wetzoeker

2.17 — Aardrijkskunde Regeling examenprogramma’s voortgezet onderwijs

Aardrijkskunde

In de centrale examens voor BB, KB en GL/TL worden de volgende eindtermen getoetst: 3, 5, 6, 11, 12, 17 en 18. In het centraal examen (CE) voor GL/TL worden bovendien de eindtermen 22, 24 en 26 getoetst.

De overige eindtermen worden in het schoolexamen (SE) getoetst.

Eindterm 3 wordt zowel in het schoolexamen als in het centraal examen getoetst.

De school kan besluiten om de eindtermen 5, 6, 11, 12, 17, 18 – en voor GL/TL ook 22, 24 en 26 – ook in het schoolexamen te toetsen.

BB | KB | GL/TL

AK/K/1 | Oriëntatie op leren en werken

1. | De kandidaat kan zich oriënteren op de eigen loopbaan en het belang van aardrijkskunde in de maatschappij. | X | X | X

AK/K/2 | Basisvaardigheden

2. | De kandidaat kan basisvaardigheden toepassen die betrekking hebben op communiceren, samenwerken en informatie verwerven en verwerken. | X | X | X

AK/K/3 | Leervaardigheden in het vak aardrijkskunde | CE | CE | CE

3. | De kandidaat kan een aantal vakvaardigheden toepassen die bijdragen tot de ontwikkeling van het eigen leervermogen. Bij het bestuderen van gebieden, aardrijkskundige verschijnselen en vraagstukken kan de kandidaat in dat verband:

– verschillende typen aardrijkskundige vragen herkennen en formuleren; | X | X | X

– aardrijkskundige werkwijzen toepassen; | X | X | X

– gebruik maken van verschillende soorten kaarten en kaartvaardigheden, luchtfoto’s en satellietbeelden | X | X | X

– informatie ordenen, analyseren en daarover conclusies trekken; | X | X | X

– eenvoudig aardrijkskundig onderzoek van beperkte omvang in de eigen omgeving uitvoeren over thematieken die aansluiten bij de inhouden van de exameneenheden K/4 tot en met K/9; | X (alleen SE) | X (alleen SE) | X (alleen SE)

– een standpunt innemen en beargumenteren. | X (alleen SE) | X (alleen SE) | X (alleen SE)

AK/K/4 | Weer en klimaat | CE | CE | CE

4. | De kandidaat kan het weer en klimaat in de eigen regio beschrijven en verklaren. | X (alleen SE) | X (alleen SE) | X (alleen SE)

5. | De kandidaat kan Weer en klimaat, klimaatverandering en klimaatbeleid van Nederland en een contrasterende regio elders in Europa beschrijven en verklaren en de situatie in beide gebieden vergelijken. | X | X | X

Het cursieve deel van eindterm 5 geldt alleen voor KB en GL/TL.

6. | De kandidaat kan Weer en klimaat, klimaatverandering en klimaatbeleid in een buiten-Europese macroregio beschrijven en verklaren. | X | X | X

Het cursieve deel van eindterm 6 geldt alleen voor KB en GL/TL.

AK/K/5 | Bronnen van energie

7. | De kandidaat kan het gebruik van energie in de eigen regio beschrijven en verklaren en maatregelen voor een duurzamer gebruik van energie en de effecten ervan beschrijven. | X | X | X

8. | De kandidaat kan het gebruik van energie en de gevolgen ervan voor Nederland en een contrasterende regio elders in Europa beschrijven en verklaren en maatregelen voor een duurzamer energiegebruik en de effecten ervan beschrijvenen de situatie in beide gebieden vergelijken. | X | X | X

Het cursieve deel van eindterm 8 geldt alleen voor KB en GL/TL.

9. | De kandidaat kan het gebruik van energie en de gevolgen ervan in een buiten-Europese macroregio beschrijven en verklaren en maatregelen voor een duurzamer gebruik van energie en de effecten ervan beschrijven. | X | X | X

AK/K/6 | Water | CE | CE | CE

10. | De kandidaat kan het gebruik van water in de eigen regio beschrijven en verklaren en maatregelen voor duurzamer gebruik van water beschrijven | X (alleen SE) | X (alleen SE) | X (alleen SE)

11. | De kandidaat kan de herkomst, het voorkomen, de kwaliteit en het gebruik van water in Nederland beschrijven en verklaren en maatregelen voor een duurzamer gebruik van water en de effecten ervan beschrijven. | X | X | X

12. | De kandidaat kan de herkomst, het voorkomen, de kwaliteit en het gebruik van water in een buiten-Europese macroregio en een contrasterende macroregio elders in de wereld beschrijven en verklaren en maatregelen voor een duurzamer gebruik van water en de effecten ervan beschrijven en de situatie in beide gebieden vergelijken. | X | X | X

Het cursieve deel van eindterm 12 geldt alleen voor KB en GL/TL.

