wetzoeker

2.74 — Praktijkgericht vak Techniek en Innovatief Vakmanschap Regeling examenprogramma’s voortgezet onderwijs

Praktijkgericht vak Techniek en Innovatief Vakmanschap

Domein A: Praktijkgerichte opdrachten

Eindterm 1: Ontwikkelen van interesses

Doelzin: De leerling ontwikkelt eigen interesses door middel van ervaringen met externe opdrachtgevers.

Het gaat hierbij om:

• oriënteren op de sector, de branche en het werkveld waarin de opdrachtgever werkzaam is;

• beschrijven van producten, diensten en doelgroep van de opdrachtgever;

• inventariseren van taken en functies binnen de organisatie van de opdrachtgever inclusief de bij die functies behorende opleidingen;

• waarderen van ervaringen met externe opdrachtgevers;

• verbanden leggen tussen ervaringen en persoonlijke interesses.

Eindterm 2: Ontwikkelen van kwaliteiten

Doelzin: De leerling ontwikkelt eigen kwaliteiten door het uitvoeren van praktijkgerichte opdrachten.

Het gaat hierbij om:

• evalueren van proces en resultaat;

• reflecteren op de eigen bijdrage aan proces en resultaat;

• benoemen van de eigen kwaliteiten;

• verbanden leggen tussen de eigen kwaliteiten, vervolgopleidingen en toekomst op de arbeidsmarkt;

• formuleren van een persoonlijk leerdoel voor verdere ontwikkeling van kwaliteiten.

Domein B: Programmaoverstijgende vaardigheden

Eindterm 3: Sociaal handelen

Doelzin: De leerling gaat passend om met mensen en situaties tijdens het uitvoeren van praktijkgerichte opdrachten voor externe opdrachtgevers.

Het gaat hierbij om:

• inleven in emoties, situaties en belevingswereld van anderen;

• uitdrukken van gedachten, gevoelens en ervaringen;

• afstemmen van handelen op mensen en situaties;

• bijdragen aan een veilig klimaat en een taakgerichte werksfeer.

Eindterm 4: Samenwerken

Doelzin: De leerling werkt samen aan het realiseren van een gemeenschappelijk doel tijdens het uitvoeren van praktijkgerichte opdrachten voor externe opdrachtgevers.

Het gaat hierbij om:

• organiseren van samenwerking;

• voeren van een dialoog;

• ondersteunen van anderen in de samenwerking;

• geven, ontvangen en verwerken van feedback.

Eindterm 5: Taalvaardigheden

Doelzin: De leerling gebruikt doelgericht taalvaardigheden tijdens het uitvoeren van praktijkgerichte opdrachten voor externe opdrachtgevers.

Het gaat hierbij om:

• afstemmen van taal op doel, gesprekspartner en context;

• mondeling en schriftelijk presenteren van zichzelf en het eigen werk.

Eindterm 6: Rekenvaardigheden

Doelzin: De leerling gebruikt doelgericht rekenvaardigheden tijdens het uitvoeren van praktijkgerichte opdrachten voor externe opdrachtgevers.

Het gaat hierbij om:

• uitvoeren van berekeningen in de context;

• interpreteren van grafieken, tabellen en diagrammen.

Eindterm 7: Digitale vaardigheden

Doelzin: De leerling gebruikt op een verantwoorde manier digitale technologie tijdens het uitvoeren van praktijkgerichte opdrachten voor externe opdrachtgevers.

Het gaat hierbij om:

• kiezen van passende hardware en software;

• delen van data, informatie en digitale content met bron- en naamsvermelding;

• beschermen van persoonlijke gegevens en privacy in digitale omgevingen.

Eindterm 8: Analytische denkvaardigheden

Doelzin: De leerling gebruikt analytische denkvaardigheden om tot een oplossing te komen tijdens het uitvoeren van praktijkgerichte opdrachten voor externe opdrachtgevers.

Het gaat hierbij om:

• selecteren, vergelijken en ordenen;

• onderscheiden van hoofd- en bijzaken;

• benoemen van overeenkomsten en verschillen;

• benoemen van oorzaken en gevolgen;

• gebruiken van structuren en schema’s.

Eindterm 9: Kritische denkvaardigheden

Doelzin: De leerling gebruikt kritische denkvaardigheden om tot een oordeel te komen tijdens het uitvoeren van praktijkgerichte opdrachten voor externe opdrachtgevers.

Het gaat hierbij om:

• onderscheiden van verschillende perspectieven;

• wegen van betekenissen, belangen, waarden en overtuigingen;

• innemen van een standpunt op basis van informatie en argumenten.

Eindterm 10: Creatieve denkvaardigheden

Doelzin: De leerling gebruikt creatieve denkvaardigheden om tot nieuwe ideeën te komen tijdens het uitvoeren van praktijkgerichte opdrachten voor externe opdrachtgevers.

Het gaat hierbij om:

• experimenteren met materialen en middelen;

• genereren van inzichten, verbanden en oplossingen;

• gebruiken van technieken die divergerend en convergerend denken ondersteunen.

Eindterm 11: Onderzoeken

Doelzin: De leerling onderzoekt vraagstukken ten dienste van het uitvoeren van praktijkgerichte opdrachten voor externe opdrachtgevers.

Het gaat hierbij om:

• stellen van een onderzoeksvraag;

• verzamelen van informatie;

• wegen van informatie op betrouwbaarheid en bruikbaarheid;

• beantwoorden van een onderzoeksvraag;

• bepalen van vervolgstappen op basis van een onderzoeksresultaat.

Domein C: Programmaspecifieke vaardigheden

Eindterm 12: Ontwerpen van een product

Doelzin: De leerling ontwerpt een innovatief product.

Het gaat hierbij om:

• genereren van ideeën en schetsen, rekening houdend met het programma van eisen;

• beoordelen of ideeën en schetsen passen bij het programma van eisen;

• onderbouwen van de keuze voor één idee en schets;

• omzetten van het gekozen idee naar een concept;

• visualiseren van het concept in een CAD-tekening.

Eindterm 13: Maken van een product

Doelzin: De leerling maakt een functioneel product.

Het gaat hierbij om:

• opstellen van een plan van aanpak op basis van een ontwerp;

• verzamelen van duurzame materialen en gereedschappen;

• uitvoeren volgens het plan van aanpak en een werktekening, gebruikmakend van persoonlijke beschermingsmiddelen;

• testen en bijstellen van het product op basis van het programma van eisen.

Eindterm 14: Adviseren over oplossingen

Doelzin: De leerling adviseert over duurzame technische oplossingen.

Het gaat hierbij om:

• genereren van ideeën op basis van marktonderzoek;

• omzetten van ideeën naar technische oplossingen;

• beoordelen van technische oplossingen op basis van financiële haalbaarheid en duurzaamheid;

• presenteren van verschillende technische oplossingen.

Eindterm 15: Organiseren van een proces

Doelzin: De leerling organiseert een logistiek proces.

Het gaat hierbij om:

• inventariseren van de doelstelling aan de hand van een behoeftenonderzoek;

• genereren van ideeën, rekening houdend met financiële en organisatorische haalbaarheid en duurzaamheid;

• omzetten van ideeën naar logistieke oplossingen;

• opstellen van een kostenoverzicht;

• opstellen van een logistieke planning.

Eindterm 16: Monteren van elementen

Doelzin: De leerling monteert bouwelementen.

Het gaat hierbij om:

• verzamelen van bouwelementen en gereedschappen;

• koppelen van bouwelementen volgens een montagetekening, rekening houdend met veiligheidsvoorschriften;

• evalueren van de uitgevoerde montage.

Eindterm 17: Onderhouden van een installatie

Doelzin: De leerling onderhoudt een deel van een technische installatie.

Het gaat hierbij om:

• inspecteren van de huidige situatie;

• signaleren van storingen en defecten;

• vaststellen van de te volgen procedure;

• afstellen en inregelen van onderdelen;

• evalueren van de uitgevoerde procedure.

Regeling
Regeling examenprogramma’s voortgezet onderwijs
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-08-2026
BWB-id
BWBR0022061
Versie
2026-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl