wetzoeker

Artikel 2.7 Regeling melding ongeoorloofde afwezigheid

Meldingen bij aanvang ongeoorloofde afwezigheid

1 De directeur meldt de ongeoorloofde afwezigheid behorend tot groep B, onder 1°, onmiddellijk na constatering ervan aan:

a. het CJIB, binnen kantooruren telefonisch, buiten kantooruren per elektronische post;

b. de divisiedirecteur GW/VB, indien de directeur van oordeel is dat de ongeoorloofde afwezigheid daartoe aanleiding geeft; de directeur meldt de ongeoorloofde afwezigheid alleen in dat geval telefonisch aan de door de divisiedirecteur aangewezen ambtenaar.

2 De directeur meldt de ongeoorloofde afwezigheid van degene die zich heeft onttrokken aan vreemdelingenbewaring, behorend tot groep B, onder 2°, onmiddellijk na constatering ervan telefonisch aan:

a. de politie;

b. de divisiedirecteur GW/VB; de directeur stelt daartoe de door de divisiedirecteur aangewezen ambtenaar telefonisch op de hoogte.

3 De directeur zendt zo spoedig mogelijk na de meldingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, het door het hoofd van de DJI vastgestelde meldingsformulier per elektronische post aan:

a. het CJIB, in geval van ongeoorloofde afwezigheid behorend tot groep B, onder 1°, dan wel de politie, in geval van ongeoorloofde afwezigheid behorend tot groep B, onder 2°;

b. de divisiedirecteur GW/VB; de directeur zendt dit formulier daartoe aan de door de divisiedirecteur aangewezen ambtenaar; in geval van onttrekkingen als bedoeld in artikel 2.2, onder f en g, blijft deze melding achterwege.

4 De directeur meldt de ongeoorloofde afwezigheid uiterlijk de eerstvolgende werkdag elektronisch aan de divisiedirecteur IZ door middel van registratie in het Centraal Register Onttrekkingen.

5 De directeur zendt zo spoedig mogelijk het penitentiair dossier van de ongeoorloofd afwezige naar de divisiedirecteur IZ.

Regeling
Regeling melding ongeoorloofde afwezigheid
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
04-09-2025
BWB-id
BWBR0023428
Versie
2025-09-04_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl