wetzoeker

Artikel 4 Rijksbesluit rechtspositie leden Raad voor de rechtshandhaving

1 Een lid van de Raad ontvangt een vergoeding van reis- en verblijfkosten overeenkomstig de regels die gelden voor ambtenaren die zijn aangesteld bij de ministeries in het land van Onze Minister die het betreffende lid heeft voorgesteld overeenkomstig artikel 7, eerste lid, van de rijkswet.

2 Onze Minister kan bepalen dat de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld op een forfaitair bedrag dat wordt vastgesteld op basis van de in een voorafgaand jaar daadwerkelijk gedeclareerde reis- en verblijfkosten.

3 De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, die de leden van de Raad ontvangen wordt gedragen door het land dat het betreffende lid heeft voorgesteld overeenkomstig artikel 7, eerste lid, van de rijkswet.

Regeling
Rijksbesluit rechtspositie leden Raad voor de rechtshandhaving
Soort
Rijks-KB
Geldend vanaf
10-10-2010
BWB-id
BWBR0028133
Versie
2010-10-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl