2.69 — Praktijkgericht vak Informatietechnologie Regeling examenprogramma’s voortgezet onderwijs
Praktijkgericht vak Informatietechnologie
Domein A: Praktijkgerichte opdrachten
Eindterm 1: Ontwikkelen interesses
Doelzin: De leerling ontwikkelt eigen interesses door middel van ervaringen met externe opdrachtgevers.
Het gaat hierbij om:
• oriënteren op de sector, de branche en het werkveld waarin de opdrachtgever werkzaam is;
• beschrijven van producten, diensten en doelgroep van de opdrachtgever;
• inventariseren van taken en functies binnen de organisatie van de opdrachtgever inclusief de bij die functies behorende opleidingen;
• waarderen van ervaringen met externe opdrachtgevers;
• verbanden leggen tussen ervaringen en persoonlijke interesses.
Eindterm 2: Ontwikkelen kwaliteiten
Doelzin: De leerling ontwikkelt eigen kwaliteiten door het uitvoeren van praktijkgerichte opdrachten.
Het gaat hierbij om:
• evalueren van proces en resultaat;
• reflecteren op de eigen bijdrage aan proces en resultaat;
• benoemen van de eigen kwaliteiten;
• verbanden leggen tussen de eigen kwaliteiten, vervolgopleidingen en toekomst op de arbeidsmarkt;
• formuleren van een persoonlijk leerdoel voor verdere ontwikkeling van kwaliteiten.
Domein B: Programmaoverstijgende vaardigheden
Eindterm 3: Sociaal handelen
Doelzin: De leerling gaat passend om met mensen en situaties tijdens het uitvoeren van praktijkgerichte opdrachten voor externe opdrachtgevers.
Het gaat hierbij om:
• inleven in emoties, situaties en belevingswereld van anderen;
• uitdrukken van gedachten, gevoelens en ervaringen;
• afstemmen van handelen op mensen en situaties;
• bijdragen aan een veilig klimaat en taakgerichte werksfeer.
Eindterm 4: Samenwerken
Doelzin: De leerling werkt samen aan het realiseren van een gemeenschappelijk doel tijdens het uitvoeren van praktijkgerichte opdrachten voor externe opdrachtgevers.
Het gaat hierbij om:
• organiseren van samenwerking;
• voeren van een dialoog;
• ondersteunen van anderen in de samenwerking;
• geven, ontvangen en verwerken van feedback.
Eindterm 5: Taalvaardigheden
Doelzin: De leerling gebruikt doelgericht taalvaardigheden tijdens het uitvoeren van praktijkgerichte opdrachten voor externe opdrachtgevers.
Het gaat hierbij om:
• afstemmen van taal op doel, gesprekspartner en context;
• mondeling en schriftelijk presenteren van zichzelf en het eigen werk.
Eindterm 6: Rekenvaardigheden
Doelzin: De leerling gebruikt doelgericht rekenvaardigheden tijdens het uitvoeren van praktijkgerichte opdrachten voor externe opdrachtgevers.
Het gaat hierbij om:
• uitvoeren van berekeningen in de context;
• interpreteren van grafieken, tabellen en diagrammen.
Eindterm 7: Digitale vaardigheden
Doelzin: De leerling gebruikt op een verantwoorde manier digitale technologie tijdens het uitvoeren van praktijkgerichte opdrachten voor externe opdrachtgevers.
Het gaat hierbij om:
• kiezen van passende hardware en software;
• delen van data, informatie en digitale content met bron- en naamsvermelding;
• beschermen van persoonlijke gegevens en privacy in digitale omgevingen.
Eindterm 8: Analytische denkvaardigheden
Doelzin: De leerling gebruikt analytische denkvaardigheden om tot een oplossing te komen tijdens het uitvoeren van praktijkgerichte opdrachten voor externe opdrachtgevers.
Het gaat hierbij om:
• selecteren, vergelijken en ordenen;
• onderscheiden van hoofd- en bijzaken;
• benoemen van overeenkomsten en verschillen;
• benoemen van oorzaken en gevolgen;
• gebruiken van structuren en schema’s.
Eindterm 9: Kritische denkvaardigheden
Doelzin: De leerling gebruikt kritische denkvaardigheden om tot een oordeel te komen tijdens het uitvoeren van praktijkgerichte opdrachten voor externe opdrachtgevers.
Het gaat hierbij om:
• onderscheiden van verschillende perspectieven;
• wegen van betekenissen, belangen, waarden en overtuigingen;
• innemen van een standpunt op basis van informatie en argumenten.
Eindterm 10: Creatieve denkvaardigheden
Doelzin: De leerling gebruikt creatieve denkvaardigheden om tot nieuwe ideeën te komen tijdens het uitvoeren van praktijkgerichte opdrachten voor externe opdrachtgevers.
Het gaat hierbij om:
• experimenteren met materialen en middelen;
• genereren van inzichten, verbanden en oplossingen;
• gebruiken van technieken die divergerend en convergerend denken ondersteunen.
Eindterm 11: Onderzoeken
Doelzin: De leerling onderzoekt vraagstukken ten dienste van het uitvoeren van praktijkgerichte opdrachten voor externe opdrachtgevers.
Het gaat hierbij om:
• stellen van een onderzoeksvraag;
• verzamelen van informatie;
• wegen van informatie op betrouwbaarheid en bruikbaarheid;
• beantwoorden van een onderzoeksvraag;
• bepalen van vervolgstappen op basis van een onderzoeksresultaat.
Domein C: Programmaspecifieke vaardigheden
Eindterm 12: Ontwerpen van een product
Doelzin: De leerling ontwerpt een 3D-product.
Het gaat hierbij om:
• genereren van ideeën, rekening houdend met het programma van eisen;
• beoordelen of ideeën passen bij het programma van eisen;
• onderbouwen van de keuze voor één idee;
• omzetten van het gekozen idee naar een concept;
• visualiseren van het concept in een ontwerp met behulp van ontwerpsoftware.
Eindterm 13: Maken van een mediaproduct
Doelzin: De leerling maakt een digitaal mediaproduct.
Het gaat hierbij om:
• opstellen van een plan van aanpak op basis van een ontwerp;
• verzamelen van beeldmateriaal;
• opmaken van een definitief ontwerp volgens technische eisen;
• controleren en bijstellen van het product op basis van het programma van eisen.
Eindterm 14: Adviseren over ontwikkelingen
Doelzin: De leerling adviseert over de toepasbaarheid van IT-ontwikkelingen.
Het gaat hierbij om:
• genereren van mogelijkheden op basis van IT-ontwikkelingen;
• omzetten van mogelijkheden naar duurzame toepassingen;
• beoordelen van toepassingen op basis van financiële en organisatorische haalbaarheid;
• presenteren van verschillende toepassingen.
Eindterm 15: Programmeren van een product
Doelzin: De leerling programmeert een softwareproduct.
Het gaat hierbij om:
• genereren van oplossingsrichtingen op basis van wensen van de gebruiker;
• opstellen van een plan van aanpak op basis van een gekozen oplossing;
• verzamelen van software en apparatuur;
• uitvoeren volgens het plan van aanpak, rekening houdend met programmeerprincipes;
• testen en debuggen van het product.
Eindterm 16: Beheren van een dienst
Doelzin: De leerling beheert een IT-dienst.
Het gaat hierbij om:
• controleren van de IT-infrastructuur;
• vaststellen van benodigde wijzigingen in de IT-infrastructuur;
• opstellen van een plan van aanpak, rekening houdend met beveiligingsmaatregelen en duurzaamheid;
• uitvoeren van de wijzigingen volgens het plan van aanpak.
Eindterm 17: Ondersteuners van afnemers
Doelzin: De leerling ondersteunt afnemers van IT-diensten.
Het gaat hierbij om:
• inventariseren van de hulpbehoefte van een gebruiker door middel van een meldingsprocedure;
• zoeken van gegevens in een gestructureerde gegevensverzameling met behulp van digitale instrumenten;
• opstellen van een gebruikersinstructie;
• uitvoeren van ondersteunende werkzaamheden;
• rapporteren van werkzaamheden en bijzonderheden.
- Regeling
- Regeling examenprogramma’s voortgezet onderwijs
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 01-08-2026
- BWB-id
- BWBR0022061
- Versie
- 2026-08-01_0