wetzoeker

Artikel 3.2 Regeling aanmelding en toelating hoger onderwijs

Aanvullende eisen voor opleidingen, opleidingen op het gebied van de kunst en lerarenopleidingen op het gebied van de kunst

1 De opleidingen waarvoor aanvullende eisen gelden, die verband houden met de organisatie en inrichting van het onderwijs zijn opgenomen in bijlage E.

2 De minister neemt op een aanvraag van het betreffende instellingsbestuur, of de betreffende instellingsbesturen gezamenlijk als het betreft alle opleidingen met dezelfde naam, een opleiding op in bijlage E, indien met de aanvraag is aangetoond, dat:

a. de opleiding zich onderscheidt door een specifiek onderwijsconcept,

b. objectieve gronden het stellen van aanvullende eisen voor toelating tot de opleiding noodzakelijk maken in verband met het tot zijn recht komen van het onderwijsconcept,

c. de aanvullende eisen geen betrekking hebben op een bepaald vakgebied of discipline, en

d. het stellen van de aanvullende eisen geen afbreuk doet aan de toegankelijkheid van het betreffende hoger onderwijs.

3 De gronden bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, worden in bijlage E bij de opleiding vermeld.

4 Bij de aanvraag legt het instellingsbestuur een door de NVAO opgesteld advies met betrekking tot de in het tweede lid, onderdeel a tot en met c genoemde voorwaarden over.

5 Een aanvraag wordt ingediend uiterlijk op 1 mei van het kalenderjaar voorafgaand aan het studiejaar waarvoor de aanvullende eisen voor het eerst zullen gelden.

6 Het instellingsbestuur maakt tijdig de criteria bekend die op basis van de gronden bedoeld in het tweede lid, onderdeel b zijn vastgesteld, alsmede de procedure voor selectie van de kandidaten.

Regeling
Regeling aanmelding en toelating hoger onderwijs
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-09-2026
BWB-id
BWBR0035059
Versie
2026-09-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl