wetzoeker

Artikel 8 Besluit rechtspositie College voor de rechten van de mens

Rechtspositie van de leden en plaatsvervangende leden

1 Indien de voorzitter van het College wegens ziekte of om andere redenen verhinderd is zijn werkzaamheden te verrichten, geeft hij daarvan zo spoedig mogelijk kennis aan Onze Minister. Indien een ander lid verhinderd is zijn werkzaamheden te verrichten, geeft hij daarvan zo spoedig mogelijk kennis aan de voorzitter.

2 Ten aanzien van de leden van het College is hetgeen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren, is bepaald met betrekking tot bedrijfsgeneeskundige begeleiding alsmede rechten en verplichtingen bij ziekte en arbeidsongeschiktheid van overeenkomstige toepassing. De bevoegdheden die op grond van de eerste volzin van overeenkomstige toepassing zijn, worden uitgeoefend door de voorzitter van het College.

Regeling
Besluit rechtspositie College voor de rechten van de mens
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-01-2020
BWB-id
BWBR0031966
Versie
2020-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl