wetzoeker

Artikel 2 Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren

Algemene bepalingen

1 De uitkeringsduur van de bovenwettelijke uitkering bedraagt drie maal de uitkeringsduur zoals vastgesteld op grond van hoofdstuk 2, paragraaf 4, van de Werkloosheidswet.

2 De uitkeringsduur, bedoeld in het eerste lid, wordt verlengd tot de dag waarop betrokkene de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt, indien het moment van ontslag maximaal acht jaar ligt voor de op dat moment voor betrokkene van toepassing zijnde AOW-gerechtigde leeftijd en hij direct voorafgaand aan het ontslag een voor pensioen geldige diensttijd van ten minste tien jaar heeft volbracht.

Regeling
Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-01-2017
BWB-id
BWBR0011826
Versie
2017-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl