wetzoeker

7 — Seinen met stopopdrachten Regeling spoorverkeer

Seinen met stopopdrachten

Nr. / Sein | Afbeelding | Betekenis

Nr. 300 Stopbord | | Stoppen vóór het bord. Na contact met en toestemming van de functionaris die op het onderbord staat vermeld, mag verder worden gereden. Als het onderbord meerdere opdrachten vermeldt, dan moeten deze worden uitgevoerd voordat het bord voorbij gereden mag worden.

Nr. 300a Stopbord met brandende witte lamp | | Stoppen vóór het bord. Na contact met en toestemming van de functionaris die op het onderbord staat vermeld, mag verder worden gereden. De wissels achter het sein liggen in de stand zoals aangegeven door het wisselsein, seinnummer 253a/b.

Nr. 300b Stopbord met gedoofde lamp | | Stoppen vóór het bord. Na contact met en toestemming van de functionaris die op het onderbord staat vermeld, mag verder worden gereden. De wissels achter het sein moeten lokaal worden bediend.

Nr. 301 Stopbord | | Stoppen vóór het bord en de opdracht die op het onderbord staat vermeld, uitvoeren. Als geen opdracht wordt vermeld, mag na het stoppen verder worden gereden.

Nr. 301b Facultatief stopbord | | Stoppen vóór het bord. Na contact met en toestemming van de functionaris die op het onderbord staat vermeld, mag verder worden gereden. Als de toestemming vooraf is verkregen, mag sein 301b zonder stoppen voorbij worden gereden.

Nr. 301c Stopbord met brandende witte lamp | | Stoppen voor het bord en de opdracht die op het onderbord vermeld staat, uitvoeren. De brandende witte lamp betekent dat de wissels achter het sein in de juiste stand van de aangevraagde rijweg liggen en veilig berijdbaar zijn.

Nr. 301d Stopbord met gedoofde lamp | | Stoppen voor het bord en de opdracht, die op het onderbord vermeld staat, uitvoeren. De gedoofde witte lamp betekent dat de wissels achter het sein lokaal moeten worden bediend.

Nr. 301e Facultatief stopbord met brandende witte lamp | | Stoppen voor het bord, tenzij de opdracht, vermeld op het onderbord, is uitgevoerd. De wissels achter het sein liggen in de stand zoals aangegeven door het wisselsein, seinnummer 253a/b.

Nr. 301f Facultatief stopbord met gedoofde lamp | | Stoppen voor het bord, tenzij de opdracht, vermeld op het onderbord, is uitgevoerd. De wissels achter het sein worden lokaal bediend.

Nr. 242 Stopseinlantaarn/-bord | | Stoppen vóór het sein. Geldt niet voor bestuurders van treinen waarmee wordt gerangeerd.

Nr. 302 ‘R’-bord | | Stoppen vóór het sein. Geldt alleen voor bestuurders van treinen waarmee wordt gerangeerd.

Nr. 322 ‘VS’-bord | | Stoppen vóór het sein, tenzij de bestuurder in het bezit is van een geldige aanwijzing Verkeerd Spoor voor het betrokken spoor.

Nr. 513 Afsluitbord | Dag | Nacht (rood licht of reflecterend) | Stoppen vóór het sein

Nr. 243 Afsluitlantaarn/-bord | of | Stoppen vóór het sein. Indien het sein op een beweegbare brug is geplaatst, stoppen voor de brug. Eventueel is het bord bij een stootjuk dubbel uitgevoerd en/of voorzien van een rode lamp.

Nr. 244a/b Afsluitlantaarn veilig | | De inrichting(en) achter het sein is veilig berijdbaar.

Nr. 512b Rood licht of rode vlag of rode lichtgevende balk | | Stoppen vóór het sein

Nr. 331 Blokbord | | Stoppen vóór het sein, tenzij de treindienstleider vooraf toestemming heeft gegeven om het sein voorbij te rijden.

Nr. 375 Opdrachtbord | | De opdracht vermeld op het onderbord uitvoeren alvorens het bord voorbij te rijden. Dit bord wordt onder meer toegepast op locaties waarover wegverkeer plaatsvindt en de machinist een overweg moet bedienen.

Regeling
Regeling spoorverkeer
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0017707
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl