wetzoeker

Artikel 5 Regeling vluchtuitvoering

Luchtwerk tegen vergoeding en een vlucht niet tegen vergoeding

De door de gezagvoerder mee te voeren documenten, bedoeld in artikel 4.8 van de wet, zijn:

a. het bewijs van inschrijving, bedoeld in artikel 3.5 van de wet;

b. het bewijs van luchtwaardigheid, bedoeld in artikel 3.8 van de wet, behoudens in gevallen als bedoeld in artikel 3.21 van de wet;

c. het vlieghandboek;

d. het bewijs van bevoegdheid of bewijs van gelijkstelling, bedoeld in artikel 2.1 van de wet;

e. het journaal, bedoeld in artikel 4;

f. indien van toepassing: het geluidscertificaat of de geluidsverklaring, bedoeld in artikel 3.19a van de wet;

g. indien het luchtvaartuig is uitgerust met vast ingebouwde radioapparatuur: de vergunning voor gebruik van frequentieruimte, bedoeld in artikel 3.13 van de Telecommunicatiewet;

h. bij een internationale vlucht:

1°. een exemplaar van het laatste voor het betrokken luchtvaartuig opgestelde certificaat, bedoeld in artikel 39 van de Regeling nationale veiligheidsvoorschriften luchtvaartuigen;

2°. indien het luchtvaartuig lading vervoert: een manifest en een gespecificeerde verklaring omtrent de lading als bedoeld in artikel 29 van het verdrag;

3°. indien het luchtvaartuig gevaarlijke stoffen vervoert: de NOTOC, bedoeld in de Regeling meldings- en informatieplicht vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht.

Regeling
Regeling vluchtuitvoering
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
13-02-2025
BWB-id
BWBR0024167
Versie
2025-02-13_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl