wetzoeker

Artikel 35 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)

Gebruik van lichten tijdens het rijden

1 Fietsers voeren tijdens het rijden bij nacht of bij dag indien het zicht ernstig wordt belemmerd, verlichting overeenkomstig het tweede tot en met het vierde lid.

2 Een fiets op twee wielen en een fiets op drie wielen met één voorwiel moeten zijn voorzien van een wit of geel licht dat aan de voorzijde wordt gevoerd, tenzij de bestuurder een wit of geel licht voert op zijn borst.

3 Op een fiets op meer dan twee wielen met twee voorwielen moeten aan de voorzijde twee witte of twee gele symmetrisch links en rechts van het midden bevestigde lichten worden gevoerd.

4 Een fiets moet zijn voorzien van een rood achterlicht dat aan de achterzijde wordt gevoerd, tenzij de bestuurder of een achter de bestuurder gezeten passagier een rood licht voert op zijn rug.

5 Een fiets mag zijn voorzien van twee ambergeel licht stralende richtingaanwijzers aan de voorzijde en twee aan de achterzijde.

6 Er mogen niet meer lichten worden gevoerd op een fiets, door de bestuurder daarvan of door een achter de bestuurder gezeten passagier dan de in het tweede tot en met vijfde lid genoemde lichten.

Regeling
Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)
Afkortingen
RVV, RVV 1990
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0004825
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl