wetzoeker

Uitvoeringsbesluit voorzieningen in de huisvesting PO/VO

Besluit van 21 februari 1997 tot vaststelling van het drempelbedrag, bedoeld in artikel 76c, eerste lid, onder b, ten tweede, van de Wet op het voortgezet onderwijs, alsmede van enige minimum bruto vloeroppervlakten voor het basisonderwijs, het speciaal en het voortgezet speciaal onderwijs en het voortgezet onderwijs (Uitvoeringsbesluit voorzieningen in de huisvesting PO/VO)

Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-08-2022
Rechtsgebied
Onderwijsrecht
Ministerie
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
BWB-id
BWBR0008562
Versie
2022-08-01_0
SHA-256 bron
2ac93c6c8de54690feba969b73417fe7647ab1dba94263684441d01177feb471

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (9)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 6a
  8. Artikel 7
  9. Artikel 8

Paragraaf 1 — Algemene bepalingen

Artikel 1

a. wet: de Wet voortgezet onderwijs 2020;

b. vwo: voorbereidend wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 2.4 van de wet;

c. mavo: middelbaar algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 2.6 van de wet;

d. avo: hoger algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 2.5 van de wet of mavo;

e. vbo: voorbereidend beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 2.7 van de wet;

f. praktijkonderwijs: een school voor praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 2.8 van de wet;

g. vwo/avo: een scholengemeenschap die ten minste bestaat uit een school voor vwo en een school voor avo;

h. gemengde leerweg: de leerjaren 3 en 4 van de gemengde leerweg als bedoeld in artikel 2.27 van de wet;

i. vwo/avo/vbo: een scholengemeenschap die ten minste bestaat uit een school voor vbo en een school voor vwo of een school voor avo.

Paragraaf 2 — Drempelbedrag

Artikel 2

Vervallen

Paragraaf 3 — Bruto vloeroppervlakte

Artikel 3

1 De bruto vloeroppervlakte per gelijktijdig aanwezige leerling die een school voor basisonderwijs tenminste dient te bevatten, bedraagt 3,5 m 2. Tevens geldt per school en per nevenvestiging een vaste voet van tenminste 70m2.

2 De bruto vloeroppervlakte per gelijktijdig aanwezige leerling die een speciale school voor basisonderwijs tenminste dient te bevatten, bedraagt 6,6 m2. Tevens geldt per school en per nevenvestiging een vaste voet van ten minste 90 m2.

3 Indien aan een speciale school voor basisonderwijs een schoolsoort voor het speciaal of het voortgezet speciaal onderwijs is verbonden, is de schoolsoort met het grootste aantal leerlingen bepalend voor de vaste voet van de school, bedoeld in artikel 4.

Paragraaf 3 — Bruto vloeroppervlakte

Artikel 4

1 De bruto vloeroppervlakte per gelijktijdig aanwezige leerling en de vaste voet die een school voor speciaal onderwijs, een school voor voortgezet speciaal onderwijs, een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs dan wel een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs tenminste dient te bevatten bedragen voor de onderscheiden schoolsoorten in vierkante meters:

speciaal onderwijs | voortgezet speciaal onderwijs

vaste | per | vaste | per

voet | leerling | voet | leerling

a. dove kinderen | 100 | 13,5 | 150 | 13,5

b. slechthorende kinderen | 130 | 8,1 | 160 | 11,7

c. kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden die niet tevens behoren tot de onder a of b bedoelde kinderen | 130 | 8,1 | 160 | 11,7

d. visueel gehandicapte kinderen | 240 | 8,1 | 275 | 11,7

e. lichamelijk gehandicapte kinderen | 180 | 11,3 | 270 | 14,4

f. langdurig zieke kinderen | 130 | 7,8 | 165 | 11,7

g.vervallen

h. zeer moeilijk lerende kinderen | 100 | 8,1 | 140 | 7,7

i. zeer moeilijk opvoedbare kinderen | 100 | 8,0 | 180 | 11,7

j.vervallen

k. kinderen in scholen verbonden aan pedologische instituten | 100 | 9,5 | 140 | 11,3

l. meervoudig gehandicapte kinderen, waaronder meervoudig gehandicapte, visueel gehandicapte kinderen | 200 | 15,8 | 220 | 15,3

2 Indien aan een school meer dan een schoolsoort is verbonden, is de schoolsoort met het grootste aantal leerlingen bepalend voor de vaste voet van de school. Indien aan een school twee of meer schoolsoorten zijn verbonden met hetzelfde grootste aantal leerlingen, is de schoolsoort met de grootste vaste voet bepalend.

3 Voor het toekennen van de vaste voet wordt onder een school of instelling tevens begrepen een nevenvestiging van een instelling, genoemd in artikel X van de Wet van 31 mei 1995 (Stb. 319).

Paragraaf 3 — Bruto vloeroppervlakte

Artikel 5

1 De bruto vloeroppervlakte per gelijktijdig aanwezige leerling die een school voor vwo, voor avo en voor vbo inclusief een of meer afdelingen tenminste dient te bevatten, bedraagt voor de onderscheiden schoolsoorten in vierkante meters:

a. vwo, avo, vbo | leerjaar 1 en 2 | 7,0

vwo/avo

vwo/avo/vbo

b. vwo, avo | leerjaar 3 t/m 6 | 5,7

vwo/avo

c. gemengde leerweg | leerjaar 3 en 4 | 7,0

d. vbo | leerjaar 3 en 4 | 8,1

handel en verkoop

administratie

e. vbo-grafisch | leerjaar 3 en 4 | 14,8

f. vbo-nautisch | leerjaar 1 t/m 4 | 14,8

g. vbo-landbouw en natuurlijke omgeving | leerjaar 3 en 4 | 7,0

h. overige vbo-afdelingen | leerjaar 3 en 4 | 13,0

i. praktijkonderwijs | alle leerjaren | 10,5

toeslag leerwegondersteunend onderwijs | leerjaar 1 en 2 | 0,7

toeslag leerwegondersteunend onderwijs | leerjaar 3 en 4 | 1,2

2 Er geldt tevens een vaste voet:

a. van 890 m2 per scholengemeenschap;

b. van 890 m2 per school, niet zijnde een school voor praktijkonderwijs, die geen deel uitmaakt van een scholengemeenschap;

c. van 260 m2 per school voor praktijkonderwijs die geen deel uitmaakt van een scholengemeenschap;

d. van 470 m2 per nevenvestiging die voldoet aan de voorwaarden voor het verkrijgen van aanvullende personele bekostiging die zijn gesteld in de bijlage behorende bij de Regeling aanvullende bekostiging bij nevenvestigingen met spreidingsnoodzaak in het voortgezet onderwijs.

Paragraaf 3 — Bruto vloeroppervlakte

Artikel 6

Dit besluit is niet van toepassing op scholen voor voortgezet onderwijs die deel uitmaken van een verticale scholengemeenschap.

Paragraaf 3 — Bruto vloeroppervlakte

Artikel 6a

Dit besluit berust mede op artikel 6.2, tweede lid, van de wet.

Paragraaf 3 — Bruto vloeroppervlakte

Artikel 7

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1997.

Paragraaf 3 — Bruto vloeroppervlakte

Artikel 8

Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit voorzieningen in de huisvesting PO/VO.