wetzoeker

Artikel 30 Rijkswet Raad voor de rechtshandhaving

Rapportage door de Raad

1 De Raad stelt naar aanleiding van het door hem verrichte onderzoek een inspectierapport op.

2 De Raad stelt de betrokken instantie in de gelegenheid binnen een door de Raad gestelde redelijke termijn op het inspectierapport te reageren. Vervolgens stelt de Raad Onze betrokken Minister in de gelegenheid binnen een door de Raad gestelde redelijke termijn op het inspectierapport te reageren.

3 Na ontvangst van de reactie van Onze betrokken Minister of na verloop van de termijn, bedoeld in het tweede lid, tweede volzin, stelt de Raad het inspectierapport vast. Hij kan naar aanleiding van zijn bevindingen Onze betrokken Minister aanbevelingen doen met betrekking tot eventueel te treffen maatregelen.

4 Het inspectierapport wordt na vaststelling door de Raad gezonden aan Onze betrokken Minister.

5 Onze betrokken Minister zendt het inspectierapport alsmede zijn reactie daarop binnen zes weken aan het vertegenwoordigende orgaan van het betrokken land.

Regeling
Rijkswet Raad voor de rechtshandhaving
Soort
Rijkswet
Geldend vanaf
10-10-2010
BWB-id
BWBR0028075
Versie
2010-10-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl