2.4 — Engelse taal Regeling examenprogramma’s voortgezet onderwijs
Engelse taal
BB | KB | GL/TL
MVT/K/1 | Oriëntatie op leren en werken
1. | De kandidaat kan zich oriënteren op de eigen loopbaan en het belang van de Moderne Vreemde Talen in de maatschappij. | X | X | X
MVT/K/2 | Basisvaardigheden
2. | De kandidaat kan basisvaardigheden toepassen die betrekking hebben op communiceren, samenwerken en informatie verwerven, verwerken en presenteren | X | X | X
MVT/K/3 | Leervaardigheden in de Moderne Vreemde Talen | CE | CE | CE
De kandidaat kan strategische vaardigheden toepassen die bijdragen tot: | X | X | X
3. | − het bereiken van verschillende lees-, schrijf-, luister- en kijk-, en spreek-en gespreksdoelen
− de bevordering van het eigen taalleerproces
− het compenseren van eigen tekortschietende taalkennis of communicatieve kennis.
− kennis van land en samenleving toepassen bij het herkennen van cultuuruitingen
MVT/K/4 | Leesvaardigheid | CE | CE | CE
De kandidaat kan: | X | X | X
4. | − aangeven welke relevante informatie een tekst bevat, gegeven een bepaalde informatiebehoefte
− de hoofdgedachte van een tekst(gedeelte) aangeven
− de betekenis van belangrijke elementen van een tekst aangeven
− gegevens uit één of meer teksten met elkaar vergelijken en daaruit conclusies trekken
− verbanden tussen delen van een tekst aangeven.
MVT/K/5 | Luister- en kijkvaardigheid [1] | CE | CE | CE
De kandidaat kan: | X | X | X
5. | − aangeven welke relevante informatie een tekst bevat, gegeven een bepaalde informatiebehoefte
− de hoofdgedachte van een tekst(gedeelte) aangeven
− de betekenis van belangrijke elementen van een tekst aangeven
− anticiperen op het meest waarschijnlijke vervolg van een gesprek.
MVT/K/6 | Gespreksvaardigheid
De kandidaat kan: | X | X | X
6. | − adequaat reageren in veel voorkomende sociale contacten, zoals begroeten
− informatie geven en vragen
− naar een mening/oordeel vragen en een mening/oordeel geven
− uitdrukking geven aan en vragen naar (persoonlijke) gevoelens
− een persoon, object of gebeurtenis, ook uit het verleden en in de toekomst, beschrijven.
MVT/K/7 | Schrijfvaardigheid [2] | BB | KB | GL/TL
CE | CE | CE
De kandidaat kan: | X | X | X
7. | − (persoonlijke) gegevens verstrekken
− een kort bedankje, groet of goede wensen schriftelijk overbrengen
− een briefje schrijven om informatie te vragen of te geven, om verzoeken of voorstellen te doen of daarop te reageren, om gevoelens te uiten en ernaar te vragen
− op eenvoudig niveau briefconventies gebruiken.
MVT/V/1 | Leesvaardigheid | | | CE
8. | De kandidaat kan: | | | X
− het gebruik van speciale stijlmiddelen herkennen
− conclusies trekken met betrekking tot het schrijfdoel, de opvattingen, de gevoelens van de auteur en tot het beoogde publiek.
MVT/V/3 | Kennis van land en samenleving | | | CE
9. | De kandidaat kan kennis van land en samenleving rond bepaalde onderwerpen toepassen bij het herkennen en interpreteren van cultuuruitingen die specifiek zijn voor het taalgebied of daarmee in directe relatie staan. | | | X
MVT/V/4 | Verwerven, verwerken en verstrekken van informatie
10. | De kandidaat kan zelfstandig informatie verwerven, verwerken en verstrekken in het kader van het sectorwerkstuk. | | | X
MVT/V/5 | Vaardigheden in samenhang | | | CE
11. | De kandidaat kan de vaardigheden uit het kerndeel in samenhang toepassen. | | | X
[1] Het CvTE kan bepalen dat het centraal examen geen betrekking heeft op MVT/K/5; deze bepaling kan per leerweg verschillen.
[2] Het CvTE kan bepalen dat het centraal examen geen betrekking heeft op MVT/K/7; deze bepaling kan per leerweg verschillen.
- Regeling
- Regeling examenprogramma’s voortgezet onderwijs
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 01-08-2026
- BWB-id
- BWBR0022061
- Versie
- 2026-08-01_0