wetzoeker

Artikel 3.1 Regeling aanmelding en toelating hoger onderwijs

Aanvullende eisen voor opleidingen, opleidingen op het gebied van de kunst en lerarenopleidingen op het gebied van de kunst

1 De opleidingen waarvoor aanvullende eisen gelden, die verband houden met de uitoefening van een beroep of de beroepen waarop zij voorbereiden, zijn opgenomen in bijlage D.

2 De minister neemt, al dan niet op een aanvraag, een opleiding op in de in het eerste lid bedoelde bijlage, als:

a. objectieve gronden in verband met de toekomstige beroepsuitoefening het stellen van de aanvullende eisen voor toelating tot deze opleiding rechtvaardigen,

b. de aanvullende eisen geen betrekking hebben op een bepaald vakgebied of discipline, en

c. het stellen van de aanvullende eisen geen afbreuk doet aan de toegankelijkheid van het betreffende hoger onderwijs.

3 De gronden bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, worden in bijlage D bij de betreffende opleiding vermeld.

4 Een aanvraag als bedoeld in het tweede lid kan worden ingediend door het instellingsbestuur of, indien het een opleiding betreft die door meerdere instellingen wordt verzorgd, de betreffende instellingsbesturen gezamenlijk. In de aanvraag wordt gemotiveerd aangevoerd waarom wordt voldaan aan de in het tweede lid opgesomde voorwaarden.

5 Een aanvraag wordt ingediend uiterlijk op 1 mei van het kalenderjaar voorafgaand aan het studiejaar waarvoor de aanvullende eisen voor het eerst zullen gelden.

6 Het instellingsbestuur maakt tijdig de criteria bekend, die op basis van de gronden bedoeld in het tweede lid, onderdeel a zijn vastgesteld, alsmede de procedure voor selectie van de aspirant-studenten.

Regeling
Regeling aanmelding en toelating hoger onderwijs
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-09-2026
BWB-id
BWBR0035059
Versie
2026-09-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl