wetzoeker

Artikel 37 Uitvoeringswet Internationaal Strafhof

Verkorte procedure

1 Nadat een verklaring overeenkomstig artikel 36 is afgelegd, kan de officier van justitie beslissen dat de opgeëiste persoon ter beschikking zal worden gesteld van het Strafhof.

2 Het eerste lid blijft buiten toepassing indien blijkt dat tegen de opgeëiste persoon in Nederland een strafrechtelijke vervolging gaande is of dat tegen hem door een Nederlandse rechter een nog geheel of ten dele voor tenuitvoerlegging vatbaar strafvonnis is gewezen. In dat geval doet de officier van justitie een vordering als bedoeld in artikel 21.

3 Van elke beslissing, genomen krachtens het eerste of tweede lid, geeft de officier van justitie onverwijld kennis aan Onze Minister.

Regeling
Uitvoeringswet Internationaal Strafhof
Afkortingen
Uw IS
Soort
Rijkswet
Geldend vanaf
01-04-2020
BWB-id
BWBR0013796
Versie
2020-04-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl