wetzoeker

Wet sociale werkvoorziening

Wet van 11 september 1997, houdende nieuwe regeling inzake de sociale werkvoorziening (Wet sociale werkvoorziening)

Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2015
Afkortingen
WSW
Rechtsgebied
Arbeidsrecht, Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht, Sociaal zekerheidsrecht
Ministerie
Sociale Zaken en Werkgelegenheid
BWB-id
BWBR0008903
Versie
2015-07-01_0
SHA-256 bron
d1e5b555fb44189fd845790ae709b5540f672b7d27b69da46766f0372f886db3

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (51)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 9a
  11. Artikel 10
  12. Artikel 11
  13. Artikel 12
  14. Artikel 13
  15. Artikel 14
  16. Artikel 15
  17. Artikel 15a
  18. Artikel 16
  19. Artikel 17
  20. Artikel 18
  21. Artikel 19
  22. Artikel 20
  23. Artikel 21
  24. Artikel 22
  25. Artikel 23
  26. Artikel 24
  27. Artikel 25
  28. Artikel 26
  29. Artikel 27
  30. Artikel 28
  31. Artikel 29
  32. Artikel 30
  33. Artikel 31
  34. Artikel 32
  35. Artikel 33
  36. Artikel 34
  37. Artikel 35
  38. Artikel 36
  39. Artikel 37
  40. Artikel 38
  41. Artikel 39
  42. Artikel 40
  43. Artikel 41
  44. Artikel 42
  45. Artikel 43
  46. Artikel 44
  47. Artikel 45
  48. Artikel 46
  49. Artikel 47
  50. Artikel 48
  51. Artikel 49

Hoofdstuk 1 — Inleidende bepalingen

Artikel 1

1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

arbeidshandicap: het vanwege lichamelijke, verstandelijke of psychische beperkingen verminderd vermogen om arbeid te verrichten;

arbeidshandicapcategorie: een groep van tot de doelgroep behorende personen, die in dezelfde orde arbeidsgehandicapt is;

college: college van burgemeester en wethouders;

dienstbetrekking: een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 610, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;

doelgroep: personen, die nog niet de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, hebben bereikt en die door lichamelijke, verstandelijke of psychische beperkingen uitsluitend onder aangepaste omstandigheden tot regelmatige arbeid in staat zijn;

geïndiceerd: blijkens een indicatiebeschikking of herindicatiebeschikking als bedoeld in artikel 11 tot de doelgroep behoren en op de dag voor inwerkingtreding van artikel II, onderdeel A, van de Invoeringswet Participatiewet een dienstbetrekking hebben als bedoeld in artikel 2, eerste lid, of artikel 7;

gerealiseerd arbeidsjaar: het equivalent van een dienstbetrekking op basis van een volledige werkweek die het gehele kalenderjaar is vervuld door een geïndiceerde ingezetene of een daarmee gelijkgestelde, gebaseerd op het gemiddelde van de twaalf eindemaandsstanden;

Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

werknemer: de geïndiceerde die een dienstbetrekking heeft als bedoeld in artikel 2, eerste lid, of artikel 7.

2 Indien bij een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen de uitvoering van deze wet volledig is overgedragen aan het bestuur van een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8 van die wet, treedt dat bestuur voor de toepassing van deze wet, met uitzondering van de artikelen 8 en 14, eerste lid, in de plaats van de betrokken colleges.

3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld voor de bepaling van de doelgroep en de arbeidshandicapcategorieën.

Hoofdstuk 2 — De gemeentelijke sociale werkvoorziening

Artikel 2

1 Het college kan aan een ingezetene die geïndiceerd is een dienstbetrekking aanbieden voor het verrichten van arbeid onder aangepaste omstandigheden.

2 Het college kan een privaatrechtelijke rechtspersoon aanwijzen ten behoeve van de uitvoering van deze wet. Het college regelt in het aanwijzingsbesluit de inhoud van de rechtsbetrekking tussen zichzelf en de betrokken rechtspersoon.

3 De gemeenteraad stelt bij verordening regels over de wijze waarop de ingezetenen die geïndiceerd zijn of hun vertegenwoordigers worden betrokken bij de uitvoering van deze wet, waarbij in ieder geval wordt geregeld de wijze waarop:

a. periodiek overleg wordt gevoerd met deze ingezetenen of hun vertegenwoordigers;

b. deze ingezetenen of vertegenwoordigers onderwerpen voor de agenda van dit overleg kunnen aanmelden;

c. zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie.

Hoofdstuk 2 — De gemeentelijke sociale werkvoorziening

Artikel 3

1 De arbeid, bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gericht op het behouden dan wel het bevorderen van de arbeidsbekwaamheid van de werknemer mede met het oog op het kunnen gaan verrichten van arbeid onder normale omstandigheden.

2 Bij de aanpassing van de omstandigheden, bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt rekening gehouden met het advies ter zake dat in de indicatiebeschikking of herindicatiebeschikking is opgenomen.

Hoofdstuk 2 — De gemeentelijke sociale werkvoorziening

Artikel 4

Het college bevordert de inschakeling in het arbeidsproces van de werknemers van wie bij herindicatiebeschikking is vastgesteld dat zij in staat zijn om arbeid te verrichten onder normale omstandigheden. Het college werkt hierbij samen met het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

Hoofdstuk 2 — De gemeentelijke sociale werkvoorziening

Artikel 5

Het college bedingt voor de door zijn werknemer verrichte arbeid dan wel voor ten gevolge van zijn arbeid geleverde goederen of diensten een vergoeding, die de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord mag beïnvloeden.

Hoofdstuk 2 — De gemeentelijke sociale werkvoorziening

Artikel 6

1 De werknemer is verplicht mee te werken aan het behoud dan wel het bevorderen van zijn arbeidsbekwaamheid en aan het verkrijgen van arbeid onder normale omstandigheden, voor zover hij daartoe in staat wordt geacht.

2 Zo nodig in afwijking van artikel 670 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek zegt het college uit eigen beweging de dienstbetrekking op, indien:

a. zijn werknemer niet meewerkt aan een herindicatie overeenkomstig de daaromtrent bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde regels;

b. zijn werknemer blijkens een onaantastbaar geworden herindicatiebeschikking niet langer tot de doelgroep behoort, en wel zodra voor hem een alternatieve opvangmogelijkheid feitelijk beschikbaar is of door zijn toedoen niet beschikbaar komt, dan wel zodra hij een aanbod tot passende arbeid onder normale omstandigheden heeft geweigerd;

c. zijn werknemer niet voldoet aan het eerste lid.

Hoofdstuk 3 — Subsidieverstrekking door de gemeente

Artikel 7

1 Indien een werkgever met een ingezetene die geïndiceerd is een dienstbetrekking voor het verrichten van arbeid onder aangepaste omstandigheden aangaat, en de inpassing in de arbeid van betrokkene, met inbegrip van begeleiding op zijn werkplek, adequaat wordt verzorgd kan het college:

a. aan de werkgever een subsidie verstrekken; en

b. aan de begeleidingsorganisatie een vergoeding verstrekken voor de noodzakelijke kosten van arbeidsinpassing met inbegrip van de begeleiding van de geïndiceerde op zijn werkplek.

2 Een periodieke subsidie op grond van dit artikel wordt, in afwijking van artikel 4:32 van de Algemene wet bestuursrecht, verleend zolang de dienstbetrekking duurt en de inpassing in de arbeid van betrokkene, met inbegrip van begeleiding op zijn werkplek, adequaat wordt verzorgd.

3 Zo nodig in afwijking van het tweede lid worden de periodieke subsidie en de periodieke vergoeding voor de noodzakelijke kosten van de begeleiding op de werkplek beëindigd:

a. indien de werknemer blijkens een onaantastbaar geworden herindicatiebeschikking niet langer tot de doelgroep behoort, zodra voor hem een alternatieve opvangmogelijkheid feitelijk beschikbaar is of door zijn toedoen niet beschikbaar komt dan wel zodra hij een aanbod tot passende arbeid onder normale omstandigheden heeft geweigerd;

b. indien de werknemer niet meewerkt aan een herindicatie overeenkomstig de daaromtrent bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde regels;

c. indien de werknemer niet voldoet aan artikel 6, eerste lid.

4 Zo nodig in afwijking van artikel 670 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek kan de werkgever de dienstbetrekking opzeggen indien de periodieke subsidie op grond van het derde lid niet langer wordt verleend.

5 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de toepassing van het eerste lid.

6 De voordracht voor een krachtens het vijfde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Hoofdstuk 4 — Financiering

Artikel 8

Vervallen

Hoofdstuk 4 — Financiering

Artikel 9

Vervallen

Hoofdstuk 4 — Financiering

Artikel 9a

Vervallen

Hoofdstuk 4 — Financiering

Artikel 10

Vervallen

Hoofdstuk 5 — De indicatie en het aanbod

Artikel 11

1 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verricht op aanvraag van het college periodiek herindicatie van geïndiceerden overeenkomstig de krachtens artikel 6, tweede lid, onderdeel a, gestelde regels en stelt daarbij bij beschikking van geïndiceerden vast:

a. of deze behoren tot de doelgroep;

b. nadat is vastgesteld dat een geïndiceerde tot de doelgroep behoort:

1°. de geldigheidsduur van de indicatie;

2°. de indeling van de geïndiceerde in één van de arbeidshandicapcategorieën, die bepaald worden door de zwaarte van de aanpassing van de omstandigheden en de productiviteit.

2 Op aanvraag van het college verricht het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, overeenkomstig de krachtens artikel 6, tweede lid, onderdeel a, gestelde regels, herindicatie van de werknemer die de bedongen arbeid gedurende een ononderbroken periode van ten minste 13 weken niet heeft verricht omdat hij in verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte daartoe verhinderd was en die naar het inzicht van het college duurzaam niet in staat zal zijn tot het verrichten van arbeid onder aangepaste omstandigheden. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.

3 Een herindicatiebeschikking wordt gegeven binnen zestien weken na ontvangst van de aanvraag.

4 In afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht beslist het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen binnen zestien weken gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift tegen een indicatiebeschikking of herindicatiebeschikking is verstreken.

5 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de bij of krachtens dit artikel aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen opgedragen taak en de wijze van uitoefening daarvan.

6 De voordracht voor een krachtens het vijfde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Hoofdstuk 5 — De indicatie en het aanbod

Artikel 12

1 Het college kan de indicatiebeschikking of herindicatiebeschikking van een betrokkene intrekken indien:

a. betrokkene passende arbeid in dienstbetrekking onder aangepaste omstandigheden weigert;

b. de dienstbetrekking van betrokkene door het college is opgezegd op grond van artikel 6, tweede lid, onderdeel a of c, of door de werkgever, bedoeld in artikel 7, in verband met de toepassing van artikel 7, derde lid, onderdeel b of c, vanaf het moment dat de opzegging rechtens onaantastbaar is;

c. de dienstbetrekking van betrokkene door het college of de werkgever, bedoeld in artikel 7, is opgezegd om een dringende reden in de zin van artikel 678 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en de werknemer ter zake een verwijt kan worden gemaakt, vanaf het moment dat de opzegging rechtens onaantastbaar is;

d. de dienstbetrekking op verzoek van betrokkene is geëindigd; of

e. betrokkene niet beschikbaar is om een dienstbetrekking voor het verrichten van arbeid onder aangepaste omstandigheden te aanvaarden.

2 De indicatiebeschikking of herindicatiebeschikking vervalt:

a. per de dag dat betrokkene de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, bereikt; of

b. indien betrokkene overlijdt.

3 Het college trekt de indicatiebeschikking of herindicatiebeschikking van een betrokkene in op schriftelijk verzoek van de betrokkene aan het college per de datum van dat verzoek.

Hoofdstuk 6 — Toezicht en informatie

Artikel 13

Vervallen

Hoofdstuk 6 — Toezicht en informatie

Artikel 14

1 Het college en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekken desgevraagd aan Onze Minister kosteloos alle inlichtingen, die hij nodig heeft voor de informatievoorziening en de beleidsvorming met betrekking tot deze wet.

2 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor de inhoud, de wijze van verstrekken en het tijdstip van het verstrekken van de inlichtingen.

Hoofdstuk 6 — Toezicht en informatie

Artikel 15

1 Andere colleges, de krachtens artikel 2, tweede lid, aangewezen rechtspersonen en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen zijn bevoegd uit eigen beweging en verplicht op verzoek, kosteloos, aan het college en de krachtens artikel 2, tweede lid, aangewezen rechtspersoon alle gegevens en inlichtingen te verstrekken, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet.

2 Het college en de krachtens artikel 2, tweede lid, aangewezen rechtspersoon zijn bevoegd uit eigen beweging en verplicht op verzoek uit de administratie aangelegd voor de uitvoering van deze wet kosteloos aan bestuursorganen de gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de bij of krachtens wet aan deze bestuursorganen opgedragen taken.

3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor de toepassing van het eerste en tweede lid nadere regels worden gesteld.

4 Een ieder verstrekt desgevraagd aan het college, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de krachtens artikel 2, tweede lid, aangewezen rechtspersoon kosteloos alle gegevens en inlichtingen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet ten opzichte van hemzelf, hem in wiens dienst dan wel ten behoeve van wie hij werkt of gewerkt heeft of hem die in zijn dienst dan wel te zijnen behoeve werkt of gewerkt heeft.

5 Het college van burgemeester en wethouders, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de krachtens artikel 2, derde lid, aangewezen rechtspersoon gebruiken het burgerservicenummer, bedoeld in artikel 1, onder b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, bij de verwerking van persoonsgegevens voor de uitvoering van deze wet, indien dat nodig is voor de uitvoering van deze wet of voor de uitvoering van andere wetten, waarbij gebruik wordt gemaakt van dat burgerservicenummer.

Hoofdstuk 6 — Toezicht en informatie

Artikel 15a

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de bij besluit van het college aangewezen ambtenaren.

Hoofdstuk 7 — Overgangsbepalingen

Artikel 16

Met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet worden de dienstbetrekkingen, die op de dag voorafgaande aan die datum bestaan krachtens de Wet Sociale Werkvoorziening zoals deze luidde tot die datum en die na die datum voortbestaan, aangemerkt als dienstbetrekking in de zin van deze wet.

Hoofdstuk 7 — Overgangsbepalingen

Artikel 17

Vervallen

Hoofdstuk 7 — Overgangsbepalingen

Artikel 18

Vervallen

Hoofdstuk 7 — Overgangsbepalingen

Artikel 19

1 Artikel 11, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing op de persoon die op 31 december 1997 een dienstbetrekking heeft krachtens de Wet Sociale Werkvoorziening zoals deze luidde op die datum, indien hij tijdens die dienstbetrekking om een herindicatie verzoekt.

2 Met betrekking tot de uitkering aan het college voor de uitvoering van de hoofdstukken 2 en 3 over de kalenderjaren gelegen voor de inwerkingtreding van artikel II, onderdeel A, van de Invoeringswet Participatiewet blijven de artikelen 8, 9 en 9a en de daarop berustende bepalingen, zoals deze luidden op de dag voor inwerkingtreding van artikel II, onderdeel A, van de Invoeringswet Participatiewet, van toepassing.

3 Op een aanvraag tot indicatie die minimaal 16 weken voorafgaand aan de dag van inwerkingtreding van artikel II, onderdeel A, van de Invoeringswet Participatiewet is ingediend en waarop niet is beslist voor die dag van inwerkingtreding, wordt beslist met toepassing van de Wet sociale werkvoorziening en artikel 30d van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en de daarop berustende bepalingen, zoals die luidden op die dag voor inwerkingtreding.

4 Op een bezwaar- of beroepschrift dat is gericht tegen een door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen genomen besluit op een aanvraag als bedoeld in het derde lid en waarop op de dag voor inwerkingtreding van artikel II, onderdeel A, van de Invoeringswet Participatiewet nog niet onherroepelijk is beslist, wordt beslist met toepassing van de Wet sociale werkvoorziening en artikel 30d van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en de daarop berustende bepalingen, zoals die luidden op de dag voor inwerkingtreding van artikel II, onderdeel A, van de Invoeringswet Participatiewet.

Hoofdstuk 7 — Overgangsbepalingen

Artikel 20

Vervallen

Hoofdstuk 7 — Overgangsbepalingen

Artikel 21

Vervallen

Hoofdstuk 8

Artikel 22

Vervallen

Hoofdstuk 8

Artikel 23

Vervallen

Hoofdstuk 8

Artikel 24

Vervallen

Hoofdstuk 8

Artikel 25

Vervallen

Hoofdstuk 8

Artikel 26

Vervallen

Hoofdstuk 8

Artikel 27

Vervallen

Hoofdstuk 8

Artikel 28

Vervallen

Hoofdstuk 8

Artikel 29

Vervallen

Hoofdstuk 8

Artikel 30

Vervallen

Hoofdstuk 8

Artikel 31

Vervallen

Hoofdstuk 8

Artikel 32

Vervallen

Hoofdstuk 8

Artikel 33

Vervallen

Hoofdstuk 8

Artikel 34

Vervallen

Hoofdstuk 8

Artikel 35

Vervallen

Hoofdstuk 8

Artikel 36

Vervallen

Hoofdstuk 8

Artikel 37

Vervallen

Hoofdstuk 8

Artikel 38

Vervallen

Hoofdstuk 8

Artikel 39

Vervallen

Hoofdstuk 8

Artikel 40

Vervallen

Hoofdstuk 8

Artikel 41

Vervallen

Hoofdstuk 8

Artikel 42

Vervallen

Hoofdstuk 8

Artikel 43

Vervallen

Hoofdstuk 8

Artikel 44

Vervallen

Hoofdstuk 8

Artikel 45

Vervallen

Hoofdstuk 9 — Slotbepalingen

Artikel 46

Onze Minister zendt na drie jaar na inwerkingtreding van deze wet en vervolgens telkens na vier jaar aan de Staten-Generaal een verslag van de doeltreffendheid en doelmatigheid van deze wet.

Hoofdstuk 9 — Slotbepalingen

Artikel 47

De Wet Sociale Werkvoorziening wordt ingetrokken.

Hoofdstuk 9 — Slotbepalingen

Artikel 48

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Hoofdstuk 9 — Slotbepalingen

Artikel 49

Deze wet wordt aangehaald als: Wet sociale werkvoorziening.