AK/K/7 | Arm en rijk

13. | De kandidaat kan verschillen tussen meer en minder welvarende wijken en voorstellen voor verbetering van de woon- en leefomstandigheden in de eigen regio beschrijven. | X | X | X

14. | De kandidaat kan regionale verschillen in welvaart in Nederland beschrijven en verklaren. | X | X | X

15. | De kandidaat kan regionale verschillen in welvaart in een buiten-Europese macroregio en een contrasterende macroregio elders in de wereld beschrijven en verklaren en de situatie in beide gebieden vergelijken. | X | X | X

Het cursieve deel van eindterm 15 geldt alleen voor KB en GL/TL.

AK/K/8 | Bevolking en ruimte | CE | CE | CE

16. | De kandidaat kan de bevolkingsontwikkeling en het ruimtegebruik in de eigen regio beschrijven en verklaren. | X (alleen SE) | X (alleen SE) | X (alleen SE)

17. | De kandidaat kan de bevolkingsontwikkeling en het ruimtegebruik in Nederland en een contrasterende regio elders in Europa beschrijven en verklaren en de situatie in beide gebieden vergelijken. | X | X | X

Het cursieve deel van eindterm 17 geldt alleen voor KB en GL/TL.

18. | De kandidaat kan de bevolkingsontwikkeling en het ruimtegebruik in een buiten-Europese macroregio beschrijven en verklaren. | X | X | X

AK/K/9 | Grenzen en identiteit

19. | De kandidaat kan verschillende soorten grenzen in de eigen regio beschrijven en verklaren en verbanden leggen met identiteit. | X | X | X

20. | De kandidaat kan verschillen in regionale identiteit en de manier waarmee men daarmee omgaat in Nederland en een contrasterende regio elders in Europa, beschrijven en verklaren en de situatie in beide gebieden vergelijken. | X | X | X

Het cursieve deel van eindterm 20 geldt alleen voor KB en GL/TL.

21. | De kandidaat kan territoriale conflicten in een buiten-Europese macroregio en verklaren en verbanden leggen met grondstoffen en culturele verschillen. | X | X | X

AK/V/1 | Casus Weer en klimaat: Extreme weersomstandigheden | | | CE

22. | De kandidaat kan het voorkomen van extreme weersomstandigheden in een buiten-Europese macroregio beschrijven en verklaren en maatregelen om de gevolgen hiervan te beperken beschrijven. | | | X

AK/V/2 | Casus Bronnen van energie: Energiebeleid

23. | De kandidaat kan de verhouding tussen de verschillende gebruikte bronnen van energie in een buiten-Europese macroregio beschrijven en de voor- en nadelen van die energiebronnen beschrijven. | | | X

AK/V/3 | Casus Water: Watermanagement | | | CE

24. | De kandidaat kan de waterhuishouding in een buiten-Europese macroregio beschrijven en maatregelen ter verbetering beschrijven. | | | X

AK/V/4 | Casus Arm en rijk: Arm en rijk en gezondheidszorg

25. | De kandidaat kan de vicieuze cirkel tussen armoede, honger en gezondheid in een buiten-Europese macroregio beschrijven en verklaren en maatregelen ter verbetering van de situatie beschrijven. | | | X

AK/V/5 | Casus Bevolking en ruimte: Bevolking en ruimte in grootstedelijke gebieden | | | CE

26. | De kandidaat kan de ruimtelijke ontwikkelingen van megasteden in een buiten-Europese macroregio beschrijven en verklaren en maatregelen ter verbetering van de ruimtelijke kwaliteit beschrijven. | | | X

AK/V/6 | Casus Grenzen en identiteit: Regionale identiteit

27. | De kandidaat kan verschillende regionale tegenstellingen in een buiten-Europese macroregio beschrijven en maatregelen ter verbetering van de situatie beschrijven | | | X

AK/V/7 | Verwerven, verwerken en verstrekken van informatie

28. | De kandidaat kan zelfstandig informatie verwerven, verwerken en verstrekken in het kader van het sectorwerkstuk. | | | X

AK/V/8 | Vaardigheden in samenhang

29. | De kandidaat kan de vaardigheden uit het kerndeel in samenhang toepassen. | | | X

Regeling
Regeling examenprogramma’s voortgezet onderwijs
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-08-2026
BWB-id
BWBR0022061
Versie
2026-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl