Artikel 1:106c Wet op het financieel toezicht
Verklaringen van geen bezwaar als bedoeld in de artikelen 3:95 tot en met 3:97
1 De Nederlandsche Bank kan de aanvrager binnen vijftig werkdagen na de ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 1:106b, eerste lid, schriftelijk om aanvullende informatie verzoeken indien dit voor de beoordeling van de aanvraag noodzakelijk is. Het verzoek vermeldt welke aanvullende informatie dient te worden verstrekt.
2 De Nederlandsche Bank zendt binnen twee werkdagen na ontvangst van de aanvullende informatie als bedoeld in het eerste lid een schriftelijke ontvangstbevestiging aan de aanvrager. Indien het aanvullende informatie in het kader van een procedure als bedoeld in artikel 1:106b, eerste lid, onderdeel b, betreft, zendt de Nederlandsche Bank in afwijking van de eerste zin binnen tien werkdagen een ontvangstbevestiging.
3 Indien de aanvraag van een goedkeuring als bedoeld in artikel 3:280b of van een ontheffing als bedoeld in 3:280c tegelijkertijd wordt ingediend met een aanvraag van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, onderdeel b, of 3:96c, eerste lid, onderdeel a, houdt de Nederlandsche Bank de beslissing aan totdat een besluit op de aanvraag omtrent goedkeuring of ontheffing is genomen.
4 Indien de Nederlandsche Bank heeft verzocht om aanvullende informatie als bedoeld in het eerste lid kan zij de beslistermijn, bedoeld in artikel 1:106b, tweede en derde lid, eenmalig met ten hoogste twintig werkdagen opschorten.
5 In afwijking van het vierde lid kan de Nederlandsche Bank de beslistermijn met ten hoogste dertig werkdagen opschorten indien:
a. de aanvrager, de onderneming waarin een deelneming als bedoeld in artikel 3:96a, eerste lid, onderdeel a, of 3:96c, eerste lid, onderdeel a, verworven wordt, of een van de betrokken ondernemingen bij een fusie of splitsing als bedoeld in artikel 3:96a, eerste lid, onderdelen b of c, of artikel 3:96c, eerste lid, onderdelen b of c, zijn zetel heeft of onder toezicht staat in een staat die geen lidstaat is;
b. de aanvrager geen beleggingsonderneming, herverzekeraar, beheerder van een icbe, bank, levensverzekeraar, premiepensioeninstelling, schadeverzekeraar of entiteit voor risico-acceptatie met zetel in Nederland of een andere lidstaat is; of
c. een uitwisseling van informatie met de toezichthoudende autoriteiten, bedoeld in artikel 1d, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme, noodzakelijk is.
6 Indien de Nederlandsche Bank heeft verzocht om aanvullende informatie als bedoeld in het eerste lid, informeert zij de aanvrager over de datum waarop zij of de Europese Centrale Bank uiterlijk beslist.
- Regeling
- Wet op het financieel toezicht
- Afkortingen
- Wft
- Soort
- Wet
- Geldend vanaf
- 22-09-2026
- BWB-id
- BWBR0020368
- Versie
- 2026-09-22_0