wetzoeker

ARTIKEL IX Wijzigingswet Burgerlijk Wetboek en enige andere wetten (herziening voorlopige maatregelen kinderbescherming)

1 Een voorlopige toevertrouwing van een minderjarige aan de raad voor de kinderbescherming die voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet heeft plaatsgevonden ingevolge artikel 241 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, vervalt na verloop van zes weken, tenzij de raad voor de kinderbescherming zich voor het einde van de termijn tot de rechter heeft gewend teneinde een voorziening in het gezag over de minderjarige te verkrijgen.

2 De in het eerste lid bedoelde voorlopige toevertrouwing kan worden ingetrokken door de in het eerste lid bedoelde rechter.

3 De termijn van het eerste lid vangt aan met ingang van de dag na die waarop deze wet in werking treedt.

Regeling
Wijzigingswet Burgerlijk Wetboek en enige andere wetten (herziening voorlopige maatregelen kinderbescherming)
Soort
Wet
Geldend vanaf
17-02-1999
BWB-id
BWBR0008509
Versie
1999-02-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl