wetzoeker

Artikel 11 Warenwetbesluit Cacao en chocolade

Etikettering

1 De aanduiding chocolade mag uitsluitend en moet worden gebezigd voor chocolade met in totaal ten minste 35% droge cacaobestanddelen, inclusief ten minste 18% cacaoboter en ten minste 14% vetvrije droge cacaobestanddelen.

2 De aanduiding chocolade mag gebruikt worden in combinatie met de woorden:

a. -hagelslag of -vlokken, voor zover de waar:

1° wordt aangeboden in de vorm van korrels of vlokken; en

2° in totaal ten minste 32% droge cacaobestanddelen bevat, inclusief ten minste 12% cacaoboter en ten minste 14% vetvrije droge cacaobestanddelen;

b. -couverture, voor zover de waar ten minste 35% droge cacaobestanddelen bevat, inclusief ten minste 31% cacaoboter en ten minste 2,5% vetvrije droge cacaobestanddelen;

c. gianduja- (of afleidingen van het woord gianduja), voor gianduja met:

1° ten minste 32% droge cacaobestanddelen inclusief ten minste 8% vetvrije droge cacaobestanddelen; en

2° een zodanige hoeveelheid fijngemaakte hazelnoten dat 100 gram van de waar ten minste 20 gram en ten hoogste 40 gram hazelnoten bevat;

waaraan mogen zijn toegevoegd:

3° melk, of droge melkbestanddelen verkregen door indampen van melk, in een zodanige verhouding dat de voor consumptie gerede waar ten hoogste 5% droge melkbestanddelen bevat;

4° amandelen, hazelnoten en andere noten, geheel of in stukken, in een zodanige verhouding dat het gewicht daarvan, gevoegd bij dat van de fijngemaakte hazelnoten, niet meer dan 60% van het totale gewicht van de waar uitmaakt.

Regeling
Warenwetbesluit Cacao en chocolade
Soort
AMvB
Geldend vanaf
13-12-2014
BWB-id
BWBR0012958
Versie
2014-12-13_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl