wetzoeker

Artikel 14 Bemanningsbesluit Arubaanse, Curaçaose en Sint Maartense zeeschepen

Aanvullende eisen ten aanzien van de bemanning

1 De kapitein van een schip zorgt er voor dat vóór het ondernemen van een reis en gedurende de reis voldoende sloepsgasten, in het bezit van het kennisbewijs, bedoeld in artikel 66, aan boord zijn overeenkomstig artikel 10, derde lid, van Bijlage XIA van het Schepenbesluit 1965.

2 Voor de toepassing van het eerste lid worden kapiteins, stuurlieden en maritieme officieren gelijkgesteld met degenen aan wie het kennisbewijs «sloepsgast», bedoeld in artikel 66, is afgegeven.

3 De kapitein van een schip dat is uitgerust met snelle hulpverleningsboten zorgt er voor dat voor het ondernemen van een reis en gedurende de reis voor elke snelle hulpverleningsboot tenminste twee bemanningsleden beschikbaar zijn die het kennisbewijs «bekwaamheid in het gebruik van snelle hulpverleningsboten», als bedoeld in artikel 67, bezitten.

Regeling
Bemanningsbesluit Arubaanse, Curaçaose en Sint Maartense zeeschepen
Soort
Rijks-KB
Geldend vanaf
10-10-2010
BWB-id
BWBR0013361
Versie
2010-10-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl