Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2011
Regeling van de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van 25 mei 2011, nr. WJZ/11069057, houdende aanwijzing van categorieën van productie-installaties voor de stimulering van duurzame energieproductie in het jaar 2011 (Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2011)
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 20-08-2011
- Rechtsgebied
- Ondernemingspraktijk
- Ministerie
- Economische Zaken
- BWB-id
- BWBR0030034
- Versie
- 2011-08-20_0
- SHA-256 bron
- a36ae647cd921d570f3a67984aa2db97bd8aef021157f65c62924963a3d6be97
Inhoud (109)
- Artikel 1
- Artikel 2
- Artikel 3
- Artikel 4
- Artikel 5
- Artikel 6
- Artikel 7
- Artikel 8
- Artikel 9
- Artikel 10
- Artikel 11
- Artikel 12
- Artikel 13
- Artikel 14
- Artikel 15
- Artikel 16
- Artikel 17
- Artikel 18
- Artikel 19
- Artikel 20
- Artikel 21
- Artikel 22
- Artikel 23
- Artikel 24
- Artikel 25
- Artikel 26
- Artikel 27
- Artikel 28
- Artikel 29
- Artikel 30
- Artikel 31
- Artikel 32
- Artikel 33
- Artikel 34
- Artikel 35
- Artikel 36
- Artikel 37
- Artikel 38
- Artikel 39
- Artikel 40
- Artikel 41
- Artikel 42
- Artikel 43
- Artikel 44
- Artikel 45
- Artikel 46
- Artikel 47
- Artikel 48
- Artikel 49
- Artikel 50
- Artikel 51
- Artikel 52
- Artikel 53
- Artikel 54
- Artikel 55
- Artikel 56
- Artikel 57
- Artikel 58
- Artikel 59
- Artikel 60
- Artikel 61
- Artikel 62
- Artikel 63
- Artikel 64
- Artikel 65
- Artikel 66
- Artikel 67
- Artikel 68
- Artikel 69
- Artikel 70
- Artikel 71
- Artikel 72
- Artikel 73
- Artikel 74
- Artikel 75
- Artikel 76
- Artikel 77
- Artikel 78
- Artikel 79
- Artikel 80
- Artikel 81
- Artikel 82
- Artikel 83
- Artikel 84
- Artikel 85
- Artikel 86
- Artikel 87
- Artikel 88
- Artikel 89
- Artikel 90
- Artikel 91
- Artikel 92
- Artikel 93
- Artikel 94
- Artikel 95
- Artikel 96
- Artikel 97
- Artikel 98
- Uitvoeringsovereenkomst tot zekerheid van het aanvangen van de activiteiten ter zake waarvan subsidie is verstrekt op basis van artikel 35, eerste lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2011
- Artikel 1 — Begripsbepaling
- Artikel 2 — Tijdige aanvang van de bouw
- Artikel 3 — Inhoud en omvang van de garantie
- Artikel 4 — Vrijval van de garantie
- Artikel 5 — Boetes
- Artikel 6 — Aanvang en einde Uitvoeringsovereenkomst
- Artikel 7 — Domiciliekeuze en berichtgevingen
- Artikel 8 — Rechtskeuze
- Artikel 9 — Citeertitel
- Model bankgarantie
§ 1 — Begripsbepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
– algemene uitvoeringsregeling: de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie;
– allesvergisting: de biologische afbraakreacties van biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van de nummers 410, 420, 500, 550 tot en met 559;
– besluit: het Besluit stimulering duurzame energieproductie;
– gewogen maandelijks rendement: het rendement, bedoeld in artikel 1, vierde lid, van de Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit;
– groen gas hub: een verzameling van productie-installaties voor de productie van hernieuwbaar gas waarvoor voor de invoeding van het hernieuwbaar gas op een gasnet gezamenlijk een of meerdere aansluitingen worden gebruikt;
– minister: de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;
– NTA 8003: 2008: de Nederlandse Technische Afspraak 8003, Classificatie van biomassa voor energietoepassing, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-instituut, zoals deze luidde op 31 december 2008;
– richtlijn hernieuwbare energie: richtlijn nr. 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van Richtlijn 2001/77/EG en Richtlijn 2003/30/EG (PbEU 2009, L 140);
– thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa: de omzetting van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 500, 550 tot en met 559, 587 en 592 van de NTA 8003: 2008, in een productie-installatie waarin ten minste 95% van de energetische waarde van de brandstof biogeen is, door middel van:
1°. verbranding,
2°. een andere thermische behandeling dan bedoeld onder 1° ingeval de producten daarvan vervolgens worden verbrand of
3°. de verbranding van producten die voortkomen uit thermische behandeling;
– valhoogte: het verschil in waterpeil voor en achter de installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van waterkracht waarbij het maximaal elektrisch ontwerpvermogen van de turbine of de generator wordt gerealiseerd;
– vergisting en co-vergisting van dierlijke mest: de biologische afbraakreacties van in hoofdzaak verpompbare vaste en vloeibare uitwerpselen van dieren, al dan niet aangevuld met een of meer producten genoemd in de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, bijlage Aa, onderdeel IV;
– warmtebenuttingscoëfficiënt: de hoeveelheid gedurende een kalenderjaar door een productie-installatie geproduceerde en nuttig aangewende warmte als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel v, van de Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit, gedeeld door de hoeveelheid gedurende hetzelfde kalenderjaar geproduceerde en op het elektriciteitsnet ingevoede hernieuwbare elektriciteit.
§ 2 — Algemene bepalingen
Artikel 2
1 Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit op grond van de artikelen 4, eerste lid, 10 eerste lid,16, eerste lid, 21, eerste lid, 26, eerste lid, 31, eerste lid, 35, eerste lid, 40, eerste lid, 44, eerste lid, 48, eerste lid, 52, eerste lid, en 56, eerste lid, die is aangevraagd in de periode van 1 juli 2011 tot 30 december 2011, 17:00 uur, bedraagt € 500.000.000.
2 De minister verdeelt het bedrag, genoemd in het eerste lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
3 Per categorie productie-installaties kan in de periode, bedoeld in het eerste lid, per adres waarop een productie-installatie wordt geplaatst maximaal één aanvraag worden ingediend.
4 De minister beslist afwijzend op een aanvraag om subsidie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door een productie-installatie van een categorie als bedoeld in het eerste lid indien op het moment van indienen van de aanvraag geen toestemming van de eigenaar van de beoogde locatie is verkregen voor het plaatsen van de productie-installatie.
5 De periode waarover subsidie wordt verstrekt vangt niet later aan dan de dag na afloop van de op grond van artikel 61, eerste lid, van het besluit vastgestelde periode waarin de productie-installatie in gebruik dient te worden genomen.
§ 2 — Algemene bepalingen
Artikel 3
1 Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie voor de productie van hernieuwbaar gas op grond van de artikelen 80, eerste lid, en 86, eerste lid, die is aangevraagd in de periode van 1 juli 2011 tot 30 december 2011, 17:00, bedraagt € 1.000.000.000.
2 De minister verdeelt het bedrag, genoemd in het eerste lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
3 Per categorie productie-installaties kan in de periode, bedoeld in het eerste lid, per adres waarop een productie-installatie is of wordt geplaatst maximaal één aanvraag worden ingediend.
4 De minister beslist afwijzend op een aanvraag om subsidie voor de productie van hernieuwbaar gas door een productie-installatie van een categorie als bedoeld in het eerste lid indien op het moment van indienen van de aanvraag geen toestemming van de eigenaar van de beoogde locatie is verkregen voor het plaatsen van de productie-installatie.
5 De periode waarover subsidie wordt verstrekt vangt niet later aan dan de dag na afloop van de op grond van artikel 61, eerste lid, van het besluit vastgestelde periode waarin de productie-installatie in gebruik dient te worden genomen.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.1 — Afvalverbranding
Artikel 4
1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit warmte die uitsluitend of in hoofdzaak is geproduceerd door:
a. de verbranding van afvalstoffen,
b. een andere thermische behandeling van afvalstoffen dan bedoeld onder 1° ingeval de producten daarvan vervolgens worden verbrand of
c. de verbranding van producten die voortkomen uit thermische behandeling van afvalstoffen.
2 Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid, worden ontvangen in de periode van 1 juli 2011 tot 30 december 2011, 17:00 uur.
3 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.1 — Afvalverbranding
Artikel 5
Voor subsidie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, is de verplichting, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de algemene uitvoeringsregeling niet van toepassing.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.1 — Afvalverbranding
Artikel 6
1 Subsidie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.
2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 4, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.1 — Afvalverbranding
Artikel 7
Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, bedraagt 4080 uren per jaar.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.1 — Afvalverbranding
Artikel 8
Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 4, tweede lid, bij een gewogen maandelijks rendement dat groter is dan genoemd in kolom 1 en kleiner is dan of gelijk is aan genoemd in kolom 2, het bedrag in euro per kWh, genoemd in kolom 3.
Kolom 1 | Kolom 2 | Kolom 3
22% | 23% | 0,110
23% | 24% | 0,112
24% | 25% | 0,112
25% | 26% | 0,114
26% | 27% | 0,114
27% | 28% | 0,116
28% | 29% | 0,120
29% | 30% | 0,124
30% | 31% | 0,127
31% | 100% | 0,131
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.1 — Afvalverbranding
Artikel 9
De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, bedraagt € 0,081 per kWh.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.2 — Stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties
Artikel 10
1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit gas dat vrijkomt tengevolge van biologische afbraakreacties:
a. uit gestorte afvalstoffen of
b. bij de zuivering van huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater en afvloeiend hemelwater.
2 Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid, worden ontvangen in de periode van 1 juli 2011 tot 30 december 2011, 17:00 uur.
3 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.2 — Stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties
Artikel 11
Voor subsidie als bedoeld in artikel 10, eerste lid, is de verplichting, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de algemene uitvoeringsregeling niet van toepassing.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.2 — Stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties
Artikel 12
1 Subsidie als bedoeld in artikel 10, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.
2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 10, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.2 — Stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties
Artikel 13
Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 10, eerste lid, bedraagt 8000 uren per jaar.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.2 — Stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties
Artikel 14
Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 10, eerste lid, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 10, tweede lid, € 0,060 per kWh.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.2 — Stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties
Artikel 15
De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 10, eerste lid, bedraagt € 0,041 per kWh.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.3 — Waterkracht
Artikel 16
1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee door hydro-mechanisch-elektrische omzetting hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit potentiële dan wel kinetische energie van stromend water dat niet specifiek ten behoeve van de elektriciteitsproductie omhoog is gepompt:
a. in installaties met een valhoogte gelijk aan of groter dan 50 centimeter en kleiner dan 5 meter;
b. in installaties met een valhoogte gelijk aan of groter dan 5 meter.
2 Aanvragen om subsidie als bedoeld in:
a. het eerste lid, onderdeel a, worden ontvangen in de periode van 31 oktober 2011, 17:00 uur, tot 30 december 2011, 17:00 uur;
b. het eerste lid, onderdeel b, worden ontvangen in de periode van 1 juli 2011 tot 30 december 2011, 17:00 uur.
3 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.3 — Waterkracht
Artikel 17
1 Subsidie als bedoeld in artikel 16, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.
2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 16, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.3 — Waterkracht
Artikel 18
Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie als bedoeld in:
a. artikel 16, eerste lid, onderdeel a, bedraagt 3800 uren per jaar.
b. artikel 16, eerste lid, onderdeel b, bedraagt 4800 uren per jaar.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.3 — Waterkracht
Artikel 19
Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 16, eerste lid, bedraagt voor een productie-installatie als bedoeld in:
a. artikel 16, eerste lid, onderdeel a, in de periode, genoemd in artikel 16, tweede lid, onderdeel a: € 0,122 per kWh;
b. artikel 16, eerste lid, onderdeel b, in de periode, genoemd in artikel 16, tweede lid, onderdeel b: € 0,071 per kWh.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.3 — Waterkracht
Artikel 20
De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdelen a en b, bedraagt € 0,041 per kWh.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.4 — Biomassa
Artikel 21
1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door:
a. verbranding van het biogas uit vergisting en co-vergisting van dierlijke mest;
b. verbranding van het biogas uit allesvergisting;
c. inzet van warmte verkregen uit thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa met een nominaal elektrisch vermogen groter dan 10 MW.
2 De minister verstrekt uitsluitend subsidie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, voor productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van vloeibare biomassa indien de producent aantoont dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.
3 Aanvragen om subsidie als bedoeld in:
a. het eerste lid, onderdeel a, worden ontvangen in de periode van 30 november 2011, 17:00 uur, tot 30 december 2011, 17:00 uur;
b. het eerste lid, onderdelen b, worden ontvangen in de periode van 31 oktober 2011, 17:00 uur, tot 30 december 2011, 17:00 uur;
c. het eerste lid, onderdeel c, worden ontvangen in de periode van 31 oktober 2011, 17:00 uur, tot 30 december 2011, 17:00 uur.
4 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.4 — Biomassa
Artikel 22
1 Subsidie als bedoeld in artikel 21, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.
2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 21, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.4 — Biomassa
Artikel 23
Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 21, eerste lid, bedraagt 8000 uren per jaar.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.4 — Biomassa
Artikel 24
1 Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel a, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 21, derde lid, onderdeel a, bij een warmtebenuttingscoëfficiënt groter dan genoemd in kolom 1 en kleiner dan of gelijk aan genoemd in kolom 2 een bedrag in euro per kWh, genoemd in kolom 3.
Kolom 1 | Kolom 2 | Kolom 3
0,00 MJ/kWh | 0,150
0,00 MJ/kWh | 0,25 MJ/kWh | 0,150
0,25 MJ/kWh | 0,50 MJ/kWh | 0,160
0,50 MJ/kWh | 0,75 MJ/kWh | 0,171
0,75 MJ/kWh | 1,0 MJ/kWh | 0,181
1,0 MJ/kWh | 1,25 MJ/kWh | 0,190
1,25 MJ/kWh | 1,50 MJ/kWh | 0,193
1,50 MJ/kWh | 1,75 MJ/kWh | 0,197
1,75 MJ/kWh | 2,0 MJ/kWh | 0,201
2,0 MJ/kWh | Onbepaald | 0,205
2 Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel b, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 21, derde lid, onderdeel b, bij een warmtebenuttingscoëfficiënt groter dan genoemd in kolom 1 en kleiner dan of gelijk aan genoemd in kolom 2 een bedrag in euro per kWh, genoemd in kolom 3.
Kolom1 | Kolom 2 | Kolom 3
0,00 MJ/kWh | 0,129
0,00 MJ/kWh | 0,25 MJ/kWh | 0,129
0,25 MJ/kWh | 0,50 MJ/kWh | 0,132
0,50 MJ/kWh | 0,75 MJ/kWh | 0,134
0,75 MJ/kWh | 1,0 MJ/kWh | 0,136
1,0 MJ/kWh | 1,25 MJ/kWh | 0,139
1,25 MJ/kWh | 1,50 MJ/kWh | 0,141
1,50 MJ/kWh | 1,75 MJ/kWh | 0,144
1,75 MJ/kWh | 2,0 MJ/kWh | 0,146
2,0 MJ/kWh | Onbepaald | 0,149
3 Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel c, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 21, derde lid, onderdeel c, bij een warmtebenuttingscoëfficiënt groter dan genoemd in kolom 1 en kleiner dan of gelijk aan genoemd in kolom 2 een bedrag in euro per kWh, genoemd in kolom 3.
Kolom 1 | Kolom 2 | Kolom 3
0,00 MJ/kWh | 0,115
0,00 MJ/kWh | 0,25 MJ/kWh | 0,115
0,25 MJ/kWh | 0,50 MJ/kWh | 0,117
0,50 MJ/kWh | 0,75 MJ/kWh | 0,120
0,75 MJ/kWh | 1,0 MJ/kWh | 0,122
1,0 MJ/kWh | 1,25 MJ/kWh | 0,124
1,25 MJ/kWh | 1,50 MJ/kWh | 0,127
1,50 MJ/kWh | 1,75 MJ/kWh | 0,129
1,75 MJ/kWh | 2,0 MJ/kWh | 0,132
2,0 MJ/kWh | 2,25 MJ/kWh | 0,134
2,25 MJ/kWh | 2,50 MJ/kWh | 0,137
2,50 MJ/kWh | 2,75 MJ/kWh | 0,139
2,75 MJ/kWh | 3,0 MJ/kWh | 0,142
3,0 MJ/kWh | 3,25 MJ/kWh | 0,144
3,25 MJ/kWh | 3,50 MJ/kWh | 0,147
3,50 MJ/kWh | 3,75 MJ/kWh | 0,149
3,75 MJ/kWh | 4,0 MJ/kWh | 0,152
4,0 MJ/kWh | Onbepaald | 0,154
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.4 — Biomassa
Artikel 25
De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 21, eerste lid, bedraagt € 0,041 per kWh.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.5 — Windenergie op land
Artikel 26
1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd met behulp van windenergie die niet is opgericht in de territoriale zee of in de Nederlandse exclusieve economische zone:
a. met een nominaal vermogen per turbine kleiner dan 6,0 MW;
b. met een nominaal vermogen per turbine gelijk aan of groter dan 6,0 MW.
2 Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid worden ontvangen in de periode van 31 augustus 2011, 17:00 uur, tot 30 december 2011, 17:00 uur.
3 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.5 — Windenergie op land
Artikel 27
1 Subsidie als bedoeld in artikel 26, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.
2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 26, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.5 — Windenergie op land
Artikel 28
Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie als bedoeld in:
a. artikel 26, eerste lid, onderdeel a, bedraagt 1760 uren per jaar;
b. artikel 26, eerste lid, onderdeel b, bedraagt 2400 uren per jaar.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.5 — Windenergie op land
Artikel 29
Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 26, eerste lid, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 26, tweede lid, € 0,120 per kWh.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.5 — Windenergie op land
Artikel 30
De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 26, eerste lid, bedraagt voor een productie- installatie als bedoeld in:
a. artikel 26, eerste lid, onderdeel a: € 0,046 per kWh;
b. artikel 26, eerste lid, onderdeel b: € 0,047 per kWh.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.6 — Vrije categorie › § 3.6.1 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie › § 3.6.1.1 — Wind in meer
Artikel 31
1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie met een nominaal vermogen per turbine gelijk aan of groter dan 3,0 MW en waarvan de fundering in een meer van minimaal één vierkante kilometer staat.
2 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.6 — Vrije categorie › § 3.6.1 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie › § 3.6.1.1 — Wind in meer
Artikel 32
1 Subsidie als bedoeld in artikel 31, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.
2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 31, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.6 — Vrije categorie › § 3.6.1 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie › § 3.6.1.1 — Wind in meer
Artikel 33
Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 31, eerste lid, bedraagt 2000 uren per jaar.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.6 — Vrije categorie › § 3.6.1 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie › § 3.6.1.1 — Wind in meer
Artikel 34
De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 31, eerste lid, bedraagt € 0,047 per kWh.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.6 — Vrije categorie › § 3.6.1 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie › § 3.6.1.2 — Wind op zee
Artikel 35
1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op zee.
2 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.6 — Vrije categorie › § 3.6.1 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie › § 3.6.1.2 — Wind op zee
Artikel 36
1 Subsidie als bedoeld in artikel 35, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.
2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 35, eerste lid, binnen 5 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.6 — Vrije categorie › § 3.6.1 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie › § 3.6.1.2 — Wind op zee
Artikel 37
Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 35, eerste lid, bedraagt 3180 uren per jaar.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.6 — Vrije categorie › § 3.6.1 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie › § 3.6.1.2 — Wind op zee
Artikel 38
De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 35, eerste lid, bedraagt € 0,048050 per kWh.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.6 — Vrije categorie › § 3.6.1 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie › § 3.6.1.2 — Wind op zee
Artikel 39
De beschikking tot verlenen van een subsidie als bedoeld in artikel 35, eerste lid, wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat binnen acht weken na afgifte van deze beschikking een uitvoeringsovereenkomst overeenkomstig de overeenkomst opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 7 tot stand is gekomen tussen de Staat en de subsidie-aanvrager.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.6 — Vrije categorie › § 3.6.1 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie › § 3.6.1.3 — Fotovoltaïsche zonnepanelen
Artikel 40
1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonlicht met behulp van fotovoltaïsche zonnepanelen met een vermogen groter dan of gelijk aan 15 kWp.
2 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 15, vierde lid, van het besluit.
3 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.6 — Vrije categorie › § 3.6.1 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie › § 3.6.1.3 — Fotovoltaïsche zonnepanelen
Artikel 41
1 Subsidie als bedoeld in artikel 40, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.
2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 40, eerste lid, binnen 3 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.6 — Vrije categorie › § 3.6.1 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie › § 3.6.1.3 — Fotovoltaïsche zonnepanelen
Artikel 42
Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 40, eerste lid, bedraagt 1000 uren per jaar.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.6 — Vrije categorie › § 3.6.1 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie › § 3.6.1.3 — Fotovoltaïsche zonnepanelen
Artikel 43
De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 40, eerste lid, bedraagt: € 0,044 per kWh.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.6 — Vrije categorie › § 3.6.1 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie › § 3.6.1.4 — Thermische conversie biomassa maximaal vermogen 10 MW
Artikel 44
1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door inzet van warmte verkregen uit thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa met een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 10 MW.
2 De minister verstrekt uitsluitend subsidie als bedoeld in het eerste lid voor productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van vloeibare biomassa indien de producent aantoont dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.
3 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.6 — Vrije categorie › § 3.6.1 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie › § 3.6.1.4 — Thermische conversie biomassa maximaal vermogen 10 MW
Artikel 45
1 Subsidie als bedoeld in artikel 44, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.
2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 44, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.6 — Vrije categorie › § 3.6.1 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie › § 3.6.1.4 — Thermische conversie biomassa maximaal vermogen 10 MW
Artikel 46
Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 44, eerste lid, bedraagt 8000 uren per jaar.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.6 — Vrije categorie › § 3.6.1 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie › § 3.6.1.4 — Thermische conversie biomassa maximaal vermogen 10 MW
Artikel 47
De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 44, eerste lid, bedraagt € 0,041 per kWh.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.6 — Vrije categorie › § 3.6.1 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie › § 3.6.1.5 — Osmose
Artikel 48
1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt gegenereerd uitsluitend ten gevolge van het verschil in zoutconcentratie tussen twee watermassa’s.
2 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 5.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.6 — Vrije categorie › § 3.6.1 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie › § 3.6.1.5 — Osmose
Artikel 49
1 Subsidie als bedoeld in artikel 48, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.
2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 48, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.6 — Vrije categorie › § 3.6.1 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie › § 3.6.1.5 — Osmose
Artikel 50
Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 48, eerste lid, bedraagt 8000 uren per jaar.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.6 — Vrije categorie › § 3.6.1 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie › § 3.6.1.5 — Osmose
Artikel 51
De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 48, eerste lid, bedraagt € 0,041 per kWh.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.6 — Vrije categorie › § 3.6.1 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie › § 3.6.1.6 — Geothermie
Artikel 52
1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit warmte die uitsluitend afkomstig is van een of meerdere geothermische bronnen met een diepte van minimaal 500 meter.
2 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 5.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.6 — Vrije categorie › § 3.6.1 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie › § 3.6.1.6 — Geothermie
Artikel 53
1 Subsidie als bedoeld in artikel 52, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.
2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 52, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.6 — Vrije categorie › § 3.6.1 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie › § 3.6.1.6 — Geothermie
Artikel 54
Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 52, eerste lid, bedraagt 6500 uren per jaar.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.6 — Vrije categorie › § 3.6.1 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie › § 3.6.1.6 — Geothermie
Artikel 55
De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 52, eerste lid, bedraagt € 0,041 per kWh.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.6 — Vrije categorie › § 3.6.1 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie › § 3.6.1.7 — Vrije stromingsenergie
Artikel 56
1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee door hydro-mechanisch-elektrische omzetting hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit potentiële dan wel kinetische energie van stromend water dat niet specifiek ten behoeve van de elektriciteitsproductie omhoog is gepompt in installaties met een valhoogte kleiner dan 50 centimeter.
2 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.6 — Vrije categorie › § 3.6.1 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie › § 3.6.1.7 — Vrije stromingsenergie
Artikel 57
1 Subsidie als bedoeld in artikel 56, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.
2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 56, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.6 — Vrije categorie › § 3.6.1 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie › § 3.6.1.7 — Vrije stromingsenergie
Artikel 58
Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 56, eerste lid, bedraagt 2250 uren per jaar.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.6 — Vrije categorie › § 3.6.1 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie › § 3.6.1.7 — Vrije stromingsenergie
Artikel 59
De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 56, eerste lid, bedraagt € 0,041 per kWh.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.6 — Vrije categorie › § 3.6.2 — Vrije categorie fase 1
Artikel 60
Aanvragen om subsidie als bedoeld in:
a. artikel 16, eerste lid, onderdeel a,
b. artikel 21, eerste lid, onderdeel a,
c. artikel 21, eerste lid, onderdeel b,
d. artikel 21, eerste lid, onderdeel c,
e. artikel 26, eerste lid,
f. artikel 31, eerste lid,
g. artikel 35, eerste lid,
h. artikel 40, eerste lid,
i. artikel 44, eerste lid,
j. artikel 48, eerste lid,
k. artikel 52, eerste lid, en
l. artikel 56, eerste lid,
worden ontvangen in de periode van 1 juli 2011 tot 31 augustus 2011, 17:00 uur.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.6 — Vrije categorie › § 3.6.2 — Vrije categorie fase 1
Artikel 61
1 Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 60, onderdelen a, h, j, k en l, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 60: € 0,090 per kWh.
2 Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 60, onderdelen e tot en met g bedraagt in de periode, genoemd in artikel 60: € 0,113 per kWh.
3 Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 60, onderdelen b, c, d en i, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 60, bij een warmtebenuttingscoëfficiënt groter dan genoemd in kolom 1 en kleiner dan of gelijk aan genoemd in kolom 2 een bedrag in euro per kWh, genoemd in de kolom behorend bij het betreffende onderdeel van artikel 60.
Kolom 1 | Kolom 2 | Artikel 60, onderdeel
b | c | d | i
0,00 MJ/kWh | 0,090 | 0,090 | 0,090 | 0,090
0,00 MJ/kWh | 0,25 MJ/kWh | 0,090 | 0,090 | 0,090 | 0,090
0,25 MJ/kWh | 0,50 MJ/kWh | 0,096 | 0,096 | 0,096 | 0,096
0,50 MJ/kWh | 0,75 MJ/kWh | 0,103 | 0,103 | 0,103 | 0,103
0,75 MJ/kWh | 1,00 MJ/kWh | 0,109 | 0,109 | 0,109 | 0,109
1,00 MJ/kWh | 1,25 MJ/kWh | 0,115 | 0,115 | 0,115 | 0,115
1,25 MJ/kWh | 1,50 MJ/kWh | 0,121 | 0,121 | 0,121 | 0,121
1,50 MJ/kWh | 1,75 MJ/kWh | 0,128 | 0,128 | 0,128 | 0,128
1,75 MJ/kWh | 2,00 MJ/kWh | 0,134 | 0,134 | 0,132 | 0,134
2,00 MJ/kWh | 2,25 MJ/kWh | 0,140 | 0,140 | 0,134 | 0,140
2,25 MJ/kWh | 2,50 MJ/kWh | 0,140 | 0,140 | 0,137 | 0,140
2,50 MJ/kWh | 2,75 MJ/kWh | 0,140 | 0,140 | 0,139 | 0,140
2,75 MJ/kWh | 3,00 MJ/kWh | 0,140 | 0,140 | 0,142 | 0,140
3,00 MJ/kWh | 3,25 MJ/kWh | 0,140 | 0,140 | 0,144 | 0,140
3,25 MJ/kWh | 3,50 MJ/kWh | 0,140 | 0,140 | 0,147 | 0,140
3,50 MJ/kWh | 3,75 MJ/kWh | 0,140 | 0,140 | 0,149 | 0,140
3,75 MJ/kWh | 4,00 MJ/kWh | 0,140 | 0,140 | 0,152 | 0,140
4,00 MJ/kWh | onbepaald | 0,140 | 0,140 | 0,154 | 0,140
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.6 — Vrije categorie › § 3.6.3 — Vrije categorie fase 2
Artikel 62
Aanvragen om subsidie als bedoeld in:
a. artikel 16, eerste lid, onderdeel a;
b. artikel 21, eerste lid, onderdeel a,
c. artikel 21, eerste lid, onderdeel b,
d. artikel 21, eerste lid, onderdeel c,
e. artikel 31, eerste lid,
f. artikel 35, eerste lid,
g. artikel 40, eerste lid,
h. artikel 44, eerste lid,
i. artikel 48, eerste lid,
j. artikel 52, eerste lid, en
k. artikel 56, eerste lid,
worden ontvangen in de periode van 31 augustus 2011, 17:00 uur, tot 31 oktober 2011, 17:00 uur.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.6 — Vrije categorie › § 3.6.3 — Vrije categorie fase 2
Artikel 63
1 Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 62, onderdelen a, g, i, j en k, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 62: € 0,110 per kWh.
2 Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 62, onderdelen e en f, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 62: € 0,138 per kWh.
3 Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 62, onderdelen b, c, d en h, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 62, bij een warmtebenuttingscoëfficiënt groter dan genoemd in kolom 1 en kleiner dan of gelijk aan genoemd in kolom 2 een bedrag in euro per kWh, genoemd in de kolom behorend bij het betreffende onderdeel van artikel 62.
Kolom 1 | Kolom 2 | Artikel 62, onderdeel
b | c | d | h
0,00 MJ/kWh | 0,110 | 0,110 | 0,110 | 0,110
0,00 MJ/kWh | 0,25 MJ/kWh | 0,110 | 0,110 | 0,110 | 0,110
0,25 MJ/kWh | 0,50 MJ/kWh | 0,118 | 0,118 | 0,118 | 0,118
0,50 MJ/kWh | 0,75 MJ/kWh | 0,125 | 0,125 | 0,120 | 0,125
0,75 MJ/kWh | 1,00 MJ/kWh | 0,133 | 0,133 | 0,122 | 0,133
1,00 MJ/kWh | 1,25 MJ/kWh | 0,141 | 0,139 | 0,124 | 0,141
1,25 MJ/kWh | 1,50 MJ/kWh | 0,148 | 0,141 | 0,127 | 0,148
1,50 MJ/kWh | 1,75 MJ/kWh | 0,156 | 0,144 | 0,129 | 0,156
1,75 MJ/kWh | 2,00 MJ/kWh | 0,163 | 0,146 | 0,132 | 0,163
2,00 MJ/kWh | 2,25 MJ/kWh | 0,171 | 0,149 | 0,134 | 0,171
2,25 MJ/kWh | 2,50 MJ/kWh | 0,171 | 0,149 | 0,137 | 0,171
2,50 MJ/kWh | 2,75 MJ/kWh | 0,171 | 0,149 | 0,139 | 0,171
2,75 MJ/kWh | 3,00 MJ/kWh | 0,171 | 0,149 | 0,142 | 0,171
3,00 MJ/kWh | 3,25 MJ/kWh | 0,171 | 0,149 | 0,144 | 0,171
3,25 MJ/kWh | 3,50 MJ/kWh | 0,171 | 0,149 | 0,147 | 0,171
3,50 MJ/kWh | 3,75 MJ/kWh | 0,171 | 0,149 | 0,149 | 0,171
3,75 MJ/kWh | 4,00 MJ/kWh | 0,171 | 0,149 | 0,152 | 0,171
4,00 MJ/kWh | onbepaald | 0,171 | 0,149 | 0,154 | 0,171
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.6 — Vrije categorie › § 3.6.4 — Vrije categorie fase 3
Artikel 64
Aanvragen om subsidie als bedoeld in:
a. artikel 21, eerste lid, onderdeel a,
b. artikel 31, eerste lid,
c. artikel 35, eerste lid,
d. artikel 40, eerste lid,
e. artikel 44, eerste lid,
f. artikel 48, eerste lid,
g. artikel 52, eerste lid, en
h. artikel 56, eerste lid,
worden ontvangen in de periode van 31 oktober 2011, 17:00 uur, tot 30 november 2011, 17:00 uur.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.6 — Vrije categorie › § 3.6.4 — Vrije categorie fase 3
Artikel 65
1 Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 64, onderdelen d, f, g en h, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 64: € 0,130 per kWh.
2 Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 64, onderdelen b en c bedraagt in de periode, genoemd in artikel 64: € 0,163 per kWh.
3 Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 64, onderdelen a en e, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 64, bij een warmtebenuttingscoëfficiënt groter dan genoemd in kolom 1 en kleiner dan of gelijk aan genoemd in kolom 2 een bedrag in euro per kWh, genoemd in de kolom behorend bij het betreffende onderdeel van artikel 64.
Kolom 1 | Kolom 2 | Artikel 64, onderdeel
a | e
0,00 MJ/kWh | 0,130 | 0,130
0,00 MJ/kWh | 0,25 MJ/kWh | 0,130 | 0,130
0,25 MJ/kWh | 0,50 MJ/kWh | 0,139 | 0,139
0,50 MJ/kWh | 0,75 MJ/kWh | 0,148 | 0,148
0,75 MJ/kWh | 1,00 MJ/kWh | 0,157 | 0,157
1,00 MJ/kWh | 1,25 MJ/kWh | 0,166 | 0,166
1,25 MJ/kWh | 1,50 MJ/kWh | 0,175 | 0,175
1,50 MJ/kWh | 1,75 MJ/kWh | 0,184 | 0,184
1,75 MJ/kWh | 2,00 MJ/kWh | 0,193 | 0,191
2,00 MJ/kWh | onbepaald | 0,202 | 0,194
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.6 — Vrije categorie › § 3.6.5 — Vrije categorie fase 4
Artikel 66
Aanvragen om subsidie als bedoeld in:
a. artikel 31, eerste lid,
b. artikel 35, eerste lid,
c. artikel 40, eerste lid,
d. artikel 44, eerste lid,
e. artikel 48, eerste lid,
f. artikel 52, eerste lid, en
g. artikel 56, eerste lid,
worden ontvangen in de periode van 30 november 2011, 17:00 uur, tot 30 december 2011, 17:00 uur.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.6 — Vrije categorie › § 3.6.5 — Vrije categorie fase 4
Artikel 67
1 Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 66, onderdelen c, e, f en g, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 66: € 0,150 per kWh.
2 Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 66, onderdelen a en b bedraagt in de periode, genoemd in artikel 66: € 0,188 per kWh.
3 Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 66, onderdeel d, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 66, bij een warmtebenuttingscoëfficiënt groter dan genoemd in kolom 1 en kleiner dan of gelijk aan genoemd in kolom 2 een bedrag in euro per kWh, genoemd in kolom 3.
Kolom 1 | Kolom 2 | Kolom 3
0,00 MJ/kWh | 0,150
0,00 MJ/kWh | 0,25 MJ/kWh | 0,150
0,25 MJ/kWh | 0,50 MJ/kWh | 0,160
0,50 MJ/kWh | 0,75 MJ/kWh | 0,171
0,75 MJ/kWh | 1,00 MJ/kWh | 0,177
1,00 MJ/kWh | 1,25 MJ/kWh | 0,180
1,25 MJ/kWh | 1,50 MJ/kWh | 0,184
1,50 MJ/kWh | 1,75 MJ/kWh | 0,187
1,75 MJ/kWh | 2,00 MJ/kWh | 0,191
2,00 MJ/kWh | onbepaald | 0,194
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.7 — Correctiebedragen voorschotverlening productie van hernieuwbare elektriciteit
Artikel 68
De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, worden voor 2011 als volgt vastgesteld:
a. € 0,083 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;
b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.7 — Correctiebedragen voorschotverlening productie van hernieuwbare elektriciteit
Artikel 69
De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 10, eerste lid, worden voor 2011 als volgt vastgesteld:
a. € 0,042 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;
b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.7 — Correctiebedragen voorschotverlening productie van hernieuwbare elektriciteit
Artikel 70
1 De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel a, worden voor 2011 als volgt vastgesteld:
a. € 0,042 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;
b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.
2 De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel b, worden voor 2011 als volgt vastgesteld:
a. € 0,042 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;
b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.7 — Correctiebedragen voorschotverlening productie van hernieuwbare elektriciteit
Artikel 71
1 De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel a, worden voor 2011 als volgt vastgesteld:
a. € 0,042 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;
b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.
2 De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel b, worden voor 2011 als volgt vastgesteld:
a. € 0,042 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;
b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.
3 De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel c, worden voor 2011 als volgt vastgesteld:
a. € 0,042 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;
b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.7 — Correctiebedragen voorschotverlening productie van hernieuwbare elektriciteit
Artikel 72
1 De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 26, eerste lid, onderdeel a, worden voor 2011 als volgt vastgesteld:
a. € 0,047 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;
b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.
2 De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 26, eerste lid, onderdeel b, worden voor 2011 als volgt vastgesteld:
a. € 0,048 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;
b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.7 — Correctiebedragen voorschotverlening productie van hernieuwbare elektriciteit
Artikel 73
De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 31, eerste lid, worden voor 2011 als volgt vastgesteld:
a. € 0,048 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;
b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.7 — Correctiebedragen voorschotverlening productie van hernieuwbare elektriciteit
Artikel 74
De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 35, eerste lid, worden voor 2011 als volgt vastgesteld:
a. € 0,049037 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;
b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.7 — Correctiebedragen voorschotverlening productie van hernieuwbare elektriciteit
Artikel 75
De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 40, eerste lid, worden voor 2011 als volgt vastgesteld:
a. € 0,046 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;
b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.7 — Correctiebedragen voorschotverlening productie van hernieuwbare elektriciteit
Artikel 76
De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 44, eerste lid, worden voor 2011 als volgt vastgesteld:
a. € 0,042 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;
b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.7 — Correctiebedragen voorschotverlening productie van hernieuwbare elektriciteit
Artikel 77
De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 48, eerste lid, worden voor 2011 als volgt vastgesteld:
a. € 0,042 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;
b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.7 — Correctiebedragen voorschotverlening productie van hernieuwbare elektriciteit
Artikel 78
De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 52, eerste lid, worden voor 2011 als volgt vastgesteld:
a. € 0,042 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;
b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.
§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.7 — Correctiebedragen voorschotverlening productie van hernieuwbare elektriciteit
Artikel 79
De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 56, eerste lid, worden voor 2011 als volgt vastgesteld:
a. € 0,042 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;
b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.
§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.1 — Stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties
Artikel 80
1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door:
a. een productie-installatie bestaande uit een installatie voor de productie van stortgas of een vergistingsinstallatie, en een installatie voor het opwerken van hernieuwbaar gas tot aardgaskwaliteit, waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd uit gas dat vrijkomt tengevolge van biologische afbraakreacties:
1°. uit gestorte afvalstoffen of
2°. bij de zuivering van huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater en afvloeiend hemelwater;
b. een productie-installatie die onderdeel uitmaakt van een groen gas hub en waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd uit gas dat vrijkomt tengevolge van biologische afbraakreacties:
1°. uit gestorte afvalstoffen of
2°. bij de zuivering van huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater en afvloeiend hemelwater.
2 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 56, eerste lid, tweede volzin, van het besluit.
3 Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid worden ontvangen in de periode van 1 juli 2011 tot 30 december 2011, 17:00 uur.
4 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 6.
§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.1 — Stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties
Artikel 81
Voor subsidie als bedoeld in artikel 80, eerste lid, is de verplichting, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de algemene uitvoeringsregeling, niet van toepassing.
§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.1 — Stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties
Artikel 82
1 Subsidie als bedoeld in artikel 80, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.
2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 80, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.1 — Stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties
Artikel 83
Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 80, eerste lid, bedraagt 8000 uren per jaar.
§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.1 — Stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties
Artikel 84
Het basisbedrag, bedoeld in artikel 28 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 80, eerste lid, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 80, derde lid, voor een productie-installatie als bedoeld in:
a. artikel 80, eerste lid, onderdeel a: € 0,288 per Nm3;
b. artikel 80, eerste lid, onderdeel b: € 0,170 per Nm3.
§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.1 — Stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties
Artikel 85
De basisgasprijs, bedoeld in artikel 29 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 80, eerste lid, bedraagt € 0,140 per Nm3.
§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.2 — Biomassa
Artikel 86
1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door:
a. een productie-installatie bestaande uit een vergistingsinstallatie en een installatie voor het opwerken van hernieuwbaar gas tot aardgaskwaliteit, waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd met gebruik van uitsluitend biogas uit allesvergisting;
b. een productie-installatie bestaande uit een vergistingsinstallatie en een installatie voor het opwerken van hernieuwbaar gas tot aardgaskwaliteit, waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd met gebruik van uitsluitend biogas uit vergisting en co-vergisting van dierlijke mest;
c. een productie-installatie die onderdeel uitmaakt van een groen gas hub en waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd met gebruik van uitsluitend biogas uit allesvergisting;
d. een productie-installatie die onderdeel uitmaakt van een groen gas hub en waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd met gebruik van uitsluitend biogas uit vergisting en co-vergisting van dierlijke mest.
2 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid, onderdelen c en d, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 56, eerste lid, tweede volzin, van het besluit.
3 Aanvragen om subsidie als bedoeld in:
a. het eerste lid, onderdelen a en d, worden ontvangen in de periode van 31 augustus 2011, 17:00 uur, tot 30 december 2011, 17:00 uur;
b. het eerste lid, onderdeel b, wordt ontvangen in de periode van 31 oktober 2011, 17:00 uur, tot 30 december 2011, 17:00 uur;
c. het eerste lid, onderdeel c, wordt ontvangen in de periode van 1 juli 2011 tot 30 december 2011, 17:00 uur.
4 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 6.
§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.2 — Biomassa
Artikel 87
1 Subsidie als bedoeld in artikel 86, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.
2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 86, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.2 — Biomassa
Artikel 88
Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie bedoeld in artikel 86, eerste lid, bedraagt 8000 uren per jaar.
§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.2 — Biomassa
Artikel 89
Het basisbedrag, bedoeld in artikel 28 van het besluit, bedraagt voor subsidie als bedoeld in:
a. artikel 86, eerste lid, onderdeel a, in de periode, genoemd in artikel 86, derde lid, onderdeel a: € 0,637 per Nm3;
b. artikel 86, eerste lid, onderdeel b, in de periode, genoemd in artikel 86, derde lid, onderdeel b: € 0,767 per Nm3;
c. artikel 86, eerste lid, onderdeel c, in de periode, genoemd in artikel 86, derde lid, onderdeel c: € 0,579 per Nm3;
d. artikel 86, eerste lid, onderdeel d, in de periode, genoemd in artikel 86, derde lid, onderdeel a: € 0,713 per Nm3.
§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.2 — Biomassa
Artikel 90
De basisgasprijs, bedoeld in artikel 29 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 86, eerste lid, bedraagt € 0,140 per Nm3.
§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.3 — Vrije categorie › § 4.3.1 — Vrije categorie fase 1
Artikel 91
Aanvragen om subsidie als bedoeld in:
a. artikel 86, eerste lid, onderdeel a,
b. artikel 86, eerste lid, onderdeel b, en
c. artikel 86, eerste lid, onderdeel d,
worden ontvangen in de periode van 1 juli 2011 tot 31 augustus 2011, 17:00 uur.
§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.3 — Vrije categorie › § 4.3.1 — Vrije categorie fase 1
Artikel 92
Het basisbedrag, bedoeld in artikel 28 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 91 bedraagt in de periode, genoemd in artikel 91: € 0,620 per Nm3.
§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.3 — Vrije categorie › § 4.3.2 — Vrije categorie fase 2
Artikel 93
Aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 86, eerste lid, onderdeel b, worden ontvangen in de periode van 31 augustus 2011, 17:00 uur, tot 31 oktober 2011, 17:00 uur.
§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.3 — Vrije categorie › § 4.3.2 — Vrije categorie fase 2
Artikel 94
Het basisbedrag, bedoeld in artikel 28 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 93 bedraagt in de periode, genoemd in artikel 100: € 0,760 per Nm3.
§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.4 — Correctiebedragen voorschotverlening productie van hernieuwbaar gas
Artikel 95
De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 80 worden voor 2011 als volgt vastgesteld:
a. € 0,186 per Nm3 voor wat betreft de gasprijs, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel a, van het besluit.
b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel b, van het besluit.
§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.4 — Correctiebedragen voorschotverlening productie van hernieuwbaar gas
Artikel 96
De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 86 worden voor 2011 als volgt vastgesteld:
a. € 0,186 per Nm3 voor wat betreft de gasprijs, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel a, van het besluit.
b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel b, van het besluit.
§ 5 — Slotbepalingen
Artikel 97
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
§ 5 — Slotbepalingen
Artikel 98
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2011.
Bijlage 7 — behorende bij artikel 39 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2011 › Uitvoeringsovereenkomst tot zekerheid van het aanvangen van de activiteiten ter zake waarvan subsidie is verstrekt op basis van artikel 35, eerste lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2011
Uitvoeringsovereenkomst tot zekerheid van het aanvangen van de activiteiten ter zake waarvan subsidie is verstrekt op basis van artikel 35, eerste lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2011
1. De Staat der Nederlanden, (hierna te noemen: de Staat), te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;
en
2. ..... ....., gevestigd te ..... (hierna te noemen: Ondernemer);
.....
(hierna te samen ook te noemen: Partijen);
overwegen:
a. de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie heeft blijkens een beschikking met kenmerk ....., hierna te noemen Beschikking, waarvan een kopie als Bijlage A bij deze overeenkomst is gevoegd aan de Ondernemer een subsidie verstrekt als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2011 (hierna: Regeling).
b. de Beschikking bevat de opschortende voorwaarde dat binnen acht weken na afgifte van de beschikking de onderhavige uitvoeringsovereenkomst, hierna te noemen Uitvoeringsovereenkomst, tot stand is gekomen tussen de Staat en de subsidieaanvrager;
c. de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie beoogt door middel van deze Uitvoeringsovereenkomst te verzekeren dat de Ondernemer de realisatie van het windpark bedoeld in de Beschikking vóór 1 augustus 2014 zal aanvangen opdat deze realisatie binnen de in artikel 61 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie bedoelde termijn van vijf jaar kan worden voltooid.
Partijen komen daartoe het volgende overeen:
Aldus overeengekomen en in tweevoud ondertekend
te .....
Ondernemer
te 's-Gravenhage op .....
De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie
Bijlage 7 — behorende bij artikel 39 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2011 › Uitvoeringsovereenkomst tot zekerheid van het aanvangen van de activiteiten ter zake waarvan subsidie is verstrekt op basis van artikel 35, eerste lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2011 › Artikel 1 — Begripsbepaling
Artikel 1 — Begripsbepaling
1. Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt onder ‘de aanvang van de bouwperiode’ verstaan: ‘het bereiken van het eerste moment dat de bodem in beroering gebracht wordt door plaatsing van het werk dan wel de bekabeling naar land’, als bedoeld in de door de Ondernemer verkregen vergunning verleend op basis van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Waterwet.
2. Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt de bouwperiode geacht te zijn aangevangen op de datum waarop de Ondernemer dat aan de Staat heeft aangetoond.
Bijlage 7 — behorende bij artikel 39 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2011 › Uitvoeringsovereenkomst tot zekerheid van het aanvangen van de activiteiten ter zake waarvan subsidie is verstrekt op basis van artikel 35, eerste lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2011 › Artikel 2 — Tijdige aanvang van de bouw
Artikel 2 — Tijdige aanvang van de bouw
De Ondernemer verplicht zich jegens de Staat de bouwperiode tijdig aan te vangen en wel vóór 1 augustus 2014.
Bijlage 7 — behorende bij artikel 39 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2011 › Uitvoeringsovereenkomst tot zekerheid van het aanvangen van de activiteiten ter zake waarvan subsidie is verstrekt op basis van artikel 35, eerste lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2011 › Artikel 3 — Inhoud en omvang van de garantie
Artikel 3 — Inhoud en omvang van de garantie
De Ondernemer verplicht zich om tot zekerheid voor de nakoming van de in artikel 2 bedoelde verplichting, alsmede de bij niet tijdige nakoming verschuldigde boetes, binnen acht weken nadat de Beschikking in werking is getreden ten behoeve van de Staat financiële zekerheid te stellen en gesteld houden voor een bedrag groot 2% van de maximale hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 16 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie, door middel van de afgifte aan de Staat van een door een binnen de Europese Unie gevestigde bank afgegeven bankgarantie welke is opgemaakt onder gebruikmaking van het model opgenomen als Bijlage B
Bijlage 7 — behorende bij artikel 39 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2011 › Uitvoeringsovereenkomst tot zekerheid van het aanvangen van de activiteiten ter zake waarvan subsidie is verstrekt op basis van artikel 35, eerste lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2011 › Artikel 4 — Vrijval van de garantie
Artikel 4 — Vrijval van de garantie
1. De verplichting de in artikel 3 bedoelde bankgarantie te blijven stellen vervalt uitsluitend door het schriftelijk bericht van de Staat aan de Bank dat de verplichting geheel of gedeeltelijk is vervallen. De Ondernemer ontvangt een kopie van het bericht van verval.
2. Zodra de verplichting geheel is vervallen zal de Staat de bankgarantie retourneren aan de Ondernemer.
Bijlage 7 — behorende bij artikel 39 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2011 › Uitvoeringsovereenkomst tot zekerheid van het aanvangen van de activiteiten ter zake waarvan subsidie is verstrekt op basis van artikel 35, eerste lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2011 › Artikel 5 — Boetes
Artikel 5 — Boetes
1. Indien de Ondernemer de bouwperiode niet vóór 1 augustus 2014 is aangevangen, is de Ondernemer aan de Staat bij wijze van boete een bedrag verschuldigd groot 0,2% van het beschikte bedrag enkel door het verloop van die termijn en zonder dat enige ingebrekestelling nodig is.
2. Indien de Ondernemer daarna nog in gebreke blijft met het maken van een aanvang met de bouw is de Ondernemer maandelijks een boete van telkens 0,2% van de maximale hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 16 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie, verschuldigd voor zover hij de bouw op de eerste van de maanden september, oktober, november en december van 2014 en augustus, september, oktober, november en december van het jaar 2015 niet is aangevangen.
3. De boetes bedoeld in het eerste en tweede lid, (in totaal ten hoogste tien) zijn telkens verschuldigd voor het enkele verloop van de termijn en zonder dat enige ingebrekestelling nodig is.
4. De Ondernemer machtigt bij deze de Staat onherroepelijk tot het innen van de boetes door het inroepen van de bankgarantie voor het bedrag van de boete, telkens wanneer er een boete verschuldigd is geworden.
Bijlage 7 — behorende bij artikel 39 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2011 › Uitvoeringsovereenkomst tot zekerheid van het aanvangen van de activiteiten ter zake waarvan subsidie is verstrekt op basis van artikel 35, eerste lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2011 › Artikel 6 — Aanvang en einde Uitvoeringsovereenkomst
Artikel 6 — Aanvang en einde Uitvoeringsovereenkomst
1. Deze Uitvoeringsovereenkomst treedt in werking door de ondertekening daarvan door de Partijen met dien verstande dat de inwerkingtreding wordt opgeschort totdat de Beschikking in werking is getreden en de Staat de Ondernemer daarvan schriftelijk bericht heeft gestuurd.
2. Deze Uitvoeringsovereenkomst eindigt van rechtswege door de teruggave van de bankgarantie door de Staat aan de Ondernemer.
Bijlage 7 — behorende bij artikel 39 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2011 › Uitvoeringsovereenkomst tot zekerheid van het aanvangen van de activiteiten ter zake waarvan subsidie is verstrekt op basis van artikel 35, eerste lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2011 › Artikel 7 — Domiciliekeuze en berichtgevingen
Artikel 7 — Domiciliekeuze en berichtgevingen
1. De Staat kiest voor uitvoering van deze Uitvoeringsovereenkomst domicilie ten kantore van Agentschap NL, agentschap van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Hanzelaan 310, 8017 JK Zwolle.
2. Onverminderd het bepaalde in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dienen alle mededelingen, aanzeggingen, verzoeken, toestemmingen en andere berichten uit hoofde van deze uitvoeringsovereenkomst schriftelijk te worden gedaan.
3. Mededelingen, aanzeggingen, verzoeken, toestemmingen en andere berichten die niet in overeenstemming met het tweede lid zijn gedaan blijven zonder rechtsgevolg.
4. De Staat is bevoegd eenzijdig van het bepaalde in het eerste lid af te wijken.
Bijlage 7 — behorende bij artikel 39 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2011 › Uitvoeringsovereenkomst tot zekerheid van het aanvangen van de activiteiten ter zake waarvan subsidie is verstrekt op basis van artikel 35, eerste lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2011 › Artikel 8 — Rechtskeuze
Artikel 8 — Rechtskeuze
1. Op deze Uitvoeringsovereenkomst is uitsluitend Nederlands recht van toepassing.
2. Alle geschillen in verband met deze uitvoeringsovereenkomst of met afspraken die daarmee samenhangen zullen worden beslecht door de bevoegde rechter te Den Haag.
Bijlage 7 — behorende bij artikel 39 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2011 › Uitvoeringsovereenkomst tot zekerheid van het aanvangen van de activiteiten ter zake waarvan subsidie is verstrekt op basis van artikel 35, eerste lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2011 › Artikel 9 — Citeertitel
Artikel 9 — Citeertitel
Deze Uitvoeringsovereenkomst wordt tussen partijen aangeduid als ‘Uitvoeringsovereenkomst Wind op zee Staat/.....’.
Bijlage 7 — behorende bij artikel 39 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2011 › Model bankgarantie
Model bankgarantie
DE ONDERGETEKENDE,
....., gevestigd te ....., hierna te noemen de ‘Bank’,
IN AANMERKING NEMENDE DAT:
A. ..... , gevestigd te ..... , (hierna te noemen de Ondernemer) en de STAAT der NEDERLANDEN, (hierna te noemen: Staat), waarvan de zetel is gevestigd te Den Haag, te dezen vertegenwoordigd door ....., hierbij vertegenwoordigd door de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie op ..... de ‘Uitvoeringsovereenkomst Wind op zee Staat/..... ’ (hierna: uitvoeringsovereenkomst) hebben getekend;
B. de Ondernemer volgens artikel 3 van de overeenkomst binnen acht weken nadat deze overeenkomst in werking is getreden ten behoeve van de Staat financiële zekerheid dient te stellen en gesteld houden voor een bedrag groot € .....,– door de afgifte aan de Staat van een door een bank afgegeven bankgarantie welke luidt conform het model dat als Bijlage B bij die overeenkomst behoort;
C. de Bank bereid is de desbetreffende bankgarantie ten gunste van de Staat te stellen onder de hierna te noemen voorwaarden.
VERKLAART ALS VOLGT
1. De Bank stelt zich hierbij als zelfstandige verbintenis tegenover de Staat onherroepelijk en onvoorwaardelijk garant voor al hetgeen de Staat van de Ondernemer op grond van de uitvoeringsovereenkomst te vorderen heeft tot een maximumbedrag van € .....,–.
2. Deze bankgarantie is een abstracte afroepgarantie. De Bank komt in geen geval een beroep toe op de onderliggende rechtsverhouding tussen de Staat en de Ondernemer als vervat in de Uitvoeringsovereenkomst.
3. De Bank zal op eerste schriftelijk verzoek van de Staat, zonder opgaaf van redenen te verlangen of nader bewijs te vragen, overgaan tot uitbetaling van al hetgeen de Ondernemer, volgens verklaring van de Staat, verschuldigd is uit hoofde van de Uitvoeringsovereenkomst.
4. Deze bankgarantie vervalt uitsluitend door het schriftelijk bericht van de Staat aan de Bank dat de verplichting geheel of gedeeltelijk is vervallen.
5. De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie zendt de bankgarantie zo spoedig mogelijk nadat deze geheel is vervallen retour aan de Bank.
6. Op deze bankgarantie is uitsluitend Nederlands recht van toepassing. Alle geschillen die mochten ontstaan over of naar aanleiding van deze bankgarantie zullen worden beslecht door de bevoegde rechter te ’s-Gravenhage.
7. Indien deze bankgarantie dient te worden geretourneerd geschiedt dat door toezending aan adres: .....
Getekend te
op
De Bank