wetzoeker

2.61 — Produceren, installeren en energie (deel 1) Regeling examenprogramma’s voortgezet onderwijs

Produceren, installeren en energie

Kern Produceren, installeren en energie

Een kandidaat kan gebruik maken van de in de ‘kern’ genoemde kennis en vaardigheden in een (gesimuleerde) uitvoerende beroepssituatie of een daarop voorbereidende scholing. De kennis en vaardigheden zijn gerangschikt in algemene kennis en vaardigheden en professionele kennis en vaardigheden. Kennis en vaardigheden worden samen met de persoonlijke eigenschappen ook wel aangeduid als beroepscompetenties. De kern omvat ook kennis en vaardigheden rond loopbaanoriëntatie en -ontwikkeling.

a. Algemene kennis en vaardigheden De kandidaat kan: 1. de Nederlandse taal in opleidings- en beroepssituaties gebruiken; 2. een informatiebehoefte signaleren en onderzoeken en op basis hiervan relevante informatie zoeken, beoordelen, verwerken en gebruiken; 3. mediawijs handelen: kritisch en bewust omgaan met (digitale) media; 4. bewust omgaan met opslag en gebruik van gegevens en daarbij rekening houden met privacy en digitale veiligheid; 5. het belang beschrijven en voorbeelden noemen van technologische en innovatieve ontwikkelingen in de beroepscontext; 6. voor opleiding en beroep relevante berekeningen uitvoeren; 7. plannen en organiseren in een beroeps(opleiding) gerelateerde situatie; 8. op systematische en doelgerichte wijze werkzaamheden uitvoeren op basis van een planning met de inzet van vakdeskundigheid en met aandacht voor een zo hoog mogelijke kwaliteit; 9. mondeling en schriftelijk rapporteren over de uitgevoerde werkzaamheden; onder meer over de planning, voorbereiding, proces en product; 10. reflecteren op de eigen werkwijze en op de kwaliteit van het eigen werk; 11. samenwerken en overleggen bij het uitvoeren van werkzaamheden; 12. werkzaamheden volgens de voorschriften en op een veilige wijze uitvoeren; 13. economisch bewust en duurzaam omgaan met materialen en middelen; 14. professionele (technologische) hulpmiddelen gebruiken en hun werking uitleggen; 15. hygiënisch werken; 16. milieubewust handelen; 17. zich aan- en inpassen in een bedrijfscultuur; 18. voldoen aan de algemene gedrags- en houdingseisen die gesteld worden aan werknemers in de branche; 19. in een (gesimuleerde) beroepssituatie en stage in een bedrijf omgaan met verschillen op basis van culturele gebondenheid en geslacht.

b. Professionele kennis en vaardigheden Oriëntatie op de techniek De kandidaat kan: 1. voorbeelden geven van technische normalisatie instituten, bedrijven en arbeidsorganisaties; 2. relaties leggen tussen productieprocessen, technische systemen te weten input, proces, output en bronnen met name energie, materie en informatie; 3. waarden in technisch situaties onderkennen en toepassen, met name duurzaamheid, innovatie, risico en sociale interactie;

Voorbereiden De kandidaat kan: 4. de relaties tussen natuurkundige grootheden en de technische praktijk uitleggen en verklaren met name kracht, druk, lengte, oppervlakte, inhoud, omtrek, elektriciteit, energie, geluid, massa, gewicht, moment, snelheid en temperatuur;

5. een meting van grootheden uitvoeren, verwerken en vastleggen;

6. van een (deel)systeem functies van onderdelen benoemen;

7. materiaaleigenschappen benoemen en deze in verband brengen met hun toepassing;

8. technische principes van het overbrengen van krachten en bewegingen uitleggen;

9. technische principes en werking van onderdelen uitleggen en demonstreren;

10. opbouw en werking van installaties en/ of constructies uitleggen en demonstreren.

Ontwerpen, maken en dienstverlenen De kandidaat kan:

11. een tekening lezen;

12. een ontwerp maken van een product, systeem en proces;

13. met behulp van een computer een technische tekening maken;

14. tijdens werkvoorbereiding en werkuitvoering schetsen en werktekeningen maken;

15. criteria bepalen voor de keuze van materialen en gereedschappen;

16. criteria toepassen voor de kwaliteit en oplevering van een werkstuk, product, systeem en/ of dienst;

17. een werkwijze vaststellen en werken volgens procedures bij het uitvoeren van een opdracht;

18. een werkstuk, product en systeem maken door basisbewerkingen met name aftekenen, afkorten, verspanen, verbinden, vervormen en afwerken uit te voeren;

19. werkzaamheden uitvoeren volgens de regels van integrale Kwaliteits-, arbo en Milieu (KAM)-zorg;

20. een werkstuk, product en systeem samenstellen. Controleren en nazorg plegen De kandidaat kan:

21. een werkstuk, product, systeem en/ of dienst toetsen en evalueren aan de hand van de geformuleerde criteria;

22. een werkstuk, product en systeem onderhouden, repareren, modificeren en optimaliseren.

c. Loopbaanoriëntatie en -ontwikkeling De kandidaat is in staat zijn eigen loopbaanontwikkeling vorm te geven. Hij doet dat met een oriëntatie op een toekomstige opleiding en (loop)baan door middel van reflectie op het eigen handelen en reflectie op ervaringen. c. 1. De kandidaat heeft de vaardigheid de eigen loopbaan vorm te geven door op systematische wijze om te gaan met ‘loopbaancompetenties’: 1. kwaliteitenreflectie (wat kan ik het best en hoe weet ik dat?) 2. motievenreflectie (waar ga en sta ik voor en waarom dan?) 3. werkexploratie (waar ben ik het meest op mijn plek en waarom daar?) 4. loopbaansturing (hoe bereik ik mijn doel en waarom zo?) 5. netwerken (wie kan mij helpen mijn doel te bereiken en waarom die mensen?) c.2. De kandidaat maakt zijn eigen loopbaanontwikkeling inzichtelijk voor zichzelf en voor anderen doormiddel van een ‘loopbaandossier’. In een loopbaandossier is opgenomen welke activiteiten zijn uitgevoerd die hebben bijgedragen tot het ontwikkelen van de ‘loopbaancompetenties’. In het loopbaandossier wordt beschreven bij een aantal uitgevoerde activiteiten: I. de beoogde doelen II. de resultaten III. de evaluatie en een conclusie IV. welke vervolgactiviteiten gepland zijn op basis van de opgedane ervaringen en de daarbij horende conclusies

Profielvak: Produceren, installeren en energie | BB | KB | GL

Module 1: ontwerpen en maken

Taak: ○ een ontwerp van een product maken met behulp van CAD-software en de uitvoering voorbereiden ○ een ontworpen product produceren ○ een ontworpen schakeling beproeven ○ onderdelen uit het ontwerp samenstellen, monteren en aansluiten

P/PIE/1.1

Deeltaak: een ontwerp van een product maken met behulp van CAD-software en de uitvoering voorbereiden. De kandidaat kan:

1. een ontwerpvraagstuk analyseren, beschrijven en het ontwerp schetsen, uitvoeren, testen en evalueren | | x | x

2. met behulp van CAD een ontwerp en werktuigbouwkundige tekeningen voor een product maken | x | x | x

3. stuklijsten en materiaalstaten maken aan de hand van tekeningen en schema’s | | x | x

4. aan de hand van tekeningen, stuklijsten en materiaalstaten een eenvoudige calculatie maken | | x | x

P/PIE/1.2

Deeltaak: een ontwerp produceren door handmatige, machinale en automatische bewerkingen uit te voeren aan metalen en kunststoffen. De kandidaat kan:

1. handmatig zagen, schroefdraad snijden en tappen aan de hand van schroefdraadtabellen | x | x | x

2. verspanende bewerkingen met behulp van snijsnelhedentabellen uitvoeren op een draaimachine en boormachine | x | x | x

3. een product automatisch produceren met behulp van CAD/CAM, 3D-printer en CNC simulatie | x | x | x

P/PIE/1.3

Deeltaak: een ontworpen elektrische schakeling opbouwen, aansluiten en beproeven. De kandidaat kan:

1. elektrische componenten in een practicum opbouwen en aansluiten aan de hand van een eigen ontwerp | | x | x

2. elektrische componenten in een practicum aansluiten aan de hand van een stroomkringschema | x | x | x

3. de werking van de elektrische schakeling in een practicum beproeven aan de hand van een stroomkringschema | x | x | x

P/PIE/1.4

Deeltaak: aan de hand van een ontwerp een product bestaande uit meerdere onderdelen samenstellen en aansluiten. De kandidaat kan:

1. onderdelen en componenten monteren en samenstellen | | | x

2. elektrische bedrading aanbrengen en aansluiten | | | x

3. meten en controleren van samengesteld werk | | | x

Regeling
Regeling examenprogramma’s voortgezet onderwijs
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-08-2026
BWB-id
BWBR0022061
Versie
2026-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl