wetzoeker

Artikel 12 Wet sociale werkvoorziening

De indicatie en het aanbod

1 Het college kan de indicatiebeschikking of herindicatiebeschikking van een betrokkene intrekken indien:

a. betrokkene passende arbeid in dienstbetrekking onder aangepaste omstandigheden weigert;

b. de dienstbetrekking van betrokkene door het college is opgezegd op grond van artikel 6, tweede lid, onderdeel a of c, of door de werkgever, bedoeld in artikel 7, in verband met de toepassing van artikel 7, derde lid, onderdeel b of c, vanaf het moment dat de opzegging rechtens onaantastbaar is;

c. de dienstbetrekking van betrokkene door het college of de werkgever, bedoeld in artikel 7, is opgezegd om een dringende reden in de zin van artikel 678 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en de werknemer ter zake een verwijt kan worden gemaakt, vanaf het moment dat de opzegging rechtens onaantastbaar is;

d. de dienstbetrekking op verzoek van betrokkene is geëindigd; of

e. betrokkene niet beschikbaar is om een dienstbetrekking voor het verrichten van arbeid onder aangepaste omstandigheden te aanvaarden.

2 De indicatiebeschikking of herindicatiebeschikking vervalt:

a. per de dag dat betrokkene de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, bereikt; of

b. indien betrokkene overlijdt.

3 Het college trekt de indicatiebeschikking of herindicatiebeschikking van een betrokkene in op schriftelijk verzoek van de betrokkene aan het college per de datum van dat verzoek.

Regeling
Wet sociale werkvoorziening
Afkortingen
WSW
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2015
BWB-id
BWBR0008903
Versie
2015-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl