wetzoeker

Artikel 21 Reglement Klachtencommissie rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring

1. Een klacht is onder meer kennelijk ongegrond indien zonder nader onderzoek kan worden vastgesteld:

a. dat de rechtsbijstandverlener al hierom geen verwijt treft, omdat er geklaagd wordt over feiten of omstandigheden die overduidelijk geheel buiten zijn of haar invloedssfeer liggen;

b. dat het verwijt van geringe ernst is, èn de verweten gedraging het verloop van de asielprocedure of de situatie van de vreemdeling in bewaring verblijvende vreemdeling, dan wel de beroepsprocedure waarin de rechtsbijstandverlener voor de vreemdeling is opgetreden, redelijkerwijs niet heeft kunnen beïnvloeden;

c. de feiten en omstandigheden waarop de klacht gestoeld is, overduidelijk niet hebben plaatsgevonden.

2. Een klacht is onder meer kennelijk niet-ontvankelijk indien:

a. deze niet binnen de in artikel 17 genoemde termijn is ingediend;

b. deze niet de personalia van de klager en/of zijn woon- of verblijfplaats bevat;

c. deze geen betrekking heeft op asielrechtsbijstand of de rechtsbijstand aan vreemdelingen in bewaring, zoals omschreven in artikel 4;

d. deze niet is gericht tegen een rechtsbijstandverlener als omschreven in artikel 3.

3. Bij de verzuimen bedoeld in lid 2 onder a. en b. wordt de klager in de gelegenheid gesteld deze te herstellen binnen een termijn van twee weken nadat hij daartoe in gelegenheid is gesteld is gesteld.

Regeling
Reglement Klachtencommissie rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
01-07-2011
BWB-id
BWBR0030197
Versie
2011-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl