Artikel 1:106b Wet op het financieel toezicht
Verklaringen van geen bezwaar als bedoeld in de artikelen 3:95 tot en met 3:97
1 De Nederlandsche Bank zendt een schriftelijke ontvangstbevestiging aan de aanvrager:
a. binnen twee werkdagen na ontvangst van de aanvraag van een verklaring van geen bezwaar en van alle gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 3:95, tweede lid, met uitzondering van een verklaring van geen bezwaar voor een gekwalificeerde deelneming als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, onderdeel b; of
b. binnen tien werkdagen na ontvangst van:
1°. de aanvraag van een verklaring van geen bezwaar en van alle gegevens en bescheiden voor een gekwalificeerde deelneming als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, onderdeel b;
2°. de aanvraag van een verklaring van geen bezwaar en van alle gegevens en bescheiden als bedoeld in de artikelen 3:96a, eerste lid, of 3:96c, eerste lid;
3°. de kennisgevingen als bedoeld in de artikelen 3:96b, eerste lid, of 3:96d, eerste lid.
2 Op de aanvraag van een verklaring van geen bezwaar voor een gekwalificeerde deelneming in een bank, niet zijnde de houder van een vergunning als bedoeld in artikel 3:4, stelt de Nederlandsche Bank binnen vijfenveertig werkdagen na de ontvangstbevestiging als bedoeld in het eerste lid, een ontwerpbesluit als bedoeld in artikel 15 van de verordening bankentoezicht op.
3 Op alle andere aanvragen van een verklaring van geen bezwaar beslist de Nederlandsche Bank binnen zestig werkdagen na de ontvangstbevestiging als bedoeld in het eerste lid, onverminderd artikel 1:106c. De Nederlandsche Bank informeert de aanvrager over de datum waarop zij uiterlijk beslist.
4 Indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 1:62 voor een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in de artikelen 3:95, 3:96a of 3:96c, vermeldt de Nederlandsche Bank in haar besluit of ontwerpbesluit het advies van de toezichthoudende instantie van de desbetreffende lidstaat.
5 Indien een aanvraag voor zowel een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in enerzijds artikel 3:95, eerste lid, onderdeel b, en anderzijds artikel 3:96a, eerste lid, onderdeel a, of 3:96c, eerste lid, onderdeel a, wordt ingediend, verstrijkt in afwijking van het tweede en derde lid de termijn voor beslissing van de Europese Centrale Bank of de Nederlandsche Bank pas wanneer de laatste van de twee beslistermijnen verstrijkt.
6 Indien een aanvraag voor zowel een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:96a, eerste lid, onderdeel b of c, of artikel 3:96c, eerste lid, onderdeel b of c, wordt ingediend, evenals een aanvraag van een vergunning als bedoeld in artikel 2:11 of een aanvraag voor een goedkeuring als bedoeld in artikel 3:280a, neemt de Nederlandsche Bank de aanvraag van een verklaring van geen bezwaar voor de voorgenomen fusie of splitsing als bedoeld in artikel 3:96a, eerste lid, onderdeel b of c, of artikel 3:96c, eerste lid, onderdeel b of c, niet in behandeling.
- Regeling
- Wet op het financieel toezicht
- Afkortingen
- Wft
- Soort
- Wet
- Geldend vanaf
- 22-09-2026
- BWB-id
- BWBR0020368
- Versie
- 2026-09-22_0