2.76 — Praktijkgericht vak Zorg en Welzijn Regeling examenprogramma’s voortgezet onderwijs
Praktijkgericht vak Zorg en Welzijn
Domein A: Praktijkgerichte opdrachten
Eindterm 1: Ontwikkelen van interesses
Doelzin: De leerling ontwikkelt eigen interesses door middel van ervaringen met externe opdrachtgevers.
Het gaat hierbij om:
• oriënteren op de sector, de branche en het werkveld waarin de opdrachtgever werkzaam is;
• beschrijven van producten, diensten en doelgroep van de opdrachtgever;
• inventariseren van taken en functies binnen de organisatie van de opdrachtgever inclusief de bij die functies behorende opleidingen;
• waarderen van ervaringen met externe opdrachtgevers;
• verbanden leggen tussen ervaringen en persoonlijke interesses.
Eindterm 2: Ontwikkelen van kwaliteiten
Doelzin: De leerling ontwikkelt eigen kwaliteiten door het uitvoeren van praktijkgerichte opdrachten.
Het gaat hierbij om:
• evalueren van proces en resultaat;
• reflecteren op de eigen bijdrage aan proces en resultaat;
• benoemen van de eigen kwaliteiten;
• verbanden leggen tussen de eigen kwaliteiten, vervolgopleidingen en toekomst op de arbeidsmarkt;
• formuleren van een persoonlijk leerdoel voor verdere ontwikkeling van kwaliteiten.
Domein B: Programmaoverstijgende vaardigheden
Eindterm 3: Sociaal handelen
Doelzin: De leerling gaat passend om met mensen en situaties tijdens het uitvoeren van praktijkgerichte opdrachten voor externe opdrachtgevers.
Het gaat hierbij om:
• inleven in emoties, situaties en belevingswereld van anderen;
• uitdrukken van gedachten, gevoelens en ervaringen;
• afstemmen van handelen op mensen en situaties;
• bijdragen aan een veilig klimaat en een taakgerichte werksfeer.
Eindterm 4: Samenwerken
Doelzin: De leerling werkt samen aan het realiseren van een gemeenschappelijk doel tijdens het uitvoeren van praktijkgerichte opdrachten voor externe opdrachtgevers.
Het gaat hierbij om:
• organiseren van samenwerking;
• voeren van een dialoog;
• ondersteunen van anderen in de samenwerking;
• geven, ontvangen en verwerken van feedback.
Eindterm 5: Taalvaardigheden
Doelzin: De leerling gebruikt doelgericht taalvaardigheden tijdens het uitvoeren van praktijkgerichte opdrachten voor externe opdrachtgevers.
Het gaat hierbij om:
• afstemmen van taal op doel, gesprekspartner en context;
• mondeling en schriftelijk presenteren van zichzelf en het eigen werk.
Eindterm 6: Rekenvaardigheden
Doelzin: De leerling gebruikt doelgericht rekenvaardigheden tijdens het uitvoeren van praktijkgerichte opdrachten voor externe opdrachtgevers.
Het gaat hierbij om:
• uitvoeren van berekeningen in de context;
• interpreteren van grafieken, tabellen en diagrammen.
Eindterm 7: Digitale vaardigheden
Doelzin: De leerling gebruikt op een verantwoorde manier digitale technologie tijdens het uitvoeren van praktijkgerichte opdrachten voor externe opdrachtgevers.
Het gaat hierbij om:
• kiezen van passende hardware en software;
• delen van data, informatie en digitale content met bron- en naamsvermelding;
• beschermen van persoonlijke gegevens en privacy in digitale omgevingen.
Eindterm 8: Analytische denkvaardigheden
Doelzin: De leerling gebruikt analytische denkvaardigheden om tot een oplossing te komen tijdens het uitvoeren van praktijkgerichte opdrachten voor externe opdrachtgevers.
Het gaat hierbij om:
• selecteren, vergelijken en ordenen;
• onderscheiden van hoofd- en bijzaken;
• benoemen van overeenkomsten en verschillen;
• benoemen van oorzaken en gevolgen;
• gebruiken van structuren en schema’s.
Eindterm 9: Kritische denkvaardigheden
Doelzin: De leerling gebruikt kritische denkvaardigheden om tot een oordeel te komen tijdens het uitvoeren van praktijkgerichte opdrachten voor externe opdrachtgevers.
Het gaat hierbij om:
• onderscheiden van verschillende perspectieven;
• wegen van betekenissen, belangen, waarden en overtuigingen;
• innemen van een standpunt op basis van informatie en argumenten.
Eindterm 10: Creatieve denkvaardigheden
Doelzin: De leerling gebruikt creatieve denkvaardigheden om tot nieuwe ideeën te komen tijdens het uitvoeren van praktijkgerichte opdrachten voor externe opdrachtgevers.
Het gaat hierbij om:
• experimenteren met materialen en middelen;
• genereren van inzichten, verbanden en oplossingen;
• gebruiken van technieken die divergerend en convergerend denken ondersteunen.
Eindterm 11: Onderzoeken
Doelzin: De leerling onderzoekt vraagstukken ten dienste van het uitvoeren van praktijkgerichte opdrachten voor externe opdrachtgevers.
Het gaat hierbij om:
• stellen van een onderzoeksvraag;
• verzamelen van informatie;
• wegen van informatie op betrouwbaarheid en bruikbaarheid;
• beantwoorden van een onderzoeksvraag;
• bepalen van vervolgstappen op basis van een onderzoeksresultaat.
Domein C: Programmaspecifieke vaardigheden
Eindterm 12: Ontwerpen van een product
Doelzin: De leerling ontwerpt een product ter verbetering van de zelfredzaamheid van een klant.
Het gaat hierbij om:
• genereren van ideeën, rekening houdend met het programma van eisen;
• beoordelen of ideeën passen bij het programma van eisen;
• onderbouwen van de keuze voor één idee;
• omzetten van het gekozen idee naar een concept;
• visualiseren van het concept in een tekening.
Eindterm 13: Adviseren over leefstijl
Doelzin: De leerling adviseert over het verbeteren van een leefstijl.
Het gaat hierbij om:
• genereren van ideeën op basis van gebruikersonderzoek;
• omzetten van ideeën naar aanpassingen voor de leefstijl;
• beoordelen van aanpassingen op basis van organisatorische en financiële haalbaarheid;
• opstellen van een leefstijladvies;
• presenteren van het leefstijladvies.
Eindterm 14: Organiseren van een activiteit
Doelzin: De leerling organiseert een activiteit.
Het gaat hierbij om:
• inventariseren van de doelstelling aan de hand van een doelgroepenonderzoek;
• selecteren van een activiteit die past bij de doelstelling en de doelgroep;
• opstellen van een kostenoverzicht en draaiboek;
• uitvoeren van de activiteit;
• nabespreken van de activiteit.
Eindterm 15: Ondersteunen van een klant
Doelzin: De leerling ondersteunt een klant bij algemene dagelijkse levensverrichtingen.
Het gaat hierbij om:
• inventariseren van de hulpbehoefte en zelfredzaamheid;
• gebruiken van in de zorg gangbare hulpmiddelen;
• uitvoeren van zorgverlenende werkzaamheden;
• rapporteren van observaties en bijzonderheden.
Eindterm 16: Verzorgen van het uiterlijk
Doelzin: De leerling verzorgt het uiterlijk van een klant.
Het gaat hierbij om:
• inventariseren van wensen en gewoonten met betrekking tot de uiterlijke verzorging van de klant;
• opstellen van een plan van aanpak op basis van fysiologische kenmerken van de klant;
• verzamelen van verzorgende producten, rekening houdend met het milieu;
• uitvoeren van werkzaamheden met betrekking tot de uiterlijke verzorging van de klant;
• evalueren van de uitgevoerde werkzaamheden.
Eindterm 17: Bereiden van een maaltijd
Doelzin: De leerling bereidt een gezonde maaltijd.
Het gaat hierbij om:
• opstellen van een recept, rekening houdend met de levensfase, gezondheidstoestand, omstandigheden en achtergrond van de klant;
• verzamelen van verantwoorde grondstoffen, ingrediënten en tussenproducten;
• uitvoeren van het recept met behulp van een keukenapparatuur, rekening houdend met kwaliteit en veiligheid;
• opdienen van een aantrekkelijk gepresenteerde maaltijd.
- Regeling
- Regeling examenprogramma’s voortgezet onderwijs
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 01-08-2026
- BWB-id
- BWBR0022061
- Versie
- 2026-08-01_0