wetzoeker

Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2009

Regeling van de Minister van Economische Zaken van 16 maart 2009, nr. WJZ/9051027, houdende aanwijzing van categorieën productie-installaties voor de stimulering van duurzame energieproductie in het jaar 2009 (Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2009)

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-10-2012
Rechtsgebied
Ondernemingspraktijk
Ministerie
Economische Zaken
BWB-id
BWBR0025570
Versie
2012-10-01_0
SHA-256 bron
d2e155c2552bcb54392b23b1e22ce498bfa2ac7c92d6ad1196f77bb9c1f0a833

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (72)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 7a
  9. Artikel 7b
  10. Artikel 7c
  11. Artikel 7d
  12. Artikel 7e
  13. Artikel 7f
  14. Artikel 8
  15. Artikel 9
  16. Artikel 10
  17. Artikel 11
  18. Artikel 12
  19. Artikel 13
  20. Artikel 14
  21. Artikel 15
  22. Artikel 16
  23. Artikel 17
  24. Artikel 18
  25. Artikel 19
  26. Artikel 20
  27. Artikel 21
  28. Artikel 22
  29. Artikel 23
  30. Artikel 24
  31. Artikel 25
  32. Artikel 26
  33. Artikel 27
  34. Artikel 28
  35. Artikel 29
  36. Artikel 30
  37. Artikel 31
  38. Artikel 32
  39. Artikel 33
  40. Artikel 34
  41. Artikel 35
  42. Artikel 36
  43. Artikel 37
  44. Artikel 38
  45. Artikel 39
  46. Artikel 40
  47. Artikel 41
  48. Artikel 42
  49. Artikel 43
  50. Artikel 43a
  51. Artikel 44
  52. Artikel 45
  53. Artikel 46
  54. Artikel 47
  55. Artikel 48
  56. Artikel 49
  57. Artikel 50
  58. Artikel 51
  59. Artikel 52
  60. Artikel 53
  61. Artikel 54
  62. Artikel 55
  63. Artikel 56
  64. Artikel 57
  65. Artikel 58
  66. Artikel 59
  67. Artikel 60
  68. Bijlage 1
  69. Bijlage 2
  70. Bijlage 3
  71. Bijlage 4
  72. Bijlage 5

§ 1 — Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

– minister: de Minister van Economische Zaken;

– besluit: het Besluit stimulering duurzame energieproductie;

– algemene uitvoeringsregeling: de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie;

– gewogen maandelijks rendement: het rendement, bedoeld in artikel 1, vierde lid, van de Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit;

– NTA 8003: 2008: de Nederlandse Technische Afspraak 8003, Classificatie van biomassa voor energietoepassing, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-instituut, zoals deze luidde op 31 december 2008;

– overige vergisting: de biologische afbraakreacties van biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van de nummers 410, 420, 430, 500, 550 tot en met 559, 587, 592, 600, 610 en 620;

– productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van afvalverbranding: een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit de warmte die uitsluitend of in hoofdzaak is geproduceerd door:

1° de verbranding van afvalstoffen,

2° een andere thermische behandeling van afvalstoffen dan bedoeld onder 1° ingeval de producten daarvan vervolgens worden verbrand, of

3° de verbranding van producten die voortkomen uit thermische behandeling van afvalstoffen;

– productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met gebruik van stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties: een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd:

1° uit gas dat vrijkomt tengevolge van biologische afbraakreacties uit gestorte afvalstoffen, of

2° uit gas dat vrijkomt tengevolge van biologische afbraakreacties bij de zuivering van huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater en afvloeiend hemelwater;

– productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van waterkracht: een productie-installatie waarmee door hydro-mechanisch-elektrische omzetting hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit potentiële dan wel kinetische energie van stromend water dat niet specifiek ten behoeve van de elektriciteitsproductie omhoog is gepompt;

– productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op land: een productie-installatie die niet is opgericht in de territoriale zee of in de Nederlandse exclusieve economische zone, waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd met behulp van windenergie en die geen productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie is als bedoeld in artikel 1, onderdeel o, van het besluit;

– productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas met gebruik van stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties: een productie-installatie waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd:

1° uit gas dat vrijkomt tengevolge van biologische afbraakreacties uit gestorte afvalstoffen, of

2° uit gas dat vrijkomt tengevolge van biologische afbraakreacties bij de zuivering van huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater en afvloeiend hemelwater;

– valhoogte: het verschil in waterpeil voor en achter de installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van waterkracht waarbij het maximaal elektrisch ontwerpvermogen van de turbine of de generator wordt gerealiseerd;

– thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa: de omzetting van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 500, 550 tot en met 559, 587 en 592 van de NTA 8003: 2008, door middel van:

1° verbranding,

2° een andere thermische behandeling dan bedoeld onder 1° ingeval de producten daarvan vervolgens worden verbrand, of

3° de verbranding van producten die voortkomen uit thermische behandeling;

– vergisting en co-vergisting van dierlijke mest: de biologische afbraakreacties van in hoofdzaak verpompbare vaste en vloeibare uitwerpselen van dieren, al dan niet aangevuld met een of meer producten genoemd in de Meststoffenbeschikking 1977, bijlage I, hoofdstuk III, typeaanduiding ‘co-vergiste mest’ zoals deze luidde op 31 december 2007;

– vergisting van groente-, fruit- en tuinafval: de biologische afbraakreacties van biomassa als bedoeld in de nummers 251, 252, 253, 254, 600, 610, 620 van de NTA 8003:2008;

– warmtebenuttingscoëfficiënt: de hoeveelheid gedurende een kalenderjaar door een productie-installatie geproduceerde en nuttig aangewende warmte als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel v, van de Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit, gedeeld door de hoeveelheid gedurende hetzelfde kalenderjaar geproduceerde en op het elektriciteitsnet ingevoede hernieuwbare elektriciteit.

§ 2 — Hernieuwbare elektriciteit › § 2.1 — Windenergie op land

Artikel 2

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan producenten van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op land.

2 Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid, worden ontvangen in de periode van 6 april 2009 tot 30 oktober 2009, 17:00 uur.

3 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1.

§ 2 — Hernieuwbare elektriciteit › § 2.1 — Windenergie op land

Artikel 3

1 Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie die is aangevraagd in de periode, bedoeld in artikel 2, tweede lid, bedraagt € 1.512.000.000,–.

2 De minister verdeelt het bedrag, genoemd in het eerste lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

§ 2 — Hernieuwbare elektriciteit › § 2.1 — Windenergie op land

Artikel 4

1 Subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op land binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 2 — Hernieuwbare elektriciteit › § 2.1 — Windenergie op land

Artikel 5

Het maximaal aantal vollasturen voor productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op land bedraagt 1760 uren per jaar.

§ 2 — Hernieuwbare elektriciteit › § 2.1 — Windenergie op land

Artikel 6

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt € 0,118 per kWh.

§ 2 — Hernieuwbare elektriciteit › § 2.1 — Windenergie op land

Artikel 7

De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt € 0,049 per kWh.

§ 2 — Hernieuwbare elektriciteit › § 2.1a — Windenergie op land en in water

Artikel 7a

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan producenten van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op land, indien:

a. het nominale vermogen van de individuele windturbine ten minste 6,0 MW bedraagt;

b. artikel 9b, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Elektriciteitswet 1998 van toepassing is;

c. de milieu-effectrapportage, bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer, op grond van artikel 7.20 van de Wet milieubeheer ter inzage is gelegd, en

d. de voor de productie-installatie vereiste vergunningen op grond van de Woningwet, de Wet Milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken en de Wet op de Ruimtelijke ordening zijn aangevraagd.

2 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan producenten van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op land, indien:

a. de fundering in een meer van minimaal één vierkante kilometer staat en het nominale vermogen van de individuele windturbine ten minste 3,0 MW bedraagt;

b. artikel 9b, eerste lid, onderdeel a, van de Elektriciteitswet 1998 van toepassing is;

c. de milieu-effectrapportage, bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer, op grond van artikel 7.20 van de Wet milieubeheer ter inzage is gelegd, en

d. de voor de productie-installatie vereiste vergunningen op grond van de Woningwet, de Wet Milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken en de Wet op de Ruimtelijke ordening zijn aangevraagd.

3 Productie-installaties als bedoeld in het eerste en tweede lid, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 56, eerste lid, tweede volzin, van het besluit.

4 Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste en tweede lid, worden ontvangen in de periode van de datum van inwerkingtreding van dit artikel tot 29 januari 2010, 17:00 uur.

5 Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 6.

§ 2 — Hernieuwbare elektriciteit › § 2.1a — Windenergie op land en in water

Artikel 7b

1 Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie die is aangevraagd in de periode, bedoeld in artikel 7a, vierde lid, bedraagt voor productie-installaties als bedoeld in:

a. artikel 7a, eerste lid: € 741.000.000,–;

b. artikel 7a, tweede lid: € 546.000.000,–.

2 De minister verdeelt de bedragen, genoemd in het eerste lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

§ 2 — Hernieuwbare elektriciteit › § 2.1a — Windenergie op land en in water

Artikel 7c

1 Subsidie als bedoeld in artikel 7a, eerste en tweede lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie als bedoeld in artikel 7a, eerste en tweede lid, binnen 6 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 2 — Hernieuwbare elektriciteit › § 2.1a — Windenergie op land en in water

Artikel 7d

Het maximaal aantal vollasturen voor productie-installaties bedraagt voor productie-installaties als bedoeld in:

a. artikel 7a, eerste lid: 2476;

b. artikel 7a, tweede lid: 2494.

§ 2 — Hernieuwbare elektriciteit › § 2.1a — Windenergie op land en in water

Artikel 7e

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 7a, eerste en tweede lid, bedraagt voor productie-installaties als bedoeld in:

a. artikel 7a, eerste lid: € 0,120 per kWh;

b. artikel 7a, tweede lid: € 0,151 per kWh.

§ 2 — Hernieuwbare elektriciteit › § 2.1a — Windenergie op land en in water

Artikel 7f

De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 7a, eerste en tweede lid, bedraagt voor productie-installaties als bedoeld in:

a. artikel 7a, eerste lid: € 0,050 per kWh;

b. artikel 7a, tweede lid: € 0,050 per kWh.

§ 2 — Hernieuwbare elektriciteit › § 2.2 — Fotovoltaïsche zonnepanelen

Artikel 8

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan producenten van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonlicht met behulp van fotovoltaïsche zonnepanelen met een vermogen:

a. groter dan 0,6 kWp en kleiner dan of gelijk aan 15 kWp;

b. groter dan 15 kWp en kleiner dan of gelijk aan 100 kWp, welke zijn geplaatst op of tegen een gebouw als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, Woningwet.

2 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 15, vierde lid, van het besluit en als bedoeld in artikel 56, eerste lid, tweede volzin.

3 Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid, worden ontvangen in de periode van 6 april 2009 tot 30 oktober 2009, 17:00 uur.

4 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2.

5 Een gebundelde aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 56, eerste lid, tweede volzin, van het besluit wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

6 Een aanvraag om subsidie als bedoeld in het vierde lid en vijfde lid, wordt geacht een aanvraag tot het verstrekken van een voorschot te zijn, tenzij de aanvrager te kennen geeft een aparte aanvraag tot het verstrekken van een voorschot te willen indienen of aangeeft geen voorschot te willen ontvangen.

§ 2 — Hernieuwbare elektriciteit › § 2.2 — Fotovoltaïsche zonnepanelen

Artikel 9

Voor subsidie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, is de rapportageverplichting, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de algemene uitvoeringsregeling niet van toepassing.

§ 2 — Hernieuwbare elektriciteit › § 2.2 — Fotovoltaïsche zonnepanelen

Artikel 10

1 Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie die is aangevraagd in de periode, bedoeld in artikel 8, derde lid, bedraagt voor productie-installaties als bedoeld in:

a. artikel 8, eerste lid, onderdeel a: € 86.500.000,–;

b. artikel 8, eerste lid, onderdeel b: € 56.500.000,–.

2 De minister verdeelt de bedragen, genoemd in het eerste lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

§ 2 — Hernieuwbare elektriciteit › § 2.2 — Fotovoltaïsche zonnepanelen

Artikel 11

1 Subsidie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonlicht met behulp van fotovoltaïsche zonnepanelen binnen 18 maanden na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3 Deze periode kan in uitzonderlijke gevallen eenmaal met een periode van een jaar worden verlengd.

§ 2 — Hernieuwbare elektriciteit › § 2.2 — Fotovoltaïsche zonnepanelen

Artikel 12

Het maximaal aantal vollasturen voor productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonlicht met behulp van fotovoltaïsche zonnepanelen bedraagt 850 uren per jaar.

§ 2 — Hernieuwbare elektriciteit › § 2.2 — Fotovoltaïsche zonnepanelen

Artikel 13

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, bedraagt voor productie- installaties als bedoeld in:

a. artikel 8, eerste lid, onderdeel a: € 0,526 per kWh;

b. artikel 8, eerste lid, onderdeel b: € 0,459 per kWh.

§ 2 — Hernieuwbare elektriciteit › § 2.2 — Fotovoltaïsche zonnepanelen

Artikel 14

De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, bedraagt voor productie-installaties als bedoeld in:

a. artikel 8, eerste lid, onderdeel a: € 0,202 per kWh;

b. artikel 8, eerste lid, onderdeel b: € 0,053 per kWh.

§ 2 — Hernieuwbare elektriciteit › § 2.3 — Afvalverbranding

Artikel 15

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan producenten van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van afvalverbranding.

2 Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid, worden ontvangen in de periode van 6 april 2009 tot 30 oktober 2009, 17:00 uur.

3 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4.

§ 2 — Hernieuwbare elektriciteit › § 2.3 — Afvalverbranding

Artikel 16

Voor subsidie als bedoeld in artikel 15, eerste lid, is de rapportageverplichting, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de algemene uitvoeringsregeling niet van toepassing.

§ 2 — Hernieuwbare elektriciteit › § 2.3 — Afvalverbranding

Artikel 17

1 Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie die is aangevraagd in de periode, bedoeld in artikel 15, tweede lid, bedraagt € 158.000.000,–.

2 De minister verdeelt het bedrag, genoemd in het eerste lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

§ 2 — Hernieuwbare elektriciteit › § 2.3 — Afvalverbranding

Artikel 18

1 Subsidie als bedoeld in artikel 15, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van afvalverbranding binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 2 — Hernieuwbare elektriciteit › § 2.3 — Afvalverbranding

Artikel 19

Het maximaal aantal vollasturen voor productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van afvalverbranding bedraagt 3840 uren per jaar.

§ 2 — Hernieuwbare elektriciteit › § 2.3 — Afvalverbranding

Artikel 20

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 15, eerste lid, bedraagt bij een gewogen maandelijks rendement dat groter is dan genoemd in kolom 1 en kleiner is dan of gelijk is aan genoemd in kolom 2, het bedrag in euro per kWh, genoemd in kolom 3.

kolom 1 | kolom 2 | kolom 3

22% | 23% | 0,117

23% | 24%, | 0,117

24% | 25% | 0,119

25% | 26% | 0,119

26% | 27% | 0,121

27% | 28% | 0,123

28% | 29% | 0,127

29% | 30% | 0,131

30% | 31% | 0,135

31% | 100% | 0,140

§ 2 — Hernieuwbare elektriciteit › § 2.3 — Afvalverbranding

Artikel 21

De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 15, eerste lid, bedraagt € 0,092 per kWh.

§ 2 — Hernieuwbare elektriciteit › § 2.4 — Stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties

Artikel 22

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan producenten van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met gebruik van stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties.

2 Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid, worden ontvangen in de periode van 6 april 2009 tot 30 oktober 2009, 17:00 uur.

3 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4.

§ 2 — Hernieuwbare elektriciteit › § 2.4 — Stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties

Artikel 23

Voor subsidie als bedoeld in artikel 22, eerste lid, is de rapportageverplichting, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de algemene uitvoeringsregeling niet van toepassing.

§ 2 — Hernieuwbare elektriciteit › § 2.4 — Stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties

Artikel 24

1 Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie die is aangevraagd in de in artikel 22, tweede lid, bedoelde periode, bedraagt € 7.000.000,–.

2 De minister verdeelt het bedrag, genoemd in het eerste lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

§ 2 — Hernieuwbare elektriciteit › § 2.4 — Stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties

Artikel 25

1 Subsidie als bedoeld in artikel 24, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met gebruik van stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 2 — Hernieuwbare elektriciteit › § 2.4 — Stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties

Artikel 26

Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met gebruik van stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties bedraagt 8000 uren per jaar.

§ 2 — Hernieuwbare elektriciteit › § 2.4 — Stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties

Artikel 27

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 24, eerste lid, bedraagt € 0,059 per kWh.

§ 2 — Hernieuwbare elektriciteit › § 2.4 — Stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties

Artikel 28

De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 24, eerste lid, bedraagt € 0,044 per kWh.

§ 2 — Hernieuwbare elektriciteit › § 2.5 — Biomassa

Artikel 29

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan producenten van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door:

a. verbranding van het biogas uit vergisting en co-vergisting van dierlijke mest of de inzet van warmte verkregen uit thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa met een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 10 MW;

b. verbranding van het biogas uit vergisting van groente-, fruit- en tuinafval;

c. verbranding van het biogas uit overige vergisting;

d. inzet van warmte verkregen uit thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa met een nominaal elektrisch vermogen groter dan 10 MW en kleiner dan of gelijk aan 50 MW.

2 Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid, worden ontvangen in de periode van 6 april 2009 tot 30 oktober 2009, 17:00 uur.

3 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4.

§ 2 — Hernieuwbare elektriciteit › § 2.5 — Biomassa

Artikel 30

1 Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie die is aangevraagd in de in artikel 29, tweede lid, bedoelde periode, bedraagt € 625.000.000,–.

2 De minister verdeelt het bedrag, genoemd in het eerste lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

§ 2 — Hernieuwbare elektriciteit › § 2.5 — Biomassa

Artikel 31

1 Subsidie als bedoeld in artikel 29, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit bedoeld in artikel 30, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 2 — Hernieuwbare elektriciteit › § 2.5 — Biomassa

Artikel 32

Het maximaal aantal vollasturen voor productie-installaties als bedoeld in artikel 29, eerste lid, bedraagt 8000 uren per jaar.

§ 2 — Hernieuwbare elektriciteit › § 2.5 — Biomassa

Artikel 33

1 Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onderdeel a, bedraagt bij een warmtebenuttingscoëfficiënt groter dan genoemd in kolom 1 en kleiner dan of gelijk aan genoemd in kolom 2 een bedrag in euro per kWh, genoemd in kolom 3.

kolom 1 | kolom 2 | kolom 3

0,00 MJ/kWh | 0,25 MJ/kWh | 0,152

0,25 MJ/kWh | 0,50 MJ/kWh | 0,155

0,50 MJ/kWh | 0,75 MJ/kWh | 0,158

0,75 MJ/kWh | 1,0 MJ/kWh | 0,161

1,0 MJ/kWh | 1,25 MJ/kWh | 0,164

1,25 MJ/kWh | 1,50 MJ/kWh | 0,167

1,50 MJ/kWh | 1,75 MJ/kWh | 0,171

1,75 MJ/kWh | 2,0 MJ/kWh | 0,174

2,0 MJ/kWh | onbepaald | 0,177

2 Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onderdeel b, bedraagt bij een warmtebenuttingscoëfficiënt groter dan genoemd in kolom 1 en kleiner dan of gelijk aan genoemd in kolom 2 een bedrag in euro per kWh, genoemd in kolom 3.

kolom1 | kolom 2 | kolom 3

0,00 MJ/kWh | 0,25 MJ/kWh | 0,129

0,25 MJ/kWh | 0,50 MJ/kWh | 0,132

0,50 MJ/kWh | 0,75 MJ/kWh | 0,134

0,75 MJ/kWh | 1,0 MJ/kWh | 0,136

1,0 MJ/kWh | 1,25 MJ/kWh | 0,139

1,25 MJ/kWh | 1,50 MJ/kWh | 0,141

1,50 MJ/kWh | 1,75 MJ/kWh | 0,144

1,75 MJ/kWh | 2,0 MJ/kWh | 0,146

2,0 MJ/kWh | onbepaald | 0,149

3 Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onderdeel c, bedraagt € 0,158 per kWh.

4 Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onderdeel d, bedraagt bij een warmtebenuttingscoëfficiënt groter dan genoemd in kolom 1 en kleiner dan of gelijk aan genoemd in kolom 2 een bedrag in euro per kWh, genoemd in kolom 3.

kolom 1 | kolom 2 | kolom 3

0,00 MJ/kWh | 0,25 MJ/kWh | 0,115

0,25 MJ/kWh | 0,50 MJ/kWh | 0,118

0,50 MJ/kWh | 0,75 MJ/kWh | 0,120

0,75 MJ/kWh | 1,0 MJ/kWh | 0,123

1,0 MJ/kWh | 1,25 MJ/kWh | 0,126

1,25 MJ/kWh | 1,50 MJ/kWh | 0,128

1,50 MJ/kWh | 1,75 MJ/kWh | 0,131

1,75 MJ/kWh | 2,0 MJ/kWh | 0,133

2,0 MJ/kWh | 2,25 MJ/kWh | 0,136

2,25 MJ/kWh | 2,50 MJ/kWh | 0,138

2,50 MJ/kWh | 2,75 MJ/kWh | 0,141

2,75 MJ/kWh | 3,0 MJ/kWh | 0,143

3,0 MJ/kWh | 3,25 MJ/kWh | 0,146

3,25 MJ/kWh | 3,50 MJ/kWh | 0,148

3,50 MJ/kWh | 3,75 MJ/kWh | 0,151

3,75 MJ/kWh | 4,0 MJ/kWh | 0,153

4,0 MJ/kWh | onbepaald | 0,156

§ 2 — Hernieuwbare elektriciteit › § 2.5 — Biomassa

Artikel 34

De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 29, eerste lid, bedraagt € 0,044 per kWh.

§ 2 — Hernieuwbare elektriciteit › § 2.6 — Waterkracht

Artikel 35

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan producenten van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van waterkracht in installaties met:

a. een valhoogte kleiner dan 5 meter;

b. een valhoogte gelijk aan of groter dan 5 meter.

2 Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid, worden ontvangen in de periode van 6 april 2009 tot 30 oktober 2009, 17:00 uur.

3 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 5.

§ 2 — Hernieuwbare elektriciteit › § 2.6 — Waterkracht

Artikel 36

1 Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie die is aangevraagd in de in artikel 35, tweede lid, bedoelde periode, bedraagt voor productie-installaties als bedoeld in:

a. artikel 35, eerste lid, onderdeel a: € 60.000.000,–;

b. artikel 35, eerste lid, onderdeel b: € 15.000.000,–.

2 De minister verdeelt het bedrag, genoemd in het eerste lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

§ 2 — Hernieuwbare elektriciteit › § 2.6 — Waterkracht

Artikel 37

1 Subsidie als bedoeld in artikel 35, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van waterkracht binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 2 — Hernieuwbare elektriciteit › § 2.6 — Waterkracht

Artikel 38

Het maximaal aantal vollasturen voor productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van waterkracht als bedoeld in:

1. artikel 35, eerste lid, onderdeel a, bedraagt 3800 uren per jaar;

2. artikel 35, eerste lid, onderdeel b, bedraagt 4800 uren per jaar.

§ 2 — Hernieuwbare elektriciteit › § 2.6 — Waterkracht

Artikel 39

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 35, eerste lid, bedraagt voor productie-installaties als bedoeld in:

a. artikel 35, eerste lid, onderdeel a: € 0,125 per kWh;

b. artikel 35, eerste lid, onderdeel b: € 0,073 per kWh.

§ 2 — Hernieuwbare elektriciteit › § 2.6 — Waterkracht

Artikel 40

De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 35, eerste lid, onderdelen a en b, bedraagt € 0,044 per kWh.

§ 2 — Hernieuwbare elektriciteit › § 2.7 — Correctiebedragen voorschotverlening productie van hernieuwbare elektriciteit

Artikel 41

1 De correcties op het basisbedrag voor de subsidie, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, worden voor 2009 als volgt vastgesteld:

a. € 0,273 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;

b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

2 De correcties op het basisbedrag voor de subsidie, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, worden voor 2009 als volgt vastgesteld:

a. € 0,076 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;

b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

3 De correcties op het basisbedrag voor subsidie-ontvangers als bedoeld in artikel 7a, eerste en tweede lid, worden voor 2009 als volgt vastgesteld:

a. € 0,080 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;

b. € 0,– voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

§ 2 — Hernieuwbare elektriciteit › § 2.7 — Correctiebedragen voorschotverlening productie van hernieuwbare elektriciteit

Artikel 42

1 De correcties op het basisbedrag voor subsidie als bedoeld in artikel 29, eerste lid, worden voor 2009 als volgt vastgesteld:

a. € 0,070 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;

b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

§ 2 — Hernieuwbare elektriciteit › § 2.7 — Correctiebedragen voorschotverlening productie van hernieuwbare elektriciteit

Artikel 43

1 De correcties op het basisbedrag voor subsidie als bedoeld in artikel 35, eerste lid, worden voor 2009 als volgt vastgesteld:

a. € 0,070 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;

b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

§ 2 — Hernieuwbare elektriciteit › § 2.7 — Correctiebedragen voorschotverlening productie van hernieuwbare elektriciteit

Artikel 43a

De correcties op het basisbedrag voor subsidie-ontvangers als bedoeld in artikel 7a, eerste en tweede lid, worden voor 2010 als volgt vastgesteld:

a. € 0,054 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;

b. € 0,– voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

§ 3 — Hernieuwbaar gas › § 3.1 — Stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties

Artikel 44

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan producenten van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas met gebruik van stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties.

2 Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid, worden ontvangen in de periode van 6 april 2009 tot 30 oktober 2009, 17:00 uur.

3 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4.

§ 3 — Hernieuwbaar gas › § 3.1 — Stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties

Artikel 45

Voor subsidie als bedoeld in artikel 44, eerste lid, is de rapportageverplichting, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de algemene uitvoeringsregeling niet van toepassing.

§ 3 — Hernieuwbaar gas › § 3.1 — Stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties

Artikel 46

1 Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie die is aangevraagd in de in artikel 44, tweede lid, bedoelde periode, bedraagt € 15.000.000,–.

2 De minister verdeelt het bedrag, genoemd in het eerste lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

§ 3 — Hernieuwbaar gas › § 3.1 — Stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties

Artikel 47

1 Subsidie als bedoeld in artikel 44, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas met gebruik van stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3 — Hernieuwbaar gas › § 3.1 — Stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties

Artikel 48

Het maximaal aantal vollasturen voor productie-installaties voor de productie van hernieuwbaar gas met gebruik van stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties bedraagt 8000 uren per jaar.

§ 3 — Hernieuwbaar gas › § 3.1 — Stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties

Artikel 49

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 28 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 44, eerste lid, bedraagt € 0,218 per Nm3.

§ 3 — Hernieuwbaar gas › § 3.1 — Stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties

Artikel 50

De basisgasprijs, bedoeld in artikel 29 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 44, eerste lid, bedraagt € 0,147 per Nm3.

§ 3 — Hernieuwbaar gas › § 3.2 — Biomassa

Artikel 51

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan producenten van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas met gebruik van uitsluitend:

a. biogas uit vergisting van groente, fruit- en tuinafval;

b. biogas uit vergisting en co-vergisting van dierlijke mest;

c. biogas uit overige vergisting.

2 Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid, worden ontvangen in de periode van 6 april 2009 tot 30 oktober 2009, 17:00 uur.

3 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4.

§ 3 — Hernieuwbaar gas › § 3.2 — Biomassa

Artikel 52

1 Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie die is aangevraagd in de in artikel 51, tweede lid, bedoelde periode, bedraagt € 243.000.000,–.

2 De minister verdeelt het bedrag, genoemd in het eerste lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

§ 3 — Hernieuwbaar gas › § 3.2 — Biomassa

Artikel 53

1 Subsidie als bedoeld in artikel 51, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas bedoeld in artikel 51, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3 — Hernieuwbaar gas › § 3.2 — Biomassa

Artikel 54

Het maximaal aantal vollasturen voor productie-installaties bedoeld in artikel 51, eerste lid, bedraagt 8000 uren per jaar.

§ 3 — Hernieuwbaar gas › § 3.2 — Biomassa

Artikel 55

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 28 van het besluit, bedraagt voor subsidie als bedoeld in:

a. artikel 51, eerste lid, onderdeel a: € 0,465 per Nm3;

b. artikel 51, eerste lid, onderdelen b en c: € 0,583 per Nm3.

§ 3 — Hernieuwbaar gas › § 3.2 — Biomassa

Artikel 56

De basisgasprijs, bedoeld in artikel 29 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 51, eerste lid, bedraagt € 0,147 per Nm3.

§ 3 — Hernieuwbaar gas › § 3.3 — Correctiebedragen voorschotverlening productie van hernieuwbaar gas

Artikel 57

De correcties op het basisbedrag voor de subsidie, bedoeld in artikel 51, eerste lid, worden voor 2009 als volgt vastgesteld:

a. € 0,221 per Nm3 voor wat betreft de gasprijs, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;

b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel b, van het besluit.

§ 4 — Wijziging andere regelingen

Artikel 58

Wijzigt de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2008.

§ 5 — Slotbepalingen

Artikel 59

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Artikel 58 werkt terug tot 1 april 2008.

§ 5 — Slotbepalingen

Artikel 60

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2009.

Bijlage 1

Bijlage 1

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Zwolle.

Bijlage 2

Bijlage 2

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Zwolle.

Bijlage 3

Bijlage 3

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Zwolle.

Bijlage 4

Bijlage 4

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Zwolle.

Bijlage 5

Bijlage 5

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Zwolle.