wetzoeker

Artikel 6 Warenwetregeling Methoden van onderzoek brood

6.1. Weeg 5 g van het analysemonster tot op 0,1 mg nauwkeurig af in een asschaaltje (5.4.). Voeg toe 10 ml natriumcarbonaat-oplossing ongeveer 1 mol/l (4.2.1.). Plaats de asschaal gedurende 2 uur in de droogstoof (5.3.) bij 103 - 105 oC. Verkool het analysemonster voorzichtig op de vlam. Plaats daarna de schaal in de moffeloven (5.1.) bij 550± 20oC gedurende 3 uren.

Koel af tot kamertemperatuur.

6.2. Zuur de inhoud van de asschaal aan met salpeterzuur-oplossing 4 mol/l (4.2.5.) (voorzichtig, schuimen!) en filtreer de verkregen oplossing in een maatkolf van 100 ml. Spoel de asschaal en filter met water kwantitatief uit. Vul aan tot de maatstreep en homogeniseer.

6.3 Pipetteer 25 ml van de oplossing (6.2.) in een konische kolf van 300 ml, voeg toe 5 ml salpeterzuur 4 mol/l (4.2.5.) en 1 ml indicator-oplossing (4.2.4.).

Voeg toe 20,0 ml zilvernitraat-oplossing 0,1 mol/l (4.2.2.) en 3 g kaliumnitraat (4.1.6.). Schud krachtig teneinde het neerslag te doen samenballen. Titreer met de kaliumthiocyanaat-oplossing (4.2.3.) en noteer de verbruikte hoeveelheid tot op 0,02 ml.

Regeling
Warenwetregeling Methoden van onderzoek brood
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
29-07-1998
BWB-id
BWBR0009798
Versie
1998-07-29_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl