wetzoeker

Artikel 16a Pensioenwet BES

1 Wanneer een pensioenfonds voorziet of redelijkerwijs kan voorzien dat het niet meer voldoet of zal voldoen aan de bij of krachtens artikel 13c gestelde vereisten ten aanzien van het vereist eigen vermogen, meldt het pensioenfonds dit onverwijld aan de Bank.

2 In de in het eerste lid bedoelde situatie dient het pensioenfonds binnen drie maanden of zoveel eerder als de Bank bepaalt ter instemming bij de Bank een concreet en haalbaar langetermijnherstelplan in. In dit langetermijnherstelplan werkt het pensioenfonds uit hoe het uiterlijk binnen 15 jaar zal voldoen aan artikel 13c.

3 Het pensioenfonds handelt onverwijld overeenkomstig het langetermijnherstelplan.

4 Het pensioenfonds rapporteert gedurende de uitvoering van het langetermijnherstelplan de Bank jaarlijks of het herstel verloopt overeenkomstig de doelstellingen van het langetermijnherstelplan; waarbij wordt aangegeven:

a. welke activiteiten het pensioenfonds in het afgelopen jaar heeft uitgevoerd;

b. welke resultaten deze activiteiten tot dan toe hebben gehad; en

c. hoe de actuele positie van het pensioenfonds is.

5 De Bank beoordeelt ten minste eenmaal per drie jaar of aanvullende maatregelen nodig zijn zodat het langetermijnherstelplan ook daadwerkelijk kan worden gerealiseerd.

6 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de inhoud en opstelling van een langetermijnherstelplan.

Regeling
Pensioenwet BES
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
01-07-2021
BWB-id
BWBR0028712
Versie
2021-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl