Artikel 4 Uitvoeringsbesluit voorzieningen in de huisvesting PO/VO
Bruto vloeroppervlakte
1 De bruto vloeroppervlakte per gelijktijdig aanwezige leerling en de vaste voet die een school voor speciaal onderwijs, een school voor voortgezet speciaal onderwijs, een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs dan wel een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs tenminste dient te bevatten bedragen voor de onderscheiden schoolsoorten in vierkante meters:
speciaal onderwijs | voortgezet speciaal onderwijs
vaste | per | vaste | per
voet | leerling | voet | leerling
a. dove kinderen | 100 | 13,5 | 150 | 13,5
b. slechthorende kinderen | 130 | 8,1 | 160 | 11,7
c. kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden die niet tevens behoren tot de onder a of b bedoelde kinderen | 130 | 8,1 | 160 | 11,7
d. visueel gehandicapte kinderen | 240 | 8,1 | 275 | 11,7
e. lichamelijk gehandicapte kinderen | 180 | 11,3 | 270 | 14,4
f. langdurig zieke kinderen | 130 | 7,8 | 165 | 11,7
g.vervallen
h. zeer moeilijk lerende kinderen | 100 | 8,1 | 140 | 7,7
i. zeer moeilijk opvoedbare kinderen | 100 | 8,0 | 180 | 11,7
j.vervallen
k. kinderen in scholen verbonden aan pedologische instituten | 100 | 9,5 | 140 | 11,3
l. meervoudig gehandicapte kinderen, waaronder meervoudig gehandicapte, visueel gehandicapte kinderen | 200 | 15,8 | 220 | 15,3
2 Indien aan een school meer dan een schoolsoort is verbonden, is de schoolsoort met het grootste aantal leerlingen bepalend voor de vaste voet van de school. Indien aan een school twee of meer schoolsoorten zijn verbonden met hetzelfde grootste aantal leerlingen, is de schoolsoort met de grootste vaste voet bepalend.
3 Voor het toekennen van de vaste voet wordt onder een school of instelling tevens begrepen een nevenvestiging van een instelling, genoemd in artikel X van de Wet van 31 mei 1995 (Stb. 319).
- Regeling
- Uitvoeringsbesluit voorzieningen in de huisvesting PO/VO
- Soort
- AMvB
- Geldend vanaf
- 01-08-2022
- BWB-id
- BWBR0008562
- Versie
- 2022-08-01_0