wetzoeker

Epilepsie Regeling spoorwegpersoneel 2011

Zowel bij de initiële keuring, als na elk grand mal insult, moet er een neuropsychologisch onderzoek plaatsvinden om de cognitieve vaardigheden te laten (her)beoordelen om vast te stellen of betrokkene aan de veiligheidseisen voldoet. Ook minder opvallende epileptische fenomenen zoals ‘absences’ (kortdurende epilepsieaanvallen met bewustzijnsdaling of -verlies zonder trekkingen) zijn riskant omdat ze niet direct opvallen en toch kunnen leiden tot niet tijdig en adequaat waarnemen en reageren op veiligheidskritische signalen, waardoor riskante situaties op het spoor kunnen ontstaan. Omdat absences zich feitelijk altijd al in de jeugd manifesteren zal dit gegeven bekend worden tijdens afname van de anamnese (Wegrakingen gehad?). Het beleid is conform het algemene beleid bij epilepsie.

Naast deze diagnosegebonden twijfel over veiligheidsgeschiktheid voor de functie van treindienstleider, is het bij epilepsie gebruikelijk medicatie voor te schrijven ter beteugeling van insulten. Alle medicijnen in dit domein vallen onder de ICADTS categorieën II of III (zie hoofdstuk Geneesmiddelen, alcohol en drugs), met effect op de veiligheidsgeschiktheid vergelijkbaar met een alcohol niveau van resp 0,5–0,8 en >0,8 promille alcohol. Gebruik van medicatie vallend onder ICADTS categorie III is onverenigbaar met de functie van treindienstleider.

De combinatie van epilepsie behandeld met medicatie vallend onder categorie II maakt betrokkene bij een initiële veiligheidskeuring ongeschikt. Bij een periodieke keuring kan hiervan worden afgeweken, mits betrokkene bij het dan ook verplicht te herhalen PO goed scoort. Indien ondanks de medicatie epileptische aanvallen optreden moet advies gevraagd worden aan de arts-deskundige.

Regeling
Regeling spoorwegpersoneel 2011
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-04-2019
BWB-id
BWBR0030563
Versie
2019-04-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl