wetzoeker

Artikel 16b Pensioenwet BES

1 Wanneer een pensioenfonds voorziet of redelijkerwijs kan voorzien dat het niet meer voldoet of niet zal voldoen aan de bij of krachtens de artikelen 13 en 13d gestelde vereisten ten aanzien van de toereikende technische voorzieningen, meldt het pensioenfonds dit onverwijld aan de Bank.

2 In de in het eerste lid bedoelde situatie dient het pensioenfonds binnen twee maanden of zoveel eerder als de Bank bepaalt, een concreet en haalbaar kortetermijnherstelplan ter instemming bij de Bank in. In dit kortetermijnherstelplan werkt het pensioenfonds uit hoe het uiterlijk binnen drie jaar zal voldoen aan de artikelen 13 en 13d waarbij:

a. de kans op herstel verbetert;

b. de risico’s voor de aanspraak- en pensioengerechtigden niet toenemen; en

c. de kans op toeslagverlening niet negatief wordt beïnvloed.

3 In afwijking van het tweede lid geldt voor het kortetermijnherstelplan een termijn van een jaar indien niet is voldaan aan de voorwaarden, genoemd in het tweede lid, onder a, b en c.

4 Het pensioenfonds handelt onverwijld overeenkomstig het kortetermijnherstelplan.

5 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de inhoud en opstelling van een kortetermijnherstelplan.

Regeling
Pensioenwet BES
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
01-07-2021
BWB-id
BWBR0028712
Versie
2021-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl