wetzoeker

Regeling vluchtuitvoering

Regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat, houdende regels ter uitvoering van het Besluit vluchtuitvoering (Regeling vluchtuitvoering)

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
13-02-2025
Rechtsgebied
Vervoersrecht
Ministerie
Infrastructuur en Milieu
BWB-id
BWBR0024167
Versie
2025-02-13_0
SHA-256 bron
1e48e11f24218cf6880960c1c5842b22584f84ffdd92bb9e8ac2e346b83a4683

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (16)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 6a
  8. Artikel 7
  9. Artikel 8
  10. Artikel 9
  11. Artikel 10
  12. Artikel 11
  13. Artikel 12
  14. Artikel 13
  15. Artikel 14
  16. Bijlage

§ 1 — Algemeen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Deel-ARO: deel betreffende eisen voor autoriteiten organisaties betreffende vluchtuitvoeringen, bijlage II bij verordening 965/2012;

Deel-ORO: deel betreffende eisen voor organisaties met betrekking tot vluchtuitvoeringen, bijlage III bij verordening 965/2012;

Deel-SPA: deel betreffende specifieke goedkeuringen, bijlage V bij verordening 965/2012;

Deel-SPO: deel betreffende gespecialiseerde vluchtuitvoeringen, bijlage VIII bij verordening 965/2012;

taakuitvoering in de Kustwacht: taakuitvoering in de Kustwacht als bedoeld in artikel 1 van de Regeling organisatie Kustwacht Nederland of taakuitvoering in de Kustwacht als bedoeld in artikel 2 van de Rijkswet Kustwacht voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten alsmede voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

verdrag: het op 7 december 1944 te Chicago tot stand gekomen Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (Trb. 1973, 109);

verordening 965/2012: Verordening (EU) Nr. 965/2012 van de Commissie van 5 oktober 2012 tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures voor vluchtuitvoering, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2012, L 296).

§ 2 — Luchtwerk tegen vergoeding en een vlucht niet tegen vergoeding

Artikel 2

Deze paragraaf is van toepassing op luchtwerk tegen vergoeding en op een vlucht niet tegen vergoeding met uitzondering van:

a. luchtwerk met een RPA tegen vergoeding;

b. een vlucht met een RPA niet tegen vergoeding;

c. luchtwerk als bedoeld in paragraaf 2a.

§ 2 — Luchtwerk tegen vergoeding en een vlucht niet tegen vergoeding

Artikel 3

1 Een vlucht met een vliegtuig of een helikopter wordt uitgevoerd met inachtneming van de volgende onderdelen van bijlage 6 bij het verdrag:

a. in geval van een vliegtuig: de voorschriften van deel II en aanbeveling 3.5 van deel II;

b. in geval van een helikopter: de voorschriften van deel III, sectie III, en aanbeveling 1.1.5 van die sectie.

2 Deel II en sectie III van deel III van bijlage 6 bij het verdrag zijn opgenomen in de bijlage bij deze regeling en liggen ter inzage bij de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

3 Een vlucht met een vliegtuig of een helikopter wordt slechts uitgevoerd indien voor iedere persoon van zes jaar of ouder een zit- of ligplaats aanwezig is.

§ 2 — Luchtwerk tegen vergoeding en een vlucht niet tegen vergoeding

Artikel 4

1 De gezagvoerder van een vliegtuig of helikopter zorgt ervoor dat tijdens of dadelijk na afloop van de vlucht een journaal wordt gehouden.

2 Het journaal vermeldt ten minste:

a. de datum, de plaats en het tijdstip van aanvang en einde van de vlucht;

b. de duur van de vlucht;

c. de aard van de vlucht;

d. de naam en taak van elk lid van het boordpersoneel;

e. technische storingen, opgelopen schade en verrichte herstellingen die tijdens de vlucht zijn voorgekomen, respectievelijk zijn uitgevoerd;

f. ongevallen, bijzondere voorvallen en overschrijding van de gestelde gebruiksgrenzen die zich hebben voorgedaan.

§ 2 — Luchtwerk tegen vergoeding en een vlucht niet tegen vergoeding

Artikel 5

De door de gezagvoerder mee te voeren documenten, bedoeld in artikel 4.8 van de wet, zijn:

a. het bewijs van inschrijving, bedoeld in artikel 3.5 van de wet;

b. het bewijs van luchtwaardigheid, bedoeld in artikel 3.8 van de wet, behoudens in gevallen als bedoeld in artikel 3.21 van de wet;

c. het vlieghandboek;

d. het bewijs van bevoegdheid of bewijs van gelijkstelling, bedoeld in artikel 2.1 van de wet;

e. het journaal, bedoeld in artikel 4;

f. indien van toepassing: het geluidscertificaat of de geluidsverklaring, bedoeld in artikel 3.19a van de wet;

g. indien het luchtvaartuig is uitgerust met vast ingebouwde radioapparatuur: de vergunning voor gebruik van frequentieruimte, bedoeld in artikel 3.13 van de Telecommunicatiewet;

h. bij een internationale vlucht:

1°. een exemplaar van het laatste voor het betrokken luchtvaartuig opgestelde certificaat, bedoeld in artikel 39 van de Regeling nationale veiligheidsvoorschriften luchtvaartuigen;

2°. indien het luchtvaartuig lading vervoert: een manifest en een gespecificeerde verklaring omtrent de lading als bedoeld in artikel 29 van het verdrag;

3°. indien het luchtvaartuig gevaarlijke stoffen vervoert: de NOTOC, bedoeld in de Regeling meldings- en informatieplicht vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht.

§ 2 — Luchtwerk tegen vergoeding en een vlucht niet tegen vergoeding

Artikel 6

Een vlucht met een vliegtuig waarvan de maximale startmassa meer dan 5700 kg bedraagt, wordt slechts uitgevoerd indien het cockpitpersoneel bestaat uit ten minste een eerste en een tweede bestuurder.

§ 2a — Luchtwerk met een vliegtuig of helikopter ten behoeve van de taakuitvoering in de Kustwacht

Artikel 6a

1 Deze paragraaf is van toepassing op de taakuitvoering in de Kustwacht voor zover uitgevoerd binnen het relevante geografische werkgebied als bedoeld in artikel 5 Regeling organisatie Kustwacht Nederland, artikel 3 Regeling inzake de SAR-dienst 1994 en artikel 3 van de Rijkswet Kustwacht voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten alsmede voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

2 Luchtwerk met een vliegtuig of helikopter ten behoeve van de taakuitvoering in de Kustwacht wordt door een exploitant uitgevoerd met inachtneming van de volgende overeenkomstig van toepassing zijnde voorwaarden van verordening 965/2012:

a. Bijlage I;

b. Deel-ARO (bijlage II), subdeel GEN, sectie III, met dien verstande dat onderdeel ARO.GEN.345 niet van toepassing is en onder ‘exploitant’ telkens moet worden verstaan: een organisatie die bij de bevoegde autoriteit een eigen verklaring over haar activiteiten indient;

c. Deel-ORO (bijlage III) met dien verstande dat niet van toepassing zijn:

1°. onderdeel ORO.SPO.100, subonderdeel b;

2°. subdeel DEC;

3°. subdeel SEC;

4°. subdeel CC; en

5°. subdeel FTL; en

dat onder ‘exploitant’ telkens moet worden verstaan: een exploitant met de verplichting tot het indienen van een eigen verklaring, die commerciële gespecialiseerde vluchtuitvoeringen verricht, niet zijnde gespecialiseerde vluchtuitvoeringen met een hoog risico;

d. Bemanningsleden, niet zijnde cockpitbemanning, voldoen ten behoeve van de taakuitvoering in de Kustwacht aan subdeel TC van Deel-ORO (bijlage III);

e. Deel-SPO (bijlage VIII), met dien verstande dat onderdeel SPO.GEN.005 niet van toepassing is.

3 Indien de exploitant beschikt over een relevante, specifieke goedkeuring ingevolge Deel-SPA (bijlage V) van verordening 965/2012, is het de exploitant toegestaan om, overeenkomstig de voorwaarden en procedures van die specifieke goedkeuring, ten behoeve van de taakuitvoering in de Kustwacht,

a. vliegtuigen en helikopters te gebruiken voor:

1°. activiteiten op basis van performance-based navigation (PBN);

2°. activiteiten overeenkomstig minimumprestatiespecificaties op het gebied van navigatie (minimum navigation performance specifications, MNPS);

3°. activiteiten in een gedeelte van het luchtruim met verminderde verticale separatieminima (reduced vertical separation minima, RVSM); en

4°. activiteiten bij slecht zicht (LVO’s) of vluchtuitvoeringen met operationele credits;

b. vliegtuigen en helikopters gebruiken voor het vervoer van gevaarlijke goederen (DG);

c. helikoptervluchten uitvoeren met behulp van nachtzichtapparatuur (night vision imaging systems, NVIS); en

d. helikopters gebruiken voor offshore-vluchtuitvoeringen (HOFO).

§ 3 — Vluchten met een vrije ballon tegen vergoeding

Artikel 7

Een vlucht met een vrije ballon tegen vergoeding wordt uitgevoerd met inachtneming van een vaarthandboek, dat de aanwijzingen en informatie bevat die de bij de vluchtuitvoering betrokken personen nodig hebben om hun taken te kunnen uitvoeren. Het vaarthandboek bevat ten minste:

a. de instructies die de verantwoordelijkheid van de bij de vluchtuitvoering betrokken personen in hoofdlijnen aangeven;

b. de samenstelling van het boordpersoneel, waarbij tevens de opvolging in de gezagvoering is geregeld;

c. de taken van de leden van het boordpersoneel bij een noodtoestand tijdens een vlucht en de te volgen procedure;

d. de weerminima voor elke soort vlucht, waaraan de voorspelde en de feitelijke weersomstandigheden moeten voldoen, alvorens een vlucht te mogen aanvangen;

e. de wijze waarop de gegevens van de weersomstandigheden, bedoeld onder d, worden vergaard;

f. een opsomming van de mee te voeren uitrusting;

g. instructies voor het bepalen van de mee te voeren hoeveelheid brandstof;

h. de wijze waarop de bekwaamheid van de leden van het boordpersoneel wordt vastgesteld;

i. de beschrijving van een controlesysteem dat voor de start, tijdens de vlucht, bij de landing en in noodgevallen wordt gebruikt om te waarborgen dat de aanwijzingen van het vaarthandboek en van de fabrikant van de ballon worden opgevolgd.

§ 3 — Vluchten met een vrije ballon tegen vergoeding

Artikel 8

1 De gezagvoerder zorgt ervoor dat tijdens of dadelijk na afloop van een vlucht met een vrije ballon tegen vergoeding een journaal wordt gehouden.

2 Het journaal vermeldt:

a. de in artikel 4, tweede lid, bedoelde gegevens;

b. de meteorologische invloeden die de navigatie hebben bemoeilijkt.

3 Het journaal wordt ten minste drie maanden bewaard.

§ 3 — Vluchten met een vrije ballon tegen vergoeding

Artikel 9

Artikel 5 is van overeenkomstige toepassing op een vlucht met een vrije ballon tegen vergoeding.

§ 4 — Slotbepalingen

Artikel 10

Wijzigt de Regeling logboeken.

§ 4 — Slotbepalingen

Artikel 11

Deze regeling gaat voor de vluchtuitvoering met Nederlandse luchtvaartuigen buiten het vluchtinformatiegebied Amsterdam ten behoeve van de taakuitvoering in de Kustwacht gelden per 1 juli 2025.

§ 4 — Slotbepalingen

Artikel 12

De volgende regelingen worden ingetrokken:

a. Regeling boorddocumenten luchtvaart;

b. Tarievenregeling.

§ 4 — Slotbepalingen

Artikel 13

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit vluchtuitvoering in werking treedt.

§ 4 — Slotbepalingen

Artikel 14

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vluchtuitvoering.

Bijlage

Bijlage

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.