wetzoeker

Artikel 10 Reglement tuchtrechtspraak BKD 2005

Het tuchtgeding in eerste aanleg

1 Onverminderd het bepaalde in artikel 13 wordt de aangeslotene binnen een termijn van twee maanden nadat een zaak tegen hem bij het tuchtgerecht aanhangig is gemaakt, onderscheidenlijk binnen twee maanden nadat overeenkomstig artikel 12, derde lid, mondelinge behandeling is verzocht, bij aangetekende brief opgeroepen om op een door de voorzitter te bepalen dag en uur ter zitting te verschijnen. De oproeping wordt ten minste veertien dagen voor de dag der zitting aan hem toegezonden en vermeldt de plaats der zitting. Met inachtneming van dezelfde termijn wordt ook het bestuur of degene die de zaak namens het bestuur aanhangig heeft gemaakt bij aangetekende brief ter zitting opgeroepen.

2 De oproeping aan de aangeslotene gaat vergezeld van een afschrift van de in artikel 12, eerste lid, bedoelde verklaring en van alle op de zaak betrekking hebbende stukken.

3 De oproeping aan de aangeslotene houdt in:

a. Indien getuigen en deskundigen ter zitting zijn opgeroepen, de namen, het beroep en de woonplaats van deze personen.

b. De mededeling, dat de aangeslotene bevoegd is getuigen en deskundigen ter zitting mede te brengen.

c. De mededeling, dat de aangeslotene bevoegd is zich ter zitting door een raadsman te doen bijstaan.

Regeling
Reglement tuchtrechtspraak BKD 2005
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
27-11-2005
BWB-id
BWBR0017866
Versie
2005-11-27_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl