrag, genoemd in artikel 3.9a, onder a, van de WSF 2000, vastgesteld op € 20.750,30.

2 Met ingang van 1 januari 2026 wordt het bedrag, genoemd in artikel 3.9a, onder b, van de WSF 2000, vastgesteld op € 26.289,28.

Hoofdstuk 2 — Normen WSF 2000 en BSF 2000

Artikel 6

Vervallen

Hoofdstuk 2 — Normen WSF 2000 en BSF 2000

Artikel 7

Met ingang van 1 januari 2026 luiden de bedragen, genoemd in de overzichten 1, 2 en 3 van artikel 3.18 van de WSF 2000, als volgt:

Overzicht 1. Normbedragen voor de kosten van levensonderhoud

A. Beroepsonderwijs

Normbedrag thuiswonend | € 657,49

Normbedrag uitwonend | € 928,58

B. Hoger onderwijs

Normbedrag thuiswonend | € 936,46

Normbedrag uitwonend | € 1.130,77

Overzicht 2. Financieringsbronnen

A. Beroepsonderwijs

Basisbeurs (exclusief toeslag eenoudergezin)

• Thuiswonend | € 107,26

• uitwonend | € 350,03

Basislening

• thuis- en uitwonend | € 233,65

Maximale aanvullende beurs/lening of veronderstelde ouderlijke bijdrage1

• thuiswonend | € 316,58

• uitwonend | € 344,90

B. Hoger onderwijs

Basisbeurs

• Thuiswonend | € 130,21

• Uitwonend | € 324,52

Basislening | € 315,17

Maximale aanvullende beurs/lening of veronderstelde ouderlijke bijdrage | € 491,08

1 Voor mbo-studenten die lesgeld verschuldigd zijn, wordt de maximale aanvullende beurs/lening ingevolge artikel 3.2, derde lid, van de Wet studiefinanciering 2000 vanaf 1 januari 2026 verhoogd met € 121,50 en per 1 augustus 2026 met € 125,92 per maand.

Overzicht 3. Aanvullende financieringsbron

Hoger onderwijs | Beroepsonderwijs

Toeslag eenoudergezin | € 327,15 | € 327,15

Hoofdstuk 2 — Normen WSF 2000 en BSF 2000

Artikel 7a

1 Met ingang van 1 januari 2026 wordt het bedrag, genoemd in artikel 3.27, tweede lid, onder a, van de WSF 2000, vastgesteld op € 96,09.

2 Met ingang van 1 januari 2026 wordt het bedrag, genoemd in artikel 3.27, tweede lid, onder b, van de WSF 2000, vastgesteld op € 192,21.

Hoofdstuk 2 — Normen WSF 2000 en BSF 2000

Artikel 8

Met ingang van 1 januari 2026 wordt het bedrag, genoemd in de artikelen 4.7, derde lid, 4.18, tweede lid, en 5.2, vierde lid, van de WSF 2000, vastgesteld op € 1.213,95.

Hoofdstuk 2 — Normen WSF 2000 en BSF 2000

Artikel 8a

Met ingang van 1 januari 2026 wordt het bedrag, genoemd in artikel 6.2a, tweede lid, van de WSF 2000, zoals dat luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel M, van de Wet herinvoering basisbeurs hoger onderwijs, vastgesteld op € 1.628,53.

Hoofdstuk 2 — Normen WSF 2000 en BSF 2000

Artikel 8b

Met ingang van 1 januari 2026 luiden de bedragen, genoemd in artikel 12.14, tweede lid, van de WSF 2000, als volgt:

thuiswonende | uitwonende

a. maandbedrag als bedoeld in overzicht 1 van artikel 3.18 | € 859,63 | € 1.130,77

b. basisbeurs als bedoeld in overzicht 2 van artikel 3.18 | € 136,07 | € 378,82

c. maximale aanvullende beurs of lening als bedoeld in overzicht 2 van artikel 3.18 | € 334,37 | € 362,76

d. basislening als bedoeld in overzicht 2 van artikel 3.18 | € 389,19 | € 389,19

Hoofdstuk 2 — Normen WSF 2000 en BSF 2000

Artikel 8c

Met ingang van 1 januari 2026 wordt het bedrag, genoemd in artikel 12.15, derde lid, van de WSF 2000, vastgesteld op € 2.167,34.

Hoofdstuk 2 — Normen WSF 2000 en BSF 2000

Artikel 8d

Met ingang van 1 januari 2026 wordt het bedrag, genoemd in artikel 12.30, derde lid, van de WSF 2000, vastgesteld op € 35,31.

Hoofdstuk 3 — Normen WTOS

Artikel 9

Met ingang van schooljaar 2026–2027 wordt het grensbedrag draagkracht, bedoeld in artikel 2.23, tweede lid, van de WTOS, vastgesteld op € 45.686,11.

Hoofdstuk 3 — Normen WTOS

Artikel 10

Met ingang van 1 januari 2026 wordt de hoogte van de basistoelage per kalendermaand, bedoeld in artikel 4.3 van de WTOS, als volgt vastgesteld:

a. € 147,65 voor een thuiswonende leerling;

b. € 344,26 voor een uitwonende leerling.

Hoofdstuk 3 — Normen WTOS

Artikel 11

Met ingang van schooljaar 2026–2027 luiden de bedragen van de tegemoetkoming schoolkosten, bedoeld in artikel 4.6 van de WTOS, als volgt:

Overzicht bedragen tegemoetkoming schoolkosten per maand 2026–2027

a. onderbouw op grond van de WVO bekostigd onderwijs | € 104,11

b. bovenbouw op grond van de WVO bekostigd onderwijs | € 113,98

c. onderbouw niet volledig en rechtstreeks bekostigd vo | € 142,53

d. bovenbouw niet volledig en rechtstreeks bekostigd vo | € 152,47

e. speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs | € 69,15

f. voortgezet algemeen volwassenen onderwijs (vavo) | € 152,47

Hoofdstuk 3 — Normen WTOS

Artikel 12

Met ingang van schooljaar 2026–2027 wordt de tegemoetkoming schoolkosten, bedoeld in artikel 5.4 van de WTOS, vastgesteld op € 959,01.

Hoofdstuk 3 — Normen WTOS

Artikel 13

Met ingang van schooljaar 2026–2027 luiden de bedragen van de tegemoetkoming schoolkosten, bedoeld in de overzichten 1 en 2 van artikel 5.10 van de WTOS, als volgt:

Overzicht 1. Onderwijs gedurende gehele schooljaar of geen onderwijs meer vanaf 1 januari

Aantal minuten per week | Schoolkosten

540 of meer | € 410,34

540 of meer en voor 1 januari 270 tot 540 | € 205,17+ € 205,17 naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd

270 tot 540 | € 276,45

270 tot 540 en voor 1 januari minder dan 270 | € 138,23 + € 138,23 naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd

minder dan 270 | Nihil

Overzicht 2. Geen onderwijs meer volgen na 30 september en voor 1 januari

Aantal minuten per week | Schoolkosten

540 of meer | € 205,17

540 of meer en voor 1 januari 270 tot 540 | € 102,59 + € 102,59 naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd

270 tot 540 | € 138,23

270 tot 540 en voor 1 januari minder dan 270 | € 69,12 + € 69,12 naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd

Minder dan 270 | Nihil

Hoofdstuk 3 — Normen WTOS

Artikel 14

Vervallen

Hoofdstuk 4 — Normen WSF BES

Artikel 15

Met ingang van 1 januari 2026 luiden de bedragen, bedoeld in artikel 2.2 van de WSF BES, als volgt:

Bedragen studiefinanciering BES:

I. Onderwijstype | II. Plaats opleiding | III. Prestatiebeurs of gift per maand | IV. Lening tijdens prestatiebeurs per maand | V. Lening na prestatiebeurs per maand

Beroepsonderwijs | Eigen openbaar lichaam | USD 94,61 | USD 189,22 | USD 283,83

Ander openbaar lichaam, Aruba, Curaçao, Sint Maarten | USD 307,45 | USD 614,90 | USD 922,35

Overig deel Caribische regio | USD 472,97 | USD 945,94 | USD 1.418,91

Verenigde Staten van Amerika en Canada | USD 648,81 | USD 1.297,62 | USD 1.946,43

Hoger onderwijs | Eigen openbaar lichaam | USD 177,36 | USD 354,72 | USD 532,08

Ander openbaar lichaam, Aruba, Curaçao, Sint Maarten | USD 354,71 | USD 709,42 | USD 1.064,13

Overig deel Caribische regio | USD 472,97 | USD 945,94 | USD 1.418,91

Verenigde Staten van Amerika en Canada | USD 648,81 | USD 1.297,62 | USD 1.946,43

Bedragen opstarttoelage BES:

I. Onderwijstype | II. Plaats opleiding | III. Prestatiebeurs | IV. Lening

Beroepsonderwijs opleiding niveau 3 of 4 en hoger onderwijs | Europees deel van Nederland | USD 3.264,99 | USD 6.529,98

Hoofdstuk 5 — Wijziging bedragen in andere regelingen

Artikel 16

Vervallen

Hoofdstuk 5 — Wijziging bedragen in andere regelingen

Artikel 17

Vervallen

Hoofdstuk 5 — Wijziging bedragen in andere regelingen

Artikel 18

Vervallen

Hoofdstuk 6 — Slotbepalingen

Artikel 19

Vervallen

Hoofdstuk 6 — Slotbepalingen

Artikel 20

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES.