wetzoeker

Artikel 1613q Burgerlijk Wetboek BES Boek 7a

Van de arbeidsovereenkomsten in het algemeen

1 Ongeoorloofd en nietig is elk beding tussen de werkgever of diens vertegenwoordiger en een arbeider, waarbij deze zich verbindt, het loon of zijn overige inkomsten of een gedeelte daarvan op een bepaalde wijze te besteden, of zich zijn benodigdheden op een bepaalde plaats of bij een bepaalde persoon aan te schaffen.

2 Van deze bepalingen zijn uitgezonderd:

1°. het beding, waarbij de arbeider deelneemt in enig fonds, dat naar het oordeel van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in overeenstemming met de Minister van Justitie voldoende waarborg van soliditeit biedt, of waarbij de arbeider toestemt, dat te zijnen behoeve een inlage in de door hem aangewezen bank wordt gestort;

2°. ten aanzien van minderjarige arbeiders het beding, dat een gedeelte van het, gedurende de minderjarigheid verdiende, loon door de werkgever ten name van de arbeider zal worden geplaatst in de door de minderjarige aangewezen bank of in een fonds als in sub 1° bedoeld met bepaling, dat het door de arbeider eerst zal kunnen worden opgevorderd, wanneer hij zekere, niet hoger dan eenentwintig jaren te stellen, leeftijd zal hebben bereikt of uit anderen hoofde meerderjarig geworden is of wanneer de rechter in eerste aanleg op verzoek van de wettelijke vertegenwoordiger en na verhoor of behoorlijke oproeping van de minderjarige en van de werkgever tot de uitbetaling machtiging heeft verleend.

Regeling
Burgerlijk Wetboek BES Boek 7a
Afkortingen
BW BES Boek 7a
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0028752
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl