wetzoeker

Artikel 3.1.2 Luchthavenverkeerbesluit Schiphol

Het gebruik van het luchtruim en de beschikbaarheid van de banen

1 Bij de nadering van een straalvliegtuig van de luchthaven draagt de gezagvoerder er zorg voor dat het vliegtuig blijft binnen één van de luchtverkeerwegen voor zover voor het desbetreffende tijdvak, voor een nadering van de desbetreffende baan luchtverkeerwegen zijn aangewezen in bijlage 1 bij dit besluit.

2 Het eerste lid is niet van toepassing bij de nadering van de luchthaven van een straalvliegtuig dat afkomstig is van de luchthaven Lelystad, Valkenburg of Rotterdam.

3 Bij de nadering van een straalvliegtuig van de luchthaven buiten de in het eerste lid bedoelde gevallen, draagt de gezagvoerder er zorg voor dat de vlieghoogte van het vliegtuig blijft op of boven de in de navolgende tabel beschreven waarden.

Minimum vlieghoogten

Positie | Periode | Vlieghoogte

Tot grens Schiphol TMA | Gehele etmaal | Vliegniveau 70

Van grens Schiphol TMA tot eindnadering | Van 6 tot 23 uur | 2000 voet

Van 23 tot 6 uur | 3000 voet

4 De gezagvoerder kan afwijken van het eerste en derde lid op grond van de gegeven luchtverkeersleiding.

5 De gezagvoerder kan afwijken van het eerste lid voor zover de technische voorzieningen van het vliegtuig onvoldoende zijn om aan dat lid gevolg te geven.

Regeling
Luchthavenverkeerbesluit Schiphol
Afkortingen
LVB
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-11-2025
BWB-id
BWBR0014330
Versie
2025-11-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl