wetzoeker

Artikel 2 Besluit rechtspositie College voor de rechten van de mens

Rechtspositie van de leden en plaatsvervangende leden

1 Een lid of een plaatsvervangend lid van het College legt voorafgaand aan de datum van indiensttreding de eed of belofte af volgens het formulier zoals dat is vastgesteld in de bijlage bij dit besluit.

2 De voorzitter van het College legt de eed of belofte af ten overstaan van Onze Minister. De andere leden en de plaatsvervangende leden van het College leggen de eed of belofte af ten overstaan van de voorzitter van het College.

3 Het formulier, bedoeld in het eerste lid, wordt na het afleggen van de eed of belofte ondertekend door het lid of plaatsvervangend lid van het College en degene te wiens overstaan de eed of belofte is afgelegd.

Regeling
Besluit rechtspositie College voor de rechten van de mens
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-01-2020
BWB-id
BWBR0031966
Versie
2020-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl