wetzoeker

Artikel 15 Bemanningsbesluit Arubaanse, Curaçaose en Sint Maartense zeeschepen

Aanvullende eisen ten aanzien van de bemanning

1 De kapitein en het bemanningslid aan wie door de kapitein, onder diens verantwoordelijkheid, de zorg voor het gebruik en het beheer van de medische uitrusting is opgedragen, zijn in het bezit van het kennisbewijs «scheepsgezondheidszorg-O (onbeperkt)», bedoeld in artikel 69, tweede lid. Indien aan het schip een certificaat van deugdelijkheid voor beperkt vaargebied is afgegeven in die zin dat het schip uitsluitend reizen onderneemt in zeegebied A2, zoals omschreven in artikel 2 van Bijlage V van het Schepenbesluit 1965, kan worden volstaan met het bezit van het kennisbewijs «scheepsgezondheidszorg-B (beperkt)», bedoeld in artikel 69, eerste lid.

2 Voor de toepassing van het eerste lid worden bezitters van de kennisbewijzen «maritiem officier», «middelbaar maritiem officier», «stuurman werktuigkundige kleine schepen», «baggeraar-stuurman», «wachtstuurman», en «stuurman grote zeilvaart» en het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart gelijkgesteld met degenen aan wie het kennisbewijs «scheepsgezondheidszorg-B», bedoeld in artikel 69, eerste lid, is afgegeven.

3 De in het eerste lid bedoelde personen volgen ten minste eenmaal in de vijf jaar een bijscholingscursus als bedoeld in artikel 69, derde lid, die voor personen aan boord van schip met een certificaat van deugdelijkheid voor onbeperkt vaargebied mede een herhalingsstage, bedoeld in artikel 69, vierde lid, omvat.

4 Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van dit artikel.

Regeling
Bemanningsbesluit Arubaanse, Curaçaose en Sint Maartense zeeschepen
Soort
Rijks-KB
Geldend vanaf
10-10-2010
BWB-id
BWBR0013361
Versie
2010-10-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl