wetzoeker

Artikel 1613r Burgerlijk Wetboek BES Boek 7a

Van de arbeidsovereenkomsten in het algemeen

1 Indien de arbeider ingevolge een ongeoorloofd en nietig beding, als bedoeld bij het voorgaande artikel, met de werkgever enige overeenkomst heeft aangegaan, ontstaat daaruit generlei verbintenis. De arbeider is gerechtigd het reeds te dier zake op zijn loon in rekening geledene of door hem betaalde van de werkgever terug te vorderen, zonder gehouden te zijn tot teruggave van hetgeen hem ter voldoening aan de overeenkomst is verstrekt.

2 Niettemin is de rechter bevoegd, bij toewijzing van de vordering des arbeiders, de veroordeling te beperken tot zodanig bedrag als hem met het oog op de omstandigheden van het geval billijk zal voorkomen, doch uiterlijk tot de som waarop de door de arbeider geleden schade door hem wordt gewaardeerd.

3 Heeft de arbeider ingevolge een ongeoorloofd en nietig beding, als voormeld, met een ander dan de werkgever enige overeenkomst aangegaan, dan heeft hij het recht dat bedrag van hetgeen hij uit dien hoofde betaald heeft of nog verschuldigd is, van de werkgever te vorderen. De bepaling van het tweede lid is ook ten deze van toepassing.

4 Ieder vorderingsrecht des arbeiders krachtens dit artikel vervalt na verloop van zes maanden.

Regeling
Burgerlijk Wetboek BES Boek 7a
Afkortingen
BW BES Boek 7a
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0028752
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl