wetzoeker

Artikel 12 Warenwetbesluit Cacao en chocolade

Etikettering

1 De aanduiding melkchocolade mag uitsluitend en moet worden gebezigd voor melkchocolade met:

a. in totaal ten minste 25% droge cacaobestanddelen;

b. ten minste 14% droge melkbestanddelen;

c. ten minste 2,5% vetvrije droge cacaobestanddelen;

d. ten minste 3,5% melkvet; en

e. in totaal aan cacaoboter en melkvet ten minste 25% vetten.

2 De aanduiding melkchocolade mag gebruikt worden in combinatie met de woorden:

a. -hagelslag of -vlokken, voor zover de waar wordt aangeboden in de vorm van vlokken of korrels en ten minste bevat:

1° in totaal 20% droge cacaobestanddelen;

2° 12% droge melkbestanddelen; en

3° in totaal aan cacaoboter en melkvet 12% vetten;

b. -couverture, voor zover de waar in totaal aan cacaoboter en melkvet ten minste 31% vetten bevat;

c. gianduja- (of afleidingen van het woord gianduja), voor gianduja:

1° verkregen uit melkchocolade met een gehalte van ten minste 10% aan droge melkbestanddelen; en

2° een zodanige hoeveelheid fijngemaakte hazelnoten dat 100 gram van de waar ten minste 15 gram en ten hoogste 40 gram hazelnoten bevat;

waaraan mogen zijn toegevoegd:

3° amandelen, hazelnoten en andere noten, geheel of in stukken, in een zodanige verhouding dat het gewicht daarvan, gevoegd bij het gewicht van de fijngemaakte hazelnoten, niet meer dan 60% van het totale gewicht van de waar uitmaakt.

3 In de in dit artikel bedoelde aanduiding mag het woord «melk» vervangen worden door:

a. met room of room, voor zover de waar ten minste 5,5% melkvet bevat;

b. van magere melk, voor zover de waar ten hoogste 1% melkvet bevat.

Regeling
Warenwetbesluit Cacao en chocolade
Soort
AMvB
Geldend vanaf
13-12-2014
BWB-id
BWBR0012958
Versie
2014-12-13_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl