wetzoeker

Artikel 5.3 Vreemdelingenbesluit 2000

Vrijheidsbeperkende maatregelen

1 De maatregel van beperking van vrijheid van beweging, bedoeld in artikel 56, eerste lid, van de Wet, is evenredig en houdt rekening met de relevante aspecten van de individuele situatie van de vreemdeling.

2 Het besluit tot oplegging van een maatregel, bedoeld in het eerste lid, vermeldt de feitelijke, en indien van toepassing, juridische redenen op grond waarvan tot oplegging van de maatregel wordt overgegaan.

3 De vreemdeling wordt schriftelijk op de hoogte gesteld van het besluit en de rechtsmiddelen die daartegen openstaan, de mogelijkheid om gratis rechtsbijstand en vertegenwoordiging aan te vragen, alsook van de gevolgen van niet-nakoming van de bij het besluit opgelegde verplichtingen. Deze informatie wordt verstrekt in een taal die hij begrijpt of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat hij deze begrijpt, en in een beknopte, transparante, begrijpelijke en gemakkelijk toegankelijke vorm, in duidelijke en eenvoudige bewoordingen.

4 Bij oplegging van de maatregel, bedoeld in het eerste lid, wordt rekening gehouden met de bijzondere opvangbehoeften van de vreemdeling die onder de reikwijdte van de Opvangrichtlijn valt.

Regeling
Vreemdelingenbesluit 2000
Afkortingen
VB, Vb 2000
Soort
AMvB
Geldend vanaf
25-09-2026
BWB-id
BWBR0011825
Versie
2026-09-25_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl