wetzoeker

Reglement Klachtencommissie rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring

Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
01-07-2011
Rechtsgebied
Procesrecht
Ministerie
Raad voor Rechtsbijstand
BWB-id
BWBR0030197
Versie
2011-07-01_0
SHA-256 bron
35f53ba221882ee2ee2fcab8385c1ecd0a08c7f62cb7052c282e0b22c1cc0090

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (38)
  1. Klachtencommissie rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring (KRAV)
  2. Artikel 1
  3. Artikel 2
  4. Artikel 3
  5. Artikel 4
  6. Artikel 5
  7. Artikel 6
  8. Artikel 7
  9. Artikel 8
  10. Artikel 9
  11. Artikel 10
  12. Artikel 11
  13. Artikel 12
  14. Artikel 13
  15. Artikel 14
  16. Artikel 15
  17. Artikel 16
  18. Artikel 17
  19. Artikel 18
  20. Artikel 19
  21. Artikel 20
  22. Artikel 21
  23. Artikel 22
  24. Artikel 23
  25. Artikel 24
  26. Artikel 25
  27. Artikel 26
  28. Artikel 27
  29. Artikel 28
  30. Artikel 29
  31. Artikel 30
  32. Artikel 31
  33. Artikel 32
  34. Artikel 33
  35. Artikel 34
  36. Artikel 35
  37. Artikel 36
  38. Artikel 37

Tekst

Een commissie in te stellen voor de behandeling van klachten en het doen van ambtshalve onderzoek betreffende de rechtsbijstandverlening door individuele rechtsbijstandverleners aan asielzoekers en vreemdelingen in bewaring alsmede het naar aanleiding hiervan geven van advies tot het treffen van een maatregel.

In het aangehechte reglement is de samenstelling en de werkwijze van de KRAV geregeld.

De Commissies Rechtsbijstand Asiel (en Vreemdelingenbewaring) worden opgeheven met ingang van de inwerkingtreding van dit reglement. De op deze Commissies betrekking hebbende reglementen en andere regelgeving wordt bij gelijke datum ingetrokken.

Bijlage › Klachtencommissie rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring (KRAV)

Klachtencommissie rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring (KRAV)

A. Algemene bepalingen.

B. Samenstelling en werkwijze KRAV.

C. Regeling voor de behandeling van klachten en ambtshalve onderzoek door de KRAV.

D. Publicatie en verslaglegging.

Bijlage › Klachtencommissie rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring (KRAV) › A — Algemene bepalingen › Artikel 1

Artikel 1

Mede ter uitvoering van artikel 8 van de Wet op de Rechtsbijstand heeft het bestuur van de Raad voor de Rechtsbijstand (hierna: de Raad) een Klachtencommissie Rechtsbijstand Asiel en Vreemdelingenbewaring (hierna te noemen: KRAV) ingesteld.

De KRAV zetelt te Utrecht.

Bijlage › Klachtencommissie rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring (KRAV) › A — Algemene bepalingen › Artikel 2

Artikel 2

De KRAV kan naar aanleiding van een klacht, dan wel ambtshalve, besluiten om op grond van concrete feiten of omstandigheden een onderzoek in te stellen naar de taakuitoefening van rechtsbijstandverleners die ten tijde van de gewraakte gedraging zijn toegelaten tot de verlening van rechtsbijstand aan asielzoekers en vreemdelingen in bewaring. In de daarvoor in aanmerking komende gevallen adviseert de KRAV de Raad tot het treffen van een maatregel.

Bijlage › Klachtencommissie rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring (KRAV) › A — Algemene bepalingen › Artikel 3

Artikel 3

Onder asielrechtsbijstand wordt verstaan de door een toegelaten rechtsbijstandverlener in het kader van een asielaanvraag en de daarmee verband houdende procedures verleende juridische bijstand, alsmede in dit kader verrichte advieswerkzaamheden.

Onder rechtsbijstand aan vreemdelingen in bewaring wordt verstaan de door een toegelaten rechtsbijstandverlener aan in bewaring gestelde vreemdelingen en in het kader van het vreemdelingenpiket en de daarmee verband houdende procedures verleende juridische bijstand, alsmede de in dit kader verrichte advieswerkzaamheden.

Bijlage › Klachtencommissie rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring (KRAV) › A — Algemene bepalingen › Artikel 4

Artikel 4

De KRAV informeert terzake van de uitoefening van haar taken, zoals geformuleerd in de artikelen 2 en 3, de Landelijke Adviescommissie Rechtsbijstand Asiel en Vreemdelingenbewaring (verder: de LARAV) jaarlijks, of zoveel vaker als nodig is, omtrent de in haar opvatting relevante algemene aspecten van de kwaliteit van de rechtsbijstand in asiel en vreemdelingenbewaringszaken.

Bijlage › Klachtencommissie rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring (KRAV) › B — Samenstelling en werkwijze KRAV › Artikel 5

Artikel 5

1. De KRAV bestaat uit:

a. Een voorzitter en een vice-voorzitter,die rechtstreeks zonder te zijn voorgedragen door de Raad zijn benoemd;

b. Advocaat-leden, die na te zijn voorgedragen door de Nederlandse Orde van Advocaten, door de Raad zijn benoemd. De Raad kan voor deze advocaatleden plaatsvervangers benoemen, eveneens voor te dragen voor de Nederlandse Orde van Advocaten;

c. Een lid en een plaatsvervangend lid, die door de Raad zijn benoemd uit de kring van de LARAV, alsmede

d. Een lid en een plaatsvervangend lid die, na te zijn voorgedragen door VluchtelingenWerk Nederland, door de Raad zijn benoemd.

2. Alle leden zijn in de uitoefening van hun taak in het kader van de KRAV onafhankelijk, en functioneren in zoverre zonder last of ruggespraak.

Bijlage › Klachtencommissie rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring (KRAV) › B — Samenstelling en werkwijze KRAV › Artikel 6

Artikel 6

1. De leden van de KRAV worden benoemd voor een periode van vier jaar.

2. Aftredende leden zijn éénmaal herbenoembaar voor een nieuwe periode van vier jaar.

Bijlage › Klachtencommissie rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring (KRAV) › B — Samenstelling en werkwijze KRAV › Artikel 7

Artikel 7

1. De KRAV wordt voorgezeten door de voorzitter of de vicevoorzitter.

2. De KRAV heeft een secretaris. De secretaris neemt niet deel aan de besluitvorming.

3. De Raad kan een adjunct-secretaris benoemen.

4. De voorzitter, de vice-voorzitter, de overige leden en plaatsvervangende leden van de KRAV, alsmede haar secretaris en adjunt-secretaris, worden benoemd en ontslagen door Raad.

Bijlage › Klachtencommissie rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring (KRAV) › B — Samenstelling en werkwijze KRAV › Artikel 8

Artikel 8

De KRAV komt tenminste éénmaal per jaar voltallig bijeen, en overigens zo vaak als nodig.

Bijlage › Klachtencommissie rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring (KRAV) › B — Samenstelling en werkwijze KRAV › Artikel 9

Artikel 9

Een voor het onderzoek van klachten fungerende commissie is samengesteld uit:

a. De voorzitter of de vice voorzitter;

b. drie personen, genoemd artikel 5 eerste lid, onder b;

c. een van de personen genoemd in artikel 5, eerste lid onder c of d;

Bijlage › Klachtencommissie rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring (KRAV) › B — Samenstelling en werkwijze KRAV › Artikel 10

Artikel 10

De in artikel 9 bedoelde commissies behandelen klachten met betrekking tot rechtsbijstandverleners die ingeschreven zijn bij de Raad voor Rechtsbijstand en die toegelaten zijn tot de rechtsbijstandverlening aan asielzoekers en in bewaring gestelde vreemdelingen. Tevens stelt de KRAV zo nodig ambtshalve onderzoek in terzake van de wijze waarop de rechtsbijstandverleners die tot de hiervoor genoemde groepen behoren hun taak hebben vervuld. Naar aanleiding van de behandelde klachten en ingestelde onderzoeken brengt zij aan de Raad advies uit.

Bijlage › Klachtencommissie rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring (KRAV) › B — Samenstelling en werkwijze KRAV › Artikel 11

Artikel 11

Klachtwaardig is in beginsel elk handelen of nalaten van een rechtsbijstandverlener dat in strijd is met de voor een behoorlijke asielrechtsbijstand en rechtsbijstand aan in bewaring gestelde vreemdelingen geldende normen van beroepsuitoefening.

Bij de beoordeling van klachten en het ambtshalve in te stellen onderzoeken neemt de KRAV mede tot richtsnoer wat dienaangaande is opgenomen in de publicatie ‘Bij de hand in asielzaken’ en de Best Practice Guide over Vreemdelingenbewaring.

Bijlage › Klachtencommissie rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring (KRAV) › B — Samenstelling en werkwijze KRAV › Artikel 12

Artikel 12

De voorzitter, de leden van de KRAV, haar secretaris, en zij die de KRAV administratief ondersteunen, en hun plaatsvervangers zijn verplicht tot geheimhouding van alle hen in het kader van hun werk voor de KRAV bekend geworden gegevens waarvan zij het vertrouwelijke karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden.

Bijlage › Klachtencommissie rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring (KRAV) › C — Regeling voor de behandeling van klachten en ambtshalve onderzoek door de KRAV › Artikel 13

Artikel 13

Het horen als bedoeld in artikel 26, en het uitbrengen van advies als bedoeld in dat artikel, geschiedt door de fungerende commissie die met het onderzoek is belast.

Bijlage › Klachtencommissie rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring (KRAV) › C — Regeling voor de behandeling van klachten en ambtshalve onderzoek door de KRAV › Artikel 14

Artikel 14

Het instellen van een onderzoek naar de taakuitoefening door een advocaat laat de mogelijkheid onverlet dat de commissie de klager tevens naar de bevoegde Deken van de Orde van Advocaten verwijst, dan wel ambtshalve aan die Deken verzoekt terzake een onderzoek in te stellen.

Bijlage › Klachtencommissie rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring (KRAV) › C — Regeling voor de behandeling van klachten en ambtshalve onderzoek door de KRAV › Verschoning › Artikel 15

Artikel 15

Elk van de leden van de KRAV kan zich verschonen op grond van feiten of omstandigheden, waardoor zijn onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

Bijlage › Klachtencommissie rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring (KRAV) › C — Regeling voor de behandeling van klachten en ambtshalve onderzoek door de KRAV › Behandeling van klachten › Artikel 16

Artikel 16

Bevoegd tot het indienen van een klacht tegen een rechtsbijstandverlener is ieder aan wie asielrechtsbijstand of rechtsbijstand in het kader van de vreemdelingenbewaring is of wordt verleend alsmede diens vroegere of huidige (rechts)hulpverlener. Indien de bijstand in de klachtprocedure wordt verleend door anderen, is de KRAV bevoegd een machtiging te verlangen.

Bijlage › Klachtencommissie rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring (KRAV) › C — Regeling voor de behandeling van klachten en ambtshalve onderzoek door de KRAV › Behandeling van klachten › Artikel 17

Artikel 17

1. Een klacht over een rechtsbijstandverlener wordt uiterlijk binnen één jaar nadat de gewraakte gedraging heeft plaatsgevonden schriftelijk bij de KRAV ingediend, onder vermelding van de personalia en de woon- of verblijfplaats van de klager.

2. In verband met datgene wat in het eerste lid is bepaald, worden klachten die bij een andere instelling zijn ingediend geacht ook bij de KRAV te zijn ingediend, dit met uitzondering van bij organen van de Nederlandse Orde van Advocaten ingediende klachten.

3. Wanneer de klacht na afloop van de in dit artikel genoemde termijn wordt ingediend, blijft niet-ontvankelijkheid achterwege, indien aannemelijk is dat de klacht is ingediend zo spoedig als redelijkerwijze kon worden verlangd.

Bijlage › Klachtencommissie rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring (KRAV) › C — Regeling voor de behandeling van klachten en ambtshalve onderzoek door de KRAV › Behandeling van klachten › Artikel 18

Artikel 18

De indiener van de klacht en de rechtsbijstandverlener kunnen zich bij de behandeling van de klacht door een derde laten bijstaan of doen vertegenwoordigen. Het bepaalde in de laatste volzin van artikel 16 is mede van toepassing.

Bijlage › Klachtencommissie rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring (KRAV) › C — Regeling voor de behandeling van klachten en ambtshalve onderzoek door de KRAV › Behandeling van klachten › Artikel 19

Artikel 19

De KRAV bevestigt de ontvangst van de klacht binnen twee weken na ontvangst aan de klager en deelt dit met gelijke post aan de rechtsbijstandverlener mede.Aan de rechtsbijstandverlener wordt een kopie van het klaagschrift gezonden. In de bevestigingsbrieven wordt tevens meegedeeld dat de KRAV in een later stadium zal besluiten of de klacht al dan niet in behandeling wordt genomen.

Bijlage › Klachtencommissie rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring (KRAV) › C — Regeling voor de behandeling van klachten en ambtshalve onderzoek door de KRAV › Behandeling van klachten › Artikel 20

Artikel 20

1. Binnen een maand na ontvangst van de klacht besluit de voorzitter of de vice-voorzitter of de klacht al dan niet in behandeling wordt genomen. Een klacht wordt niet in behandeling genomen wanneer deze naar het oordeel van de voorzitter of de vice-voorzitter kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is.

2. Het besluit de klacht in behandeling te nemen, dan wel deze kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond te verklaren, wordt, met inachtneming van de in het eerste lid bedoelde termijn, zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de klager en de rechtsbijstandverlener meegedeeld. Indien de klacht kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond wordt verklaard wordt tevens een afschrift aan de Raad gezonden.

Bijlage › Klachtencommissie rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring (KRAV) › C — Regeling voor de behandeling van klachten en ambtshalve onderzoek door de KRAV › Behandeling van klachten › Artikel 21

Artikel 21

1. Een klacht is onder meer kennelijk ongegrond indien zonder nader onderzoek kan worden vastgesteld:

a. dat de rechtsbijstandverlener al hierom geen verwijt treft, omdat er geklaagd wordt over feiten of omstandigheden die overduidelijk geheel buiten zijn of haar invloedssfeer liggen;

b. dat het verwijt van geringe ernst is, èn de verweten gedraging het verloop van de asielprocedure of de situatie van de vreemdeling in bewaring verblijvende vreemdeling, dan wel de beroepsprocedure waarin de rechtsbijstandverlener voor de vreemdeling is opgetreden, redelijkerwijs niet heeft kunnen beïnvloeden;

c. de feiten en omstandigheden waarop de klacht gestoeld is, overduidelijk niet hebben plaatsgevonden.

2. Een klacht is onder meer kennelijk niet-ontvankelijk indien:

a. deze niet binnen de in artikel 17 genoemde termijn is ingediend;

b. deze niet de personalia van de klager en/of zijn woon- of verblijfplaats bevat;

c. deze geen betrekking heeft op asielrechtsbijstand of de rechtsbijstand aan vreemdelingen in bewaring, zoals omschreven in artikel 4;

d. deze niet is gericht tegen een rechtsbijstandverlener als omschreven in artikel 3.

3. Bij de verzuimen bedoeld in lid 2 onder a. en b. wordt de klager in de gelegenheid gesteld deze te herstellen binnen een termijn van twee weken nadat hij daartoe in gelegenheid is gesteld is gesteld.

Bijlage › Klachtencommissie rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring (KRAV) › C — Regeling voor de behandeling van klachten en ambtshalve onderzoek door de KRAV › De voortgezette behandeling › Artikel 22

Artikel 22

Indien de voorzitter of de vicevoorzitter naar aanleiding van een klacht tot het instellen van een onderzoek besluit, stelt de secretaris de betrokken rechtsbijstandverlener in de gelegenheid om binnen vier wekennadat hij daartoe op de voet van artikel 20 lid 1 in kennis is gesteld schriftelijk op de klacht te reageren. Tevens verzoekt de secretaris de rechtsbijstandverlener alsdan om toezending van een afschrift van diens volledige dossier.

Bijlage › Klachtencommissie rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring (KRAV) › C — Regeling voor de behandeling van klachten en ambtshalve onderzoek door de KRAV › De voortgezette behandeling › Artikel 23

Artikel 23

De secretaris zendt de indiener van de klacht binnen twee weken na ontvangst een afschrift van de reactie van de rechtsbijstandverlener.

Bijlage › Klachtencommissie rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring (KRAV) › C — Regeling voor de behandeling van klachten en ambtshalve onderzoek door de KRAV › De voortgezette behandeling › Artikel 24

Artikel 24

Indien de voorzitter of de vice voorzitter naar aanleiding van de schriftelijke reactie van de rechtsbijstandverlener besluit dat er aanleiding is om het onderzoek voort te zetten, kan hij de indiener van de klacht en de rechtsbijstandverlener binnen een door haar te stellen termijn de gelegenheid geven schriftelijk te re- en dupliceren.

Bijlage › Klachtencommissie rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring (KRAV) › C — Regeling voor de behandeling van klachten en ambtshalve onderzoek door de KRAV › De voortgezette behandeling › Artikel 25

Artikel 25

1. De secretaris kan op verzoek van de voorzitter of de vice voorzitter anderen dan de klager en de betrokken rechtsbijstandverlener om inlichtingen verzoeken.

2. De fungerende commissie kan de in lid 1 bedoelde personen horen.Het horen kan aan één of meer leden worden opgedragen. De rechtsbijstandverlener en, indien de fungerende commissie dat nodig oordeelt, de klager, krijgen de gelegenheid schriftelijk op de inhoud van de ingewonnen inlichtingen te reageren.

Bijlage › Klachtencommissie rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring (KRAV) › C — Regeling voor de behandeling van klachten en ambtshalve onderzoek door de KRAV › De voortgezette behandeling › Artikel 26

Artikel 26

1. Alvorens de Raad tot het opleggen van een maatregel tegen een rechtsbijstandverlener te adviseren, nodigt fungerende commissie de rechtsbijstandverlener voor een hoorzitting uit.

2. De fungerende commissie nodigt voor die hoorzitting tevens de indiener van de klacht uit.

3. Artikel 18 is van overeenkomstige toepassing.

Bijlage › Klachtencommissie rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring (KRAV) › C — Regeling voor de behandeling van klachten en ambtshalve onderzoek door de KRAV › De voortgezette behandeling › Artikel 27

Artikel 27

1. De fungerende commissie deelt de indiener van de klacht en de rechtsbijstandverlener uiterlijk zes weken na de hoorzitting schriftelijk haar bevindingen mee, waaronder het advies of de Raad maatregelen tegen de rechtsbijstandverlener zou moeten nemen. De Raad wordt met gelijke post een afschrift van deze brief toegezonden.

2. De in het eerste lid gestelde termijn kan éénmalig met een periode van vier weken worden verlengd. Zowel de klager als de rechtsbijstandverlener worden van het uitstel op de hoogte gebracht.

Bijlage › Klachtencommissie rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring (KRAV) › C — Regeling voor de behandeling van klachten en ambtshalve onderzoek door de KRAV › Ambtshalve onderzoek › Artikel 28

Artikel 28

1. Een fungerende commissie kan naar aanleiding van haar bekend geworden feiten en omstandigheden ook ambtshalve een onderzoek instellen naar de kwaliteit van de rechtsbijstand van een bepaalde rechtsbijstandverlener. Dit onderzoek kan zowel betrekking hebben op de in een bepaald geval verleende bijstand, als zien op de rechtsbijstand die de betrokken rechtsbijstandverlener in een bepaalde periode in het algemeen heeft verleend.

2. De secretaris brengt de rechtsbijstandverlener op de hoogte van de feiten en omstandigheden die aanleiding gegeven hebben het in het eerste lid bedoelde onderzoek in te stellen.

3. De rechtsbijstandverlener wordt een redelijke termijn verleend zijn zienswijze aan de fungerende commissie kenbaar te maken.

4. De artikelen 18 en 25 zijn van overeenkomstige toepassing.

Bijlage › Klachtencommissie rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring (KRAV) › C — Regeling voor de behandeling van klachten en ambtshalve onderzoek door de KRAV › Ambtshalve onderzoek › Artikel 29

Artikel 29

Indien de fungerende commissie besluit om het onderzoek voort te zetten, kan zij de betrokken rechtsbijstandverlener schriftelijk om nadere inlichtingen verzoeken.

Bijlage › Klachtencommissie rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring (KRAV) › C — Regeling voor de behandeling van klachten en ambtshalve onderzoek door de KRAV › Ambtshalve onderzoek › Artikel 30

Artikel 30

Alvorens tot het verstrekken van een advies aan de Raad te besluiten, nodigt de fungerende commissie de rechtsbijstandverlener voor een hoorzitting uit.

Bijlage › Klachtencommissie rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring (KRAV) › C — Regeling voor de behandeling van klachten en ambtshalve onderzoek door de KRAV › Ambtshalve onderzoek › Artikel 31

Artikel 31

1. De fungerende commissie deelt de rechtsbijstandverlener uiterlijk zes weken na de hoorzitting schriftelijk haar bevindingen mee, waaronder het advies of de Raad maatregelen tegen de rechtsbijstandverleners zou moeten nemen. De Raad wordt met gelijke post een afschrift van deze brief toegezonden.

2. De in het eerste lid gestelde termijn kan éénmalig met een periode van vier weken worden verlengd. De rechtsbijstandverlener wordt van het uitstel op de hoogte gebracht.

Bijlage › Klachtencommissie rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring (KRAV) › C — Regeling voor de behandeling van klachten en ambtshalve onderzoek door de KRAV › Maatregelen › Artikel 32

Artikel 32

1. De fungerende commissie kan een klacht gegrond verklaren en de Raad adviseren geen maatregel op te leggen.

2. De fungerende commissie kan verder de Raad adviseren een van de volgende maatregelen op te leggen:

a. een waarschuwing;

b. een voorwaardelijke uitsluiting van de verlening van gefinancierde rechtsbijstand aan asielzoekers en in bewaring gestelde vreemdelingen;

c. een maatregel als bedoeld in artikel 17 lid 2 van de Wet op de Rechtsbijstand, waaronder begrepen algehele uitsluiting, al dan niet tijdelijk, van de verlening van gefinancierde rechtsbijstand aan asielzoekers en in bewaring gestelde vreemdelingen;

d. uitsluiting van deelneming aan door of vanwege de Raad georganiseerde spreekuurvoorzieningen en/of piketvoorzienningen.

Bijlage › Klachtencommissie rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring (KRAV) › C — Regeling voor de behandeling van klachten en ambtshalve onderzoek door de KRAV › Maatregelen › Artikel 33

Artikel 33

1. Bij een voorwaardelijke uitsluiting als bedoeld in artikel 32 aanhef en onder c. legt de Raad alleen voorwaarden op waarvan mag worden aangenomen dat die verbetering zullen bewerkstelligen van de manier waarop de betrokken rechtshulpverlener de praktijk uitoefent. De voorwaarden zullen aan een termijn zijn gebonden.

2. De Raad houdt toezicht op de naleving van de opgelegde voorwaarden. Bevindt de Raad dat de voorwaarden niet of onvoldoende worden nageleefd, deelt hij dat aan de KRAV mede. In het kader van de vraag of op grond daarvan alsnog tot onvoorwaardelijke uitsluiting zal worden geadviseerd kan de fungerende commissie besluiten de betrokken rechtshulpverlener te horen.

Bijlage › Klachtencommissie rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring (KRAV) › C — Regeling voor de behandeling van klachten en ambtshalve onderzoek door de KRAV › Maatregelen › Artikel 34

Artikel 34

De op de voet van artikel 32 opgelegde maatregelen gaan, indien de rechtshulpverlener advocaat is, gepaard met melding daarvan aan de Deken in het arrondissement waar de advocaat is gevestigd.

Als de Raad naar aanleiding van een daartoe strekkend advies van de fungerende commissie heeft besloten een rechtsbijstandverlener geheel, al dan niet tijdelijk of voorwaardelijk, van de verlening van gefinancierde rechtsbijstand uit te sluiten, worden daarover ook geïnformeerd:

a. in asielzaken: het Landelijk Bureau van VluchtelingenWerk Nederland.

b. in alle zaken: de vreemdelingenkamer van de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage.

Bijlage › Klachtencommissie rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring (KRAV) › C — Regeling voor de behandeling van klachten en ambtshalve onderzoek door de KRAV › Maatregelen › Artikel 35

Artikel 35

De Raad heeft het beleid ten aanzien van tekortschieten in de verlening van zorgvuldige een doelmatige rechtsbijstandverlening uitgewerkt in het ‘Maatregelbeleid Raad voor Rechtsbijstand inzake de rechtsbijstandverlening asiel en vreemdelingenbewaring’.

Bijlage › Klachtencommissie rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring (KRAV) › D — Publicatie en verslaglegging › Artikel 36

Artikel 36

Aan het bestaan van dit reglement geeft de Raad zoveel mogelijk bekendheid.

Bijlage › Klachtencommissie rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring (KRAV) › D — Publicatie en verslaglegging › Artikel 37

Artikel 37

In het jaarverslag doet de Raad verslag van de klachtbehandeling ingevolge dit reglement.