wetzoeker

Besluit modern migratiebeleid

Besluit van 24 juli 2010, houdende wijziging van het Vreemdelingenbesluit 2000 en enkele andere besluiten in verband met de versterking van de positie van de referent in het reguliere vreemdelingenrecht en versnelling van de vreemdelingenrechtelijke procedure, in verband met de implementatie van Richtlijn 2009/50/EG van de Raad van 25 mei 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan (PbEU L 155), in verband met de openbare orde en enkele andere onderwerpen (Besluit modern migratiebeleid)

Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-10-2013
Rechtsgebied
Migratierecht, Onderwijsrecht, Openbare orde en veiligheidsrecht, Procesrecht, Strafprocesrecht, Vreemdelingenrecht
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0027992
Versie
2013-10-01_0
SHA-256 bron
1f70e219dcbc0ec14738c661e4670355438af4c4673ce99bedf5406a07d69a41

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (15)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III
  4. Artikel IV
  5. Artikel V
  6. Artikel VI
  7. Artikel VII
  8. Artikel VIII
  9. Artikel IX
  10. Artikel X
  11. Artikel XI
  12. Artikel XII
  13. Artikel XIII
  14. Artikel XIV
  15. Artikel XV

Artikel I

Wijzigt het Vreemdelingenbesluit 2000.

Artikel II

Wijzigt het Besluit politiegegevens.

Artikel III

Wijzigt het Besluit justitiële gegevens.

Artikel IV

Wijzigt het Besluit studiefinanciering 2000.

Artikel V

Wijzigt het Besluit tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.

Artikel VI

Wijzigt het Besluit inburgering.

Artikel VII

Wijzigt het Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg.

Artikel VIII

Wijzigt het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen.

Artikel IX

1 Op het tijdstip waarop de Wet modern migratiebeleid in werking treedt, is referent van de houder van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van de Wet onder een beperking verband houdend met:

a. gezinshereniging of gezinsvorming, verblijf ter adoptie of als pleegkind, het afwachten van onderzoek naar de geschiktheid van de aspirant-adoptiefouders, bedoeld in artikel 11 van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie, of familiebezoek: de hoofdpersoon bij wie de vreemdeling als familie- of gezinslid verblijft;

b. het verrichten van arbeid in loondienst, het verrichten van arbeid als geestelijk voorganger of godsdienstleraar, verblijf als kennismigrant, stagiaire of practicant: de werkgever van de vreemdeling;

c. verblijf als onderzoeker in de zin van richtlijn 2005/71/EG: de onderzoeksinstelling;

d. het volgen van studie of de voorbereiding op studie: de onderwijsinstelling waaraan de vreemdeling is ingeschreven;

e. verblijf als au pair: het gastgezin waarin de vreemdeling als au pair verblijft;

f. verblijf in het kader van uitwisseling: de persoon of organisatie die ten behoeve van het verblijf van de uitwisselingsjongere een garantverklaring heeft ondertekend.

2 Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de toepassing van het eerste lid.

Artikel X

1 Een op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet Modern migratiebeleid geldige verblijfsvergunning, verleend onder een beperking als genoemd in kolom A, wordt vanaf dat tijdstip aangemerkt als een verblijfsvergunning, verleend onder een beperking als genoemd in kolom B:

A | B

Gezinshereniging of gezinsvorming | Familie- of gezinslid

Verblijf ter adoptie | Familie- of gezinslid

Verblijf als pleegkind | Familie- of gezinslid

Afwachten van onderzoek naar de geschiktheid van de aspirant-adoptiefouders, bedoeld in artikel 11 van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie | Familie- of gezinslid

Het verrichten van arbeid als geestelijk voorganger of godsdienstleraar | Arbeid in loondienst

Verblijf als stagiaire of practicant | Lerend werken

Het volgen van studie | Studie

De voorbereiding op studie | Studie

Verblijf als economisch niet-actieve langdurig ingezetene | Verblijf als economisch niet-actieve langdurig ingezetene of vermogende vreemdeling

Verblijf als au pair | Uitwisseling

Verblijf in het kader van uitwisseling | Uitwisseling

De vervolging van mensenhandel | Tijdelijke humanitaire gronden

Verblijf als vreemdeling die buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken | Tijdelijke humanitaire gronden

Voortgezet verblijf | Niet-tijdelijke humanitaire gronden

Wedertoelating | Niet-tijdelijke humanitaire gronden

2 Voor de toepassing van de bepaling in kolom A wordt met de verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met het verblijfsdoel in kolom B gelijk gesteld de verblijfsvergunning, die voor inwerkingtreding van dit besluit is verleend onder een beperking verband houdend met het verblijfsdoel in kolom C:

A | B | C

artikel 3.39 | Lerend werken | verblijf als stagaire; verblijf als practicant

artikel 3.43, eerste lid, onder c | Uitwisseling | verblijf als au pair; verblijf in het kader van uitwisseling

artikel 3.50, eerste lid, onder a; artikel 3.51, eerste lid, onder a, onder 1°, en onder c; artikel 3.86, dertiende lid; artikel 3.90, eerste lid | Familie- of gezinslid | verblijf in het kader van gezinshereniging of gezinsvorming; verblijf ter adoptie; verblijf als pleegkind; verblijf in afwachting van onderzoek naar de geschiktheid van de aspirant-adoptiefouders, bedoeld in artikel 11 van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie

artikel 3.51, eerste lid, onder a, onder 3° | Tijdelijke humanitaire gronden | verblijf als alleenstaande minderjarige vreemdeling; verblijf als vreemdeling die buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken

3 Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de verblijfsvergunningen, verleend onder een andere beperking als bedoeld in artikel 3.4, derde lid.

Artikel XI

De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000, wordt niet ingetrokken met toepassing van artikel 18, eerste lid, onder h, van die wet, indien zij is verleend voor de inwerkingtreding van de Wet modern migratiebeleid.

Artikel XII

Het in artikel XII, tweede lid, van de Wet modern migratiebeleid bedoelde tijdstip is 1 juli 2010.

Artikel XIII

1 De onderdelen MMM en WWW, subonderdeel 3, van artikel I van dit besluit blijven buiten toepassing ten aanzien van de vreemdeling wiens verblijf op grond van het recht zoals dat gold voor de inwerkingtreding van dit besluit niet kon worden beëindigd, tenzij die vreemdeling wegens een na inwerkingtreding van die onderdelen van dit besluit gepleegd misdrijf waartegen een gevangenisstraf van twee jaar of meer is bedreigd bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis is veroordeeld, dan wel hem terzake van een zodanig misdrijf bij onherroepelijke beschikking een taakstraf is opgelegd.

2 Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de invoering van de Wet modern migratiebeleid en dit besluit.

Artikel XIV

De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen en onderdelen daarvan en voor de verschillende verblijfsdoelen verschillend kan zijn, met uitzondering van artikel I, onderdelen C, subonderdeel 1, E, G, subonderdeel 1, N, BBB, subonderdeel 2, CCC, GGG, subonderdeel 2, HHH, MMM, UUU, subonderdeel 2, WWW, subonderdelen 1 en 3, XXX, FFFF, subonderdeel 1, JJJJ, NNNN, subonderdeel 7, PPPP, UUUU, YYYY, subonderdeel 1, BBBBB en FFFFF, en artikel XIII, eerste lid, die in werking treden met ingang van de dag na de datum van afgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst.

Artikel XV

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit modern migratiebeleid